← België

E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210420.2N.13 Rolnummer: P.21.0385.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-04-27 Raadplegingen: 887 - laatst gezien 2026-06-20 01:05 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een opsporingsambtenaar wordt vermoed bij zijn opsporingshandelingen loyaal te handelen; een beklaagde die voorhoudt dat een opsporingsambtenaar bij zijn vaststellingen deloyaal heeft gehandeld, kan niet volstaan met een enkele bewering of een veronderstelling maar dient die aanvoering enigszins aannemelijk te maken en wanneer hij daarin slaagt dient het openbaar ministerie de enigszins aannemelijk gemaakte aanvoering te weerleggen

(1).
(1)Cass. 2 mei 2017, AR P.16.1011.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170502.3, AC 2017, nr.
  1. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Handelingen van de opsporingsambtenaar - Loyaal handelen - Aanvoeringsverplichting - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.21.0385.N M. E. G., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kristof Bormans, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 16 december
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert miskenning aan van de regels inzake de bewijslast en de regel dat niet mag worden gesteund op onregelmatig verkregen bewijs: het bestreden vonnis draait de bewijslast om; het is niet aan de eiser om het deloyaal karakter van het optreden van de verbalisanten te bewijzen, maar wel aan het openbaar ministerie om in het concrete geval te bewijzen dat het bewijs loyaal is verkregen.
  4. Het middel voert miskenning aan van de regels inzake de bewijslast, zonder te preciseren welke regel is miskend. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
  5. Het bestreden vonnis oordeelt niet dat de eiser het bewijs moet leveren dat de verbalisanten deloyaal hebben gehandeld. Het oordeelt wel dat de rechtbank over geen enkel element beschikt dat zou aantonen dat de verbalisanten bij hun vaststellingen deloyaal zouden hebben gehandeld en dat de verdediging dit niet aannemelijk maakt met concrete en objectiveerbare gegevens (p. 16, 17, 19, 20 en 22). In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  6. Een opsporingsambtenaar wordt vermoed bij zijn opsporingshandelingen loyaal te handelen.
  7. Een beklaagde die voorhoudt dat een opsporingsambtenaar bij zijn vaststellingen deloyaal heeft gehandeld, kan niet volstaan met een enkele bewering of een veronderstelling. Hij dient die aanvoering enigszins aannemelijk te maken. Indien hij daarin slaagt dient het openbaar ministerie de enigszins aannemelijk gemaakte aanvoering te weerleggen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 130,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 20 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210420.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221108.2N.10 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250624.2N.45 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170502.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.3 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241217.2N.23 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.