ergi Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-05-03 Raadplegingen: 898 - laatst gezien 2026-06-20 00:15 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 2bis, § 3, b,
, Drugswet stelt onder meer strafbaar degenen die, in het kader van een vereniging, voorbereidende handelingen stellen met het oog op de verbouw van planten waaruit cannabis kan worden getrokken
daaronder kan het helpen bij de opbouw van een cannabisplantage vallen
verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen
antiseptica
van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 2bis, § 3, b,
- 01 ELI link Pub nr 1921022450 Fiches 2 - 4 De rechter oordeelt onaantastbaar of het helpen bij de opbouw van een cannabisplantage een daad van deelneming aan de verbouw van cannabisplanten is, dan wel een voorbereidende handeling daartoe; het Hof gaat
kel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Vrije woorden: Teelt van cannabis - Voorbereidende handeling - Daad van deelneming aan de teelt van cannabis - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Verdovende middelen - Teelt van cannabis - Voorbereidende handelingen - Daad van deelneming aan de teelt van cannabis - Beoordeling door de rechter - Toezicht door het Hof - Draagwijdte Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING Vrije woorden: Verdovende middelen - Teelt van cannabis - Voorbereidende handeling - Daad van deelneming - Beoordeling door de rechter - Toezicht door het Hof - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. P.21.0080.N M. A., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Christian Clement, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Haantjeslei 69A, waar de eiser woonplaats kiest, tegen IVEKA, intercommunale vereniging voor de
ergiedistributie in de Kempen
het Antwerpse, met zetel te 2300 Turnhout, Koningin Elisabethlei 38, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 23 december
, Drugwet stelt onder meer strafbaar degenen die, in het kader van een vereniging, voorbereidende handelingen stellen met het oog op de verbouw van planten waaruit cannabis kan worden getrokken. Daaronder kan het helpen bij de opbouw van een cannabisplantage vallen. 5. De rechter oordeelt onaantastbaar of dergelijke hulp een daad van deelneming aan de verbouw van cannabisplanten is, dan wel een voorbereidende handeling daartoe. Het Hof gaat
kel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. 6. Het arrest oordeelt dat de invoering van de strafbaarstelling van artikel 2bis, § 6, Drugwet geen afbreuk doet aan de bestaande strafbaarstellingen, alsook: "[De eiser] betwist niet dat hij noodzakelijke hulp of bijstand heeft verleend bij de opbouw van de cannabisplantage. Bijgevolg staat eveneens vast dat [de eiser] effectief noodzakelijke hulp of bijstand heeft verleend bij de teelt van cannabis in deze cannabisplantage, in het kader van een vereniging (cf. tenlastelegging A), alsook bij de diefstal van elektriciteit gerelateerd met deze cannabisplantage (cf. tenlastelegging C)
dat bijgevolg zijn schuld als mededader in de zin van artikel 66 van het Strafwetboek aan deze feiten, zoals in concreto gepleegd, bewezen is. (...) Het mededaderschap van [de eiser] aan de misdrijven vermeld in tenlasteleggingen A
C staat vast, waarbij [de eiser] anders dan door hem aangevoerd, niet louter voorbereidende handelingen heeft gesteld in de zin van artikel 2bis, §6 Drugswet maar noodzakelijke hulp of bijstand heeft verleend bij de teelt van cannabis in vereniging." Op grond van die redenen kan het arrest de eiser wettig veroordelen voor het feit van de telastlegging A, gekwalificeerd als mededaderschap van cannabisteelt. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel 7. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet
artikel 66 Strafwetboek: het arrest veroordeelt de eiser als mededader van de diefstal van elektriciteit; het arrest stelt weliswaar vast dat de eiser noodzakelijke hulp heeft verleend bij de opbouw van de plantage, maar het omschrijft niet op welke wijze de eiser wetens
willens
ige noodzakelijke hulp zou hebben verleend bij de aftakking van de elektriciteitskast; het arrest oordeelt ten onrechte dat de hulp van de eiser bij de opbouw van de plantage het bewijs oplevert van zijn mededaderschap aan diefstal van elektriciteit
laat na de constitutieve bestanddelen van dat misdrijf af te toetsen aan eisers handelingen. 8. Het arrest oordeelt onder meer dat de aftakking van elektriciteit noodzakelijkerwijze samengaat met de opbouw van een cannabisplantage, dat de uitgebreide elektrische installatie duidelijk zichtbaar was in de gang tussen de kweekruimtes
dat een sigarettenpeuk met DNA van de eiser is aangetroffen bovenop een transformator die deel uitmaakte van de elektrische installatie van de cannabisplantage die werkte met gestolen elektriciteit, wat bevestigt dat hij weet had van de manipulaties met het oog op de diefstal van elektriciteit. Het arrest oordeelt verder: "De voorgaande elementen, in hun onderlinge samenhang beschouwd, leveren het bewijs dat [de eiser] door zijn hulp bij de opbouw van de plantage wetens
willens noodzakelijke hulp of bijstand heeft verleend bij de diefstal van elektriciteit, zodat zijn schuld aan de feiten van de tenlastelegging C, bewezen is." Met die redenen geven de appelrechters te kennen dat het feit dat de eiser heeft geholpen bij de opbouw van de cannabisplantage in de omstandigheden die zij vaststellen, volstaat om te oordelen dat de eiser met kennis van zaken
wetens
willens noodzakelijke hulp heeft verleend voor de diefstal van de elektriciteit, zodat zijn deelneming aan dat misdrijf vaststaat zonder dat hij daarvoor nog verdere handelingen moest stellen. Aldus is de beslissing regelmatig met redenen omkleed
naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen
de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 123,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman
Eric Van Dooren,
in openbare rechtszitting van 27 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180410.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221115.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.