← België

O.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.10 Rolnummer: P.21.0234.N Zaak: O. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-05-03 Raadplegingen: 705 - laatst gezien 2026-06-19 23:35 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de bepalingen van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek, volgt dat wanneer de rechter vaststelt dat aan twee misdrijfomschrijvingen eenzelfde feit ten grondslag ligt, hij slechts kan veroordelen voor de misdrijfomschrijving die de zwaarste straf bepaalt; of aan twee misdrijfomschrijvingen eenzelfde feit ten grondslag ligt, wordt onaantastbaar in feite beoordeeld door de rechter, maar het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: STRAF - SAMENLOOP - Eéndaadse Vrije woorden: Enig feit - Meerdere misdrijven - Slechts één straf - Toepassing Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 65, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Eendaadse samenloop - Enig feit - Meerdere misdrijven - Beoordeling - Toezicht door het Hof - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 65, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0234.N M. O., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Gunter Fransis, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 21 januari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het bestreden vonnis verklaart het hoger beroep van de eiser ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 65, eerste lid, Strafwetboek.
  3. Artikel 65, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat wanneer eenzelfde feit verscheidene misdrijven oplevert alleen de zwaarste straf wordt uitgesproken.
  4. Uit die bepaling volgt dat wanneer de rechter vaststelt dat aan twee misdrijfomschrijvingen eenzelfde feit ten grondslag ligt, hij slechts kan veroordelen voor de misdrijfomschrijving die de zwaarste straf bepaalt.
  5. Of aan twee misdrijfomschrijvingen eenzelfde feit ten grondslag ligt, wordt onaantastbaar in feite beoordeeld door de rechter. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  6. De eiser wordt in de voorliggende zaak vervolgd om te Leuven op 1 april 2020 zich te hebben schuldig gemaakt aan het besturen van een voertuig spijts het tegen hem uitgesproken verval (inbreuk op artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet, in een toestand van herhaling als bedoeld door artikel 48, tweede lid, Wegverkeerswet) (telastlegging A) en aan het zonder het bij artikel 38, § 3, Wegverkeerswet voorgeschreven onderzoek met goed gevolg te hebben ondergaan op de openbare weg een motorvoertuig te hebben bestuurd (inbreuk op artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet, in een toestand van herhaling als bedoeld door artikel 48, tweede lid, Wegverkeerswet) (telastlegging B).
  7. De appelrechters stellen vast dat: - op 1 april 2020 omstreeks 11.10 u de verbalisanten te L... op de ... een motorvoertuig kruisten, waarbij zij de eiser herkenden als be¬stuurder; - volgens de vaststellingen van de verbalisanten de eiser met de wagen van zijn moeder reed, hoewel hij reeds eerder levenslang vervallen was verklaard van het recht tot het sturen en hij de herstelexamens en -onderzoeken waartoe hij voordien was veroordeeld niet met gunstig gevolg had afgelegd; - de verbalisanten de eiser hebben geïntercepteerd, hij verklaarde dat zijn moeder ziek was en herstellende van een operatie en de moeder van de eiser verklaarde dat zij haar voertuig aan de eiser had toevertrouwd om medicijnen te halen, alsook goederen te vervoeren.
  8. Uit die vaststellingen volgt dat wordt aangenomen dat aan de misdrijfomschrijvingen van de telastleggingen A en B, waaraan de eiser is schuldig verklaard, eenzelfde feit ten grondslag ligt. De appelrechters konden dan ook voor de telastleggingen A en B geen afzonderlijke straffen opleggen. Door dit toch te doen schenden ze de vermelde wetsbepaling. Omvang van de cassatie
  9. De vernietiging van de beslissing over de straffen, de bijdragen, de vergoeding en de kosten leidt tevens tot de vernietiging van de beslissing waarbij de onmiddellijke aanhouding van de eiser is bevolen, die er een gevolg van is. Middelen
  10. De middelen die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing behoeven geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behoudens in zoverre dit het hoger beroep van de eiser ontvankelijk verklaart en het de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 132,06 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 27 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240917.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.