id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021
Art. 63
- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 63 Vrije woorden: Alcoholintoxicatie - Bloedproef - Toepassing van de criteria inzake de uitsluiting van onregelmatig verkregen bewijs - Betrouwbaarheid van het bewijs - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 63
- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BLOEDPROEF Vrije woorden: Rijden in staat van alcoholintoxicatie - Bewijsvoering - Toepassing van de criteria inzake de uitsluiting van onregelmatig verkregen bewijs - Betrouwbaarheid van het bewijs - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 63
- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Wegverkeer - Wegverkeerswet - Alcoholintoxicatie - Bloedproef - Toepassing van de criteria inzake de uitsluiting van onregelmatig verkregen bewijs - Betrouwbaarheid van het bewijs - Beoordeling - Toezicht door het Hof - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 63- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr.
P.21.0015.N D. C. E. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bob Boogaers, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2460 Kasterlee (Lichtaart), Olensteenweg 24, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, van 19 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en artikel 63, § 1, Wegverkeerswet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende de eerbiediging van het recht van verdediging: het bestreden vonnis is niet naar recht verantwoord; het rijden in staat van alcoholintoxicatie is een wanbedrijf waarvan het bewijs bij wet wordt gereglementeerd wanneer het wordt geleverd door een adem- of bloedanalyse; na te hebben vastgesteld dat de bloedproef op onregelmatige wijze werd verkregen, besluiten de appelrechters ten onrechte dat het aldus verkregen bewijs betrouwbaar is zonder na te gaan of de kwaliteit van het bewijs met betrekking tot de alcoholintoxicatie al dan niet is aangetast (eerste onderdeel); zij gaan evenmin na of het bewijs met betrekking tot de alcoholintoxicatie niet werd aangetast door het niet-uitvoeren van het ter zake wettelijk voorgeschreven bewijsmiddel, met name een ademanalyse; de in artikel 63 Wegverkeerswet opgenomen rangorde van het wettelijk gereglementeerd bewijs betreft immers de intrinsieke kwaliteit van het bewijs aangaande de alcoholintoxicatie (tweede onderdeel).
- Krachtens artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering is een onregelmatig verkregen bewijs slechts nietig en dient het bijgevolg te worden uitgesloten indien de naleving van de betrokken vormvoorwaarden wordt voorgeschreven op straffe van nietigheid, de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, of het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.
- Die bepaling maakt geen onderscheid naargelang het bewijs vrij wordt geleverd dan wel bijzonder bij wet is geregeld. Ook de miskenning van een voorschrift van het wettelijk geregelde bewijs inzake alcoholintoxicatie dient aan de voormelde criteria te worden getoetst om al dan niet tot de uitsluiting van het onregelmatig verkregen bewijs te besluiten.
- Artikel 63, § 1, Wegverkeerswet bepaalt onder welke voorwaarden een bloedproef kan worden opgelegd. De naleving van die voorwaarden is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid. De niet-naleving van de voorwaarden tast niet noodzakelijk de betrouwbaarheid aan van de analyse van een in strijd met de voorwaarden afgenomen bloedproef en het gebruik van die analyse impliceert niet noodzakelijk een miskenning van het recht op een eerlijk proces.
- Het staat aan de rechter onaantastbaar te oordelen of de niet-naleving van de in artikel 63 Wegverkeerswet bepaalde voorwaarden de betrouwbaarheid van het onrechtmatig verkregen bewijs daadwerkelijk aantast dan wel of het gebruik ervan het recht op een eerlijk proces miskent. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Met eigen redenen en met overname van de redenen van het beroepen vonnis oordelen de appelrechters als volgt: - het bewijs door de bloedanalyse is op zich onregelmatig verkregen; - het blijkt niet, noch wordt voorgehouden, dat bij de afname van de bloedproef of bij de erop volgende analyse van het bloed, enige regel werd geschonden die gaat over de intrinsieke kwaliteit van de bloedproef als bewijsmiddel; - het komt erop neer dat wanneer de bloedproef als bewijsmiddel wordt aangewend, de regels die erover waken dat de bloedproef een correct resultaat geeft, moeten zijn gerespecteerd, wat hier het geval is; - de bloedproef is op zich een afdoende betrouwbaar bewijsmiddel om het gebruik van (een bepaalde hoeveelheid) alcohol door een bestuurder van een voertuig te doen blijken; - de eiser heeft, nadat hij kennis kreeg van het resultaat van de bloedproef, zijn recht van verdediging kunnen doen gelden door een tegenanalyse te vragen; - de onregelmatigheid (bloedproef zonder dat voldaan was aan de voorwaarden voor het opleggen) tast de betrouwbaarheid van het bewijs niet aan; het is niet omdat de politie eerst een ademanalyse had moeten proberen of minstens had moeten aangeven waarom die niet mogelijk was, dat de bloedproef op zich een onbetrouwbaar resultaat zou hebben gegeven; - er kan dan ook niet worden gesteld dat de kwaliteit van de bloedproef op zich is aangetast omdat er (in strijd met de voorgeschreven procedure) geen ademanalyse is geweest; - er is geen aanwijzing dat de onregelmatigheid op zich opzettelijk zou zijn begaan, wat de eiser, zelf politieman, ook niet voorhoudt; - de eiser was volgens de aanvankelijke inlichtingen in elk geval ernstig gewond en de verbalisanten hebben ten tijde van de feiten nagelaten te focussen op de vraag of die verwondingen nu al dan niet verhinderden dat er een ademanalyse zou worden afgelegd, wat een onachtzaamheid is die niet onverschoonbaar is; - de ademanalyse en de regel dat de ademanalyse het eerste bewijsmiddel moet zijn (in plaats van de bloedproef) werd ingevoerd in het algemeen belang, met name om de pakkans met betrekking tot alcohol in het verkeer te verhogen. De miskenning van de regel raakt niet aan een specifiek individueel belang. Op grond van die redenen, waaruit blijkt dat de appelrechters wel degelijk de impact van de onregelmatigheid op de kwaliteit van het bewijs hebben onderzocht, kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de vastgestelde onregelmatigheid de betrouwbaarheid van de bloedanalyse niet heeft aangetast en dat het gebruik ervan het recht op een eerlijk proces van de eiser niet heeft miskend. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 27 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140514.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div