← België

L. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210420.2N.12 Rolnummer: P.21.0288.N Zaak: L. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-04-27 Raadplegingen: 633 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Volgens artikel 424 Wetboek van Strafvordering neemt de termijn om beroep in cassatie in te stellen tegen een bij verstek gewezen beslissing die vatbaar is voor verzet een aanvang bij het verstrijken van de termijn voor verzet; indien een beslissing niet vatbaar is voor verzet door een beklaagde dient de burgerlijke partij het verstrijken van de termijn voor verzet niet af te wachten, maar dient zij onmiddellijk cassatieberoep in te stellen, zodat het cassatieberoep niet voorbarig is en de afstand ervan niet kan worden verleend

(1).
(1)Cass. 22 september 2020, AR P.20.0452.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200922.2N.4, AC 2020, nr. 564; Cass. 21 september 2016, AR P.16.0438.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160921.4, AC 2016, nr.
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Afstand - Burgerlijke rechtsvordering Vrije woorden: Afstand van het cassatieberoep van de burgerlijke partij wegens voorbarigheid - Uitspraak bij verstek ten aanzien van de beklaagde en op tegenspraak ten aanzien van de burgerlijke partij en een tussenkomende partij - Beslissing niet vatbaar voor verzet door de beklaagde - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 424 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Burgerlijke rechtsvordering - Duur, begin en einde Vrije woorden: Uitspraak bij verstek ten aanzien van de beklaagde en op tegenspraak ten aanzien van de burgerlijke partij en een tussenkomende partij - Beslissing niet vatbaar voor verzet door de beklaagde - Afstand van het cassatieberoep van de burgerlijke partij wegens voorbarigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 424 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0288.N I en II H. L., burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Robby Loos, advocaat bij de balie Limburg, tegen
  2. Y. D., beklaagde, verweerder,
  3. ETHIAS nv, met zetel te 4000 Luik, Rue des Croisiers 24, vrijwillig tussengekomen partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen I en II zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 8 januari
  4. De eiser doet afstand van het op 21 januari 2021 ingestelde cassatieberoep I omdat het voorbarig zou zijn. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Afstand van het cassatieberoep I
  5. Volgens artikel 424 Wetboek van Strafvordering neemt de termijn om beroep in cassatie in te stellen tegen een bij verstek gewezen beslissing die vatbaar is voor verzet een aanvang bij het verstrijken van de termijn voor verzet.
  6. Indien een beslissing niet vatbaar is voor verzet door een beklaagde dient de burgerlijke partij het verstrijken van de termijn voor verzet niet af te wachten, maar dient zij onmiddellijk cassatieberoep in te stellen.
  7. Het bestreden vonnis dat voor wat betreft de eiser en de verweerster op tegenspraak en voor wat betreft de verweerder bij verstek is gewezen, oordeelt dat de eiser de afhandeling van zijn burgerlijke rechtsvordering niet meer voor de strafrechter kon aanhangig maken. De verweerder heeft geen belang om tegen die beslissing op te komen, zodat het bestreden vonnis niet vatbaar is voor zijn verzet. Derhalve is het door de eiser tegen het bestreden vonnis op 21 januari 2021 ingestelde cassatieberoep I niet voorbarig. De door dwaling ingegeven afstand van het cassatieberoep I wordt niet verleend. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep I
  8. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser zijn cassatieberoep I heeft laten betekenen aan de verweerders zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. Het cassatieberoep I is niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep II
  9. De eiser heeft op 19 maart 2021 nogmaals cassatieberoep ingesteld tegen het bestreden vonnis. Volgens artikel 419 Wetboek van Strafvordering kan niemand behoudens in hier niet toepasselijke gevallen een tweede maal cassatieberoep instellen tegen dezelfde beslissing. Het cassatieberoep II is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen I en II. Veroordeelt de eiser tot de kosten van zijn cassatieberoepen. Bepaalt de kosten in het geheel op 109,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 20 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210420.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251210.2F.35 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160921.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200922.2N.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250910.2F.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.