← België

E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021

Art. 48

, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Wegverkeer - Artikel 48, eerste lid, 2° Wegverkeerswet - Schuldigverklaring - Verplichting tot het afleggen van herstelproeven - Kennisgeving - Vaststelling - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 48

, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 3 - 6 Het voor het vaststellen van de toestand van herhaling vereiste bewijs van een vroegere veroordeling die kracht van gewijsde heeft, wordt in de regel geleverd door een door de griffier uitgereikt afschrift van de veroordelende beslissing of uittreksel met de vermelding dat die beslissing kracht van gewijsde heeft; het bewijs van het bestaan van een vroegere veroordeling en van het kracht van gewijsde hebben van die beslissing kan door het openbaar ministerie evenwel ook met andere middelen worden geleverd, waarbij de rechter de afwezigheid van betwisting door de beklaagde in aanmerking kan nemen

(1).
(1)Cass. 12 november 2019, AR P.19.0772.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191112.4, RABG 2020, afl. 8, 688-704, noot VAN VOLSEM, F. Thesaurus CAS: HERHALING Vrije woorden: Wegverkeer - Artikel 48, tweede lid, Wegverkeerswet - Vroegere veroordeling - Kracht van gewijsde - Bewijs - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 48

, tweede lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Wegverkeer - Artikel 48, tweede lid, Wegverkeerswet - Toestand van herhaling - Vroegere veroordeling - Kracht van gewijsde - Voorwaarden - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 48

, tweede lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Artikel 48, tweede lid, Wegverkeerswet - Toestand van herhaling - Vroegere veroordeling - Kracht van gewijsde - Voorwaarden - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 48

, tweede lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 48 Vrije woorden: Artikel 48, tweede lid, Wegverkeerswet - Toestand van herhaling - Vroegere veroordeling - Kracht van gewijsde - Voorwaarden - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 48, tweede lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr.

P.21.0061.N O. E. F., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman Jean-Christophe De Block, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 10 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt dat de eiser op het ogenblik van de feiten onder meer de proeven opgelegd met een eerder in kracht van gewijsde getreden vonnis van de politierechtbank te Vilvoorde van 4 oktober 2010 nog niet met succes heeft afgelegd; uit de feitelijke omstandigheden en de procedurele stukken blijkt niet dat aan de eiser was kennisgegeven dat er herstelproeven werden opgelegd; uit een attest van de griffie blijkt niet met zekerheid dat de eiser kennis heeft gekregen van het feit dat hij werd onderworpen aan herstelproeven.
  3. Een schuldigverklaring aan het door artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf vereist niet dat bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie de rechter uitdrukkelijk vaststelt dat de beklaagde kennis heeft gekregen van de verplichting herstelproeven af te leggen. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 48, tweede lid, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis stelt de toestand van bijzondere herhaling vast door te verwijzen naar een vonnis van de Franstalige correctionele rechtbank Brussel van 29 juni 2016 dat oordeelt dat het hoger beroep tegen een vonnis van de Franstalige politierechtbank Brussel van 23 juni 2015 onontvankelijk is wegens laattijdigheid; geen eensluidend afschrift noch een kopie van het vonnis van 23 juni 2015 werd aan het strafdossier gevoegd; de loutere vaststelling dat die beslissing in kracht van gewijsde is getreden op het ogenblik van de nieuwe feiten volstaat niet om te bewijzen dat die beslissing op dat ogenblik ook definitief is; bovendien blijkt uit het strafdossier dat verzet werd aangetekend tegen dit vonnis; geen kopie noch een eensluidend afschrift van dit vonnis op verzet van 19 oktober 2016 werd gevoegd aan dit strafdossier; het bestaan van dit vonnis blijkt enkel uit een handgeschreven attest van de griffie van 13 maart
  5. Het voor het vaststellen van de toestand van herhaling vereiste bewijs van een vroegere veroordeling die kracht van gewijsde heeft, wordt in de regel geleverd door een door de griffier uitgereikt afschrift van de veroordelende beslissing of uittreksel met de vermelding dat die beslissing kracht van gewijsde heeft. Het bewijs van het bestaan van een vroegere veroordeling en van het kracht van gewijsde hebben van die beslissing kan door het openbaar ministerie evenwel ook met andere middelen worden geleverd, waarbij de rechter de afwezigheid van betwisting door de beklaagde in aanmerking kan nemen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Het bestreden vonnis oordeelt dat uit het vonnis van de Franstalige correctionele rechtbank Brussel van 29 juni 2016 blijkt dat de eiser in een vonnis van de politierechtbank van 23 juni 2015 werd veroordeeld wegens een inbreuk op artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet, dat deze veroordeling in kracht van gewijsde is getreden, aangezien het hoger beroep van de eiser in voormeld vonnis bij verstek onontvankelijk werd verklaard wegens laattijdigheid en dat het latere verzet van de eiser tegen dit verstekvonnis ongedaan werd verklaard. Het besluit vervolgens dat deze eerdere veroordeling definitief is en dat de huidige feiten van 16 juni 2018 binnen drie jaar vanaf de dag van de uitspraak van het vorige veroordelend vonnis werden gepleegd. Met deze redenen verantwoordt het bestreden vonnis naar recht de beslissing dat de eiser zich in een toestand van herhaling bevindt, zoals bedoeld in artikel 48, tweede lid, Wegverkeerswet. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel
  7. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de appelrechters motiveren hun beslissing op basis van elementen die niet blijken uit het strafdossier, zoals aangehaald in het eerste en het tweede middel; het bestreden vonnis is dan ook niet regelmatig met redenen omkleed en de wettigheid van de beslissing kan niet worden nagegaan.
  8. Het middel is afgeleid uit de vergeefs met het eerste en tweede middel aangevoerde onwettigheden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
  10. Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep tegen de beslissing op de strafvordering, verkrijgt deze beslissing kracht van gewijsde. Het cassatieberoep ingesteld tegen de beslissing waarbij eisers onmiddellijke aanhouding wordt bevolen, heeft derhalve geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 27 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170425.3 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191112.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241231.2N.28 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.