id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210423.1N.6 Rolnummer: C.19.0502.N Zaak: NV ALINSO GROUP contra DE VLAAMSE WATERWEG Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-08-20 Raadplegingen: 1545 - laatst gezien 2026-06-19 00:42 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210423.1N.6 Fiche Belang in de zin van artikel 17 Gerechtelijk wetboek bestaat uit het materieel of moreel voordeel, hoe gering ook, dat degene die de vordering instelt, op het ogenblik van de rechtsingang mag verwachten en waardoor zijn bestaande rechtstoestand gewijzigd en verbeterd kan worden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Belang - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0502.N ALINSO GROUP nv, met zetel te 9052 Gent (Zwijnaarde), Nederzwijnaarde 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0888.727.856, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- DE VLAAMSE WATERWEG nv, met zetel te 3500 Hasselt, Havenstraat 44, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0216.173.309, eerste verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest,
- MANAGEMENT SOURCE bv, met zetel te 2200 Herentals, Diamantstraat 8/214, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0841.141.834,
- ALDAVER nv, met zetel te 8460 Oudenburg, Stationsstraat 30, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0436.892.849,
- KADE VHG bv, met zetel te 8460 Oudenburg, Stationsstraat 30, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0657.743.637,
- TIJARM bv, met zetel te 2200 Herentals, Diamantstraat 8/214, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0656.996.341, tweede tot vijfde verweersters, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de verweersters woonplaats kiezen, mede inzake
- A. V. D. B. & ZONEN nv,
- B. V. D. B. nv, tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 juni
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 18 februari 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Vierde onderdeel Ontvankelijkheid
- De eerste verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het onderdeel komt op tegen een feitelijke beoordeling van de appelrechters.
- Het onderzoek van de grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden onderscheiden van het onderzoek van het middel zelf. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
- Krachtens artikel 17 Gerechtelijk Wetboek kan de vordering niet worden toegelaten indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te stellen. Belang in de zin van deze wetsbepaling bestaat uit het materieel of moreel voordeel, hoe gering ook, dat degene die de vordering instelt, op het ogenblik van de rechtsingang mag verwachten en waardoor zijn bestaande rechtstoestand gewijzigd en verbeterd kan worden.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de rechtsvoorganger van de eerste verweerster eigenaar is van een aantal percelen grond in het noordelijke gedeelte van een regionaal bedrijventerrein te Zwijnaarde; - het bedoelde gebied is voorbehouden voor de ontwikkeling van watergebonden logistieke activiteiten en voor kennisbedrijvigheid; - de rechtsvoorganger van de eerste verweerster kandidaten opriep voor de ont-wikkeling van het gebied met de bedoeling een of meerdere grote internationale watergebonden spelers aan te trekken voor uitstraling, duurzaamheid en toegevoegde waarde; - de oproep gebeurde met het oog op verlening van een concessie op lange termijn met betrekking tot de bedoelde percelen; - verschillende kandidaten, waaronder de eiseres, projectvoorstellen indienden; - het projectvoorstel van de eiseres niet is aangenomen; - de rechtsvoorganger van de eerste verweerster vier afzonderlijke concessie-overeenkomsten heeft gesloten met de tweede tot en met vijfde verweersters; - de eiseres is overgegaan tot dagvaarding van de rechtsvoorganger van de eerste verweerster en haar medecontractanten teneinde vooreerst bij wijze van voorlopige dwangsommaatregel het volledige gunningsdossier te doen overleggen en vervolgens de concessieovereenkomsten te doen nietig verklaren; - de eiseres aanvoert dat een of meerdere fundamentele beginselen inzake het gunnen van domeinconcessies met voeten is getreden; - de eiseres meer precies aanvoert dat de litigieuze concessieovereenkomsten zijn tot stand gekomen met miskenning van het transparantiebeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van non-discriminatie; - de eiseres verder stelt dat de rechtsvoorganger van de eerste verweerster de concessies op willekeurige beoordelingsgronden heeft toegekend en dat de litigieuze concessieovereenkomsten zijn gesloten in strijd met de openbare orde en de goede zeden en bijgevolg moeten worden nietig verklaard; - de vordering van de eiseres steun vindt in het algemene verbintenissenrecht en in essentie erop is gericht de geldigheid van de litigieuze concessie-overeenkomsten aan te vechten; - de eiseres daarbij de schending inroept van concrete en precieze subjectieve rechten; - de burgerlijke rechter rechtsmacht heeft om de door een bestuur bij de uitoefening van discretionaire bevoegdheden begane onrechtmatigheden vast te stellen; - een kandidaat voor het verkrijgen van een concessie geen subjectief recht heeft om de concessie te verkrijgen maar wel een subjectief recht dat bij de behandeling van zijn kandidatuur het transparantiebeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van non-discriminatie in acht worden genomen; - de eiseres niettemin belang ontbeert bij haar vordering die niet ertoe strekt om een schadevergoeding te verkrijgen maar enkel om de litigieuze concessie-overeenkomsten te doen nietig verklaren; - immers geenszins blijkt dat de eiseres, zelfs in geval van nietigverklaring van de concessieovereenkomsten, een reële kans maakt op het verkrijgen van de concessie; - die kans er pas zou kunnen komen indien de rechtsvoorganger van de eerste verweerster, na de nietigverklaring van de concessieovereenkomsten, een nieuwe oproep zou doen met het oog op verlening van een concessie met betrekking tot de bedoelde percelen, wat onzeker is; - die oproep niet zou volgen uit een nietigverklaring van de concessie-overeenkomsten maar uit een nieuwe beslissing van de rechtsvoorganger van de eerste verweerster, waarbij de eiseres als kandidaat in samenloop zou komen met andere kandidaten; - anders dan de eerste rechter, die de vordering wel ontvankelijk verklaarde, niet kan worden aangenomen dat, zelfs in geval van nietigverklaring van de concessieovereenkomsten geen nieuwe gunningsprocedure zou worden opgestart, de eiseres op economisch, financieel of concurrerend vlak belang erbij heeft dat de concessieovereenkomsten uit het rechtsverkeer verdwijnen.
- De appelrechters die met voormelde redenen slechts te kennen geven dat het onzeker is dat de eiseres na de nietigverklaring van de concessieovereenkomsten de beoogde concessie zal verwerven maar dit niet uitsluiten, verantwoorden hun beslissing dat de vordering van de eiseres bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is, niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 23 april 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210423.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210423.1N.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240229.1N.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250228.1N.4 ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.933 ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.934 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div