← België

SMEETS ZONEN N.V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210420.2N.10 Rolnummer: P.21.0144.N Zaak: SMEETS ZONEN N.V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-04-27 Raadplegingen: 420 - laatst gezien 2026-06-16 04:16 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Volgens artikel 46.2.3, laatste lid, Wegverkeersreglement en artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen wordt onder lange ondeelbare stukken of ondeelbare lading verstaan een lading die teneinde te vervoeren over de weg niet kan worden opgedeeld in meerdere ladingen zonder belangrijke kosten of schaderisico's en die ten gevolge van haar lengte, afmetingen en massa's niet kan worden vervoerd met een voertuig of door een transport dat op het vlak van lengte, afmetingen en massa's voldoet aan de Wegcode en het technisch reglement. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 46 Vrije woorden: Artikel 46.2.3, laatste lid - Begrip ondeelbare lading Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 46.2.3 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen - 02-06-2010 - Art. 2, § 1, 4° - 13 ELI link Pub nr 2010014111 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Vrije woorden: KB 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen - Begrip ondeelbare lading Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 46.2.3 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen - 02-06-2010 - Art. 2, § 1, 4° - 13 ELI link Pub nr 2010014111 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0144.N

  1. SMEETS & ZONEN nv, met zetel te 3990 Peer, Bedrijfsstraat 15, beklaagde en burgerrechtelijk aansprakelijke partij,
  2. E. T., beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Luk Delbrouck, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 14 december
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  4. Het bestreden vonnis spreekt de eiseres 1 vrij voor de feiten van de telastleggingen A, C en E en de eiser 2 voor de feiten van de telastleggingen K en L. In zoverre ook gericht tegen die beslissingen, zijn de cassatieberoepen voor elk wat hen betreft bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres 1 haar cassatieberoep heeft laten betekenen aan het openbaar ministerie bij het appelgerecht, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering voor wat betreft de beslissing waarbij de eiseres 1 burgerrechtelijk aansprakelijk werd verklaard voor de geldboeten en de kosten ten laste gelegd van de eiser 2 voor de feiten van de telastleggingen H en I, voor de kosten ten laste gelegd van de eiser 2 voor de feiten van de telastleggingen J en M en voor de kosten van het hoger beroep ten laste gelegd van de eiser
  6. In zoverre ook gericht tegen die beslissingen, is het cassatieberoep van de eiseres 1 niet ontvankelijk. Eerste middel
  7. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 1319, 1320 en 1322 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek, artikel 4 Wet Technisch Eisen Voertuigen, de artikelen 26 en 81 KB Technische Eisen Voertuigen en de artikelen 3, eerste lid, 14, § 1, 2°, en § 3, van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport (Decreet Bescherming Verkeersinfrastructuur): het bestreden vonnis oordeelt dat de lading van nature deelbaar is, maar bevestigt dat door een technische ingreep, namelijk lassen, de lading ondeelbaar is geworden; omdat door een technische ingreep, namelijk lassen, de lading nadien opnieuw deelbaar kan worden gemaakt, is het bestreden vonnis van oordeel dat de lading van nature niet ondeelbaar is en dus niet onder de vergunning, die werd uitgereikt voor het vervoer van een ondeelbare lading, valt; aldus voegt het bestreden vonnis aan de vergunning een voorwaarde toe, namelijk dat de lading van nature ondeelbaar moet zijn (eerste onderdeel); het bestreden vonnis is tegenstrijdig gemotiveerd doordat het enerzijds oordeelt dat de lading door een technische ingreep ondeelbaar is geworden en anderzijds vaststelt dat de lading kon worden opgedeeld, zodat de eisers niet kunnen voorhouden dat het een ondeelbare lading betrof (tweede onderdeel).
  8. Het middel verduidelijkt niet van welke akte het bestreden vonnis een uitlegging geeft die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan. In zoverre het middel schending aanvoert van de bepalingen betreffende de miskenning van de bewijskracht van akten is het bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
  9. De schuldigverklaring van de eiseres 1 aan de feiten van de telastleggingen B, F en G en van de eiser 2 aan de feiten van de telastleggingen I, J en M is gesteund op het oordeel dat de eiseres 1 zich niet kan beroepen op de vergunning nr. 257579 voor uitzonderlijk vervoer omdat die vergunning is verleend voor een ondeelbare lading en de op het ogenblik van de feiten vervoerde lading geen ondeelbare lading was.
  10. Artikel 2, 6°, Decreet Bescherming Verkeersinfrastructuur verwijst voor de omschrijving van het begrip uitzonderlijk vervoer naar het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het technisch reglement.
  11. Volgens artikel 46.2.3, laatste lid, Wegverkeersreglement wordt onder lange ondeelbare stukken verstaan een lading die teneinde te vervoeren over de weg niet kan worden opgedeeld in meerdere ladingen zonder belangrijke kosten of schaderisico's en die ten gevolge van haar lengte niet kan worden vervoerd met een voertuig dat op het vlak van lengte voldoet aan het technisch reglement.
  12. Volgens artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen wordt onder een ondeelbare lading verstaan een lading die, teneinde te vervoeren over de weg, niet kan worden opgedeeld in meerdere ladingen zonder belangrijke kosten of schaderisico's en die ten gevolge van haar afmetingen en massa's niet kan worden vervoerd door een transport waarvan de afmetingen en massa voldoen aan de Wegcode en het technisch reglement.
  13. De rechter oordeelt onaantastbaar of een vervoer betrekking heeft op een ondeelbare lading in de zin van de vermelde bepalingen.
  14. Het bestreden vonnis oordeelt dat: - uit het aanvankelijk proces-verbaal en de daarbij gevoegde foto's blijkt dat de oplegger van de eiseres 1 op het ogenblik van de controle was geladen was met vier met beton-ijzers aan elkaar gelaste deels gedemonteerde opleggers; - dit niet inhoudt dat de lading van nature een ondeelbare lading is, maar wel dat deze lading na een technische ingreep door het aan elkaar lassen van de lading en van de lading aan de vervoerende oplegger een ondeelbare lading is geworden; - uit de dossiergegevens blijkt dat de lading alleszins kon worden opgedeeld.
  15. Op grond van die redenen, die niet tegenstrijdig zijn, kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de eiseres onmogelijk kunnen voorhouden dat deze lading een ondeelbare lading betrof. Aldus is de schuldigverklaring aan de feiten van de vermelde telastleggingen naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  16. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en van de "resolution A.581

(14)Guidelines for securing arrangements for the transport of road vehicles on ro-ro ships": de in de Grimaldi-richtlijn gehanteerde voorschriften zijn terug te brengen naar deze resolutie en bepalen wel hoe de verankeringspunten bij voertuigen moeten worden aangebracht; het mag duidelijk zijn dat men onmogelijk op de kade dergelijke verankeringspunten aan de vrachtwagens kan beginnen lassen; de opleggers kunnen uiteraard niet pas op de kaai aan elkaar worden gelast; dit moet gebeuren voor het transport zodat de Grimaldi-richtlijn geldig is op de openbare weg.
  1. De middel verduidelijkt niet welke het motiveringsgebrek is dat aan het bestreden vonnis wordt verweten. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
  2. De door het middel vermelde resolutie en de zogenaamde Grimaldi-richtlijn zijn geen wet in de zin van artikel 608 Gerechtelijk Wetboek. In zoverre het middel schending ervan aanvoert, faalt het naar recht.
  3. Voor het overige verplicht het middel, dat geen miskenning van de bewijskracht van akten aanvoert, tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten op 94,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 20 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210420.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.