id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021
Art. 28s
exies, § 4 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 420
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van Inbeschuldigingstelling - Verzoek tot opheffing van een opsporingshandeling - Hoger beroep - Beslissing van de Kamer van Inbeschuldigingstelling - Geen eindbeslissing - Voorziening - Ontvankelijkheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 28s
exies, § 4 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 420
, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 Er bestaat slechts een geschil inzake bevoegdheid in de zin van artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering, wanneer de rechter die kennisneemt van de strafvordering zich bevoegdheden van een andere rechter toe-eigent dan wel zich onbevoegd verklaart, waardoor een geschil over nationale rechtsmacht ontstaat dat de rechtsgang belemmert en waaraan slechts met een regeling van rechtsgebied een einde kan worden gesteld; de vraag of er sprake is van een beslissing inzake bevoegdheid in de zin van deze bepaling moet niet worden beslecht aan de hand van de benaming die partijen aan hun betwisting hebben gegeven of die door het rechtscollege wordt gehanteerd, maar aan de hand van het werkelijk voorwerp ervan
(1).
(1)Zie Cass. 15 februari 2017, AR P.16.0821.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170215.1, AC 2017, nr. 109, Cass. 5 november 2013, AR P.13.0834.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131105.14, AC 2013, nr. 579, Cass. 20 april 2010, AR P.09.1750.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100420.2, AC 2010, nr. 265, Cass. 3 april 2007, AR P.07.01324.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071114.7, AC 2007, nr. 169, Cass. 9 januari 2007, AR P.06.1430.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070109.5, AC 2007, nr. 13, Cass. 21 maart 2006, AR P.05.1701.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060321.5, AC 2006, nr. 164, Cass. 30 oktober 2001, AR P.01.1259.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011030.13, AC 2001, nr. 584. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Geschil inzake bevoegdheid Vrije woorden: Beoordeling - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 420
, tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Geschil inzake bevoegdheid Vrije woorden: Beoordeling - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 420
, tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 5 - 7 Het arrest dat oordeelt dat de Belgische gerechtelijke autoriteiten krachtens artikel 3 Strafwetboek bevoegd zijn voor de vervolging van de misdrijven die het voorwerp uitmaken van het onderzoek aangezien de in België en in het buitenland te situeren feiten een ondeelbaar geheel vormen en het volstaat dat één van de constitutieve bestanddelen in België is gelokaliseerd, neemt met dat oordeel, ondanks het gebruik van het begrip bevoegdheid, geen beslissing inzake bevoegdheid als bedoeld door artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering
(1).
(1)Zie Cass. 15 februari 2017, AR P.16.0821.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170215.1, AC 2017, nr. 109, Cass. 5 november 2013, AR P.13.0834.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131105.14, AC 2013, nr. 579, Cass. 20 april 2010, AR P.09.1750.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100420.2, AC 2010, nr. 265, Cass. 3 april 2007, AR P.07.01324.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071114.7, AC 2007, nr. 169, Cass. 9 januari 2007, AR P.06.1430.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070109.5, AC 2007, nr. 13, Cass. 21 maart 2006, AR P.05.1701.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060321.5, AC 2006, nr. 164, Cass. 30 oktober 2001, AR P.01.1259.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011030.13, AC 2001, nr. 584. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Geschil inzake bevoegdheid Vrije woorden: Beslissing met betrekking tot de rechtsmacht van de Belgische gerechtelijke autoriteiten - Begrip Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek
Art. 420
, tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van Inbeschuldigingstelling - Verzoek tot opheffing van een opsporingshandeling - Hoger beroep - Kamer van Inbeschuldigingstelling - Geschil inzake bevoegdheid - Beslissing met betrekking tot de rechtsmacht van de Belgische gerechtelijke autoriteiten - Begrip Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek
Art. 420
, tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Geschil inzake bevoegdheid Vrije woorden: Verzoek tot opheffing van een opsporingshandeling - Hoger beroep - Kamer van Inbeschuldigingstelling - Beslissing met betrekking tot de rechtsmacht van de Belgische gerechtelijke autoriteiten - Begrip Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek
Art. 420, tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.21.0274.N
- MAVEN ASSET MANAGEMENT Ltd, met kantoor te VG-Tortola (Britse Maagdeneilanden), Road Town, Pasea Estate, Morgan & Morgan Building,
- S. S.,
- S. S.,
- B. S., verzoekers tot opheffing van een opsporingshandeling, eisers, met als raadslieden mr. Vincent Vercauteren en mr. Christophe Dillen, beiden advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2600 Antwerpen (Berchem), Grotesteenweg 214 bus 4, waar de eisers woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 december
- De eiseres 1 voert geen middel aan. De eisers 2 tot en met 4 voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Volgens artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan tegen voorbereidende beslissingen en beslissingen van onderzoek slechts cassatieberoep worden ingesteld na het eindarrest of eindvonnis.
- Een arrest dat uitspraak doet over het beroep dat een verzoeker tot opheffing van een opsporingshandeling overeenkomstig artikel 28sexies, § 4, Wetboek van Strafvordering heeft ingesteld bij de kamer van inbeschuldigingstelling, is geen eindarrest in de zin van de vermelde bepaling.
- Volgens artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering kan onmiddellijk cassatieberoep worden ingesteld tegen de beslissingen inzake bevoegdheid.
- De eisers 2 tot en met 4 voeren in hun memorie aan dat aangezien het arrest oordeelt over de bevoegdheid van de Belgische autoriteiten om beslag te leggen op vermogensvoordelen er een beslissing is inzake bevoegdheid in de zin van artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering.
- Er bestaat slechts een geschil inzake bevoegdheid in de zin van artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering, wanneer de rechter die kennisneemt van de strafvordering zich bevoegdheden van een andere rechter toe-eigent dan wel zich onbevoegd verklaart, waardoor een geschil over nationale rechtsmacht ontstaat dat de rechtsgang belemmert en waaraan slechts met een regeling van rechtsgebied een einde kan worden gesteld.
- De vraag of er sprake is van een beslissing inzake bevoegdheid in de zin van deze bepaling moet niet worden beslecht aan de hand van de benaming die partijen aan hun betwisting hebben gegeven of die door het rechtscollege wordt gehanteerd, maar aan de hand van het werkelijk voorwerp ervan.
- Het arrest oordeelt dat de Belgische gerechtelijke autoriteiten krachtens artikel 3 Strafwetboek bevoegd zijn voor de vervolging van de misdrijven die het voorwerp uitmaken van het onderzoek aangezien de in België en in het buitenland te situeren feiten een ondeelbaar geheel vormen en het volstaat dat één van de constitutieve bestanddelen in België is gelokaliseerd. Met dat oordeel neemt het arrest, ondanks het gebruik van het begrip bevoegdheid, geen beslissing inzake bevoegdheid als bedoeld door artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering.
- De cassatieberoepen zijn wegens voorbarigheid niet ontvankelijk. Middel
- Het middel van de eisers 2 tot en met 4 dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van hun cassatieberoepen, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 35,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 27 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240124.2F.6 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250409.2F.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251021.2N.17 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011030.13 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060321.5 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070109.5 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071114.7 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100420.2 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131105.14 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170215.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230203.BSAV.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div