id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.9 Rolnummer: P.21.0013.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige - Belastingrecht Invoerdatum: 2021-05-03 Raadplegingen: 989 - laatst gezien 2026-06-18 20:16 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 In de regel moet de rechter de impact op het eerlijk proces van het niet-horen op de rechtszitting van een getuige die tijdens het vooronderzoek een belastende verklaring heeft afgelegd, beoordelen aan de hand van elk van de drie criteria, gehanteerd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, en nagaan of (
(1)Zie Cass. 23 maart 2021, AR P.20.1125.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210323.2N.13, AC 2021, nr. 213, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210323.2N.13; Cass. 15 december 2020, AR P.20.0946.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 15 september 2020, AR P.20.0137.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 8 september 2020, AR P.20.0486.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.25, AC 2020, nr. 508; Cass. 21 november 2017, AR P.17.0410.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171121.7, AC 2017, nr. 662; Cass. 30 mei 2017, AR P.17.0322.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.10, arrest niet gepubliceerd; Cass. 2 mei 2017, AR P.17.0290.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170502.4, AC 2017, nr. 303; Cass. 31 januari 2017, AR P.16.0970.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170131.4, AC 2017, nr. 73 met concl. van advocaat-generaal R. MORTIER; EHRM 14 juni 2016, Riahi t. België. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen Vrije woorden: Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige à charge op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige à charge op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige à charge op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.d - Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige à charge op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 5 - 8 Het enkele gegeven dat er geen feitelijk of juridisch beletsel bestaat om de getuige die een belastende verklaring tijdens het vooronderzoek heeft afgelegd, ter rechtszitting te horen, verplicht de rechter niet om een daartoe strekkend verzoek van een beklaagde steeds in te willigen; de rechter kan dat verzoek verwerpen indien het niet horen van de getuige de waarheidsvinding niet in het gedrang brengt of er daarvoor voldoende compenserende factoren aanwezig zijn. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen Vrije woorden: Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige à charge op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Afwezigheid van een feitelijk of juridisch beletsel - Gevolgen Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige à charge op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Afwezigheid van een feitelijk of juridisch beletsel - Gevolgen Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige à charge op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Afwezigheid van een feitelijk of juridisch beletsel - Gevolgen Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.d - Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige à charge op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Afwezigheid van een feitelijk of juridisch beletsel - Gevolgen Fiches 9 - 12 Niet elke getuige die een belastende verklaring tegen de beklaagde heeft afgelegd moet ter rechtszitting worden gehoord maar dit is enkel vereist wanneer die verklaring doorslaggevend is voor het resultaat van de zaak; of dat het geval is, moet worden bepaald aan de hand van het belang dat de rechter aan de belastende verklaring hecht binnen het geheel van de redenen waarop zijn beslissing over de schuldigverklaring steunt, maar het enkele feit dat in die redenen wordt verwezen naar die verklaring volstaat niet om ze als doorslaggevend te aanzien, wanneer blijkt dat andere doorslaggevende bewijselementen aan de beslissing ten grondslag liggen. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen Vrije woorden: Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige à charge op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Doorslaggevend element waarop de schuldigverklaring steunt - Draagwijdte Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige à charge op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Doorslaggevend element waarop de schuldigverklaring steunt - Draagwijdte Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige à charge op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Doorslaggevend element waarop de schuldigverklaring steunt - Draagwijdte Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.d - Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige à charge op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Doorslaggevend element waarop de schuldigverklaring steunt - Draagwijdte Fiches 13 - 15 Het vermogensvoordeel dat voortspruit uit het misdrijf van de ontduiking van inkomstenbelastingen bestaat in het bedrag van de ontdoken inkomstenbelasting en dat bedrag kan het voorwerp uitmaken van een witwasmisdrijf, ongeacht de vermenging ervan met legaal inkomen; wanneer de vervolgde witwashandeling betrekking heeft op een breukdeel van een aldus vermengd bedrag, staat het aan de rechter, die daarover onaantastbaar oordeelt, om aan de hand van de beoordeling van alle hem voorgelegde feitelijke elementen te bepalen welk gedeelte van dat breukdeel bestaat uit ontdoken inkomstenbelasting en dus een wederrechtelijk vermogensvoordeel uitmaakt en welk gedeelte van dat breukdeel slaat op het saldo van het belastbare inkomen boven de verschuldigde inkomstenbelasting en aldus geen wederrechtelijk vermogensvoordeel uitmaakt, waarbij die gedeelten niet hoeven overeen te stemmen met het percentage van de totale ontdoken belasting op het totale inkomen waarop die belasting is verschuldigd, zonder evenwel het bedrag van de totaal ontdoken belasting te mogen overschrijden. Thesaurus CAS: HELING Vrije woorden: Witwassen - Vermogensvoordeel uit het misdrijf verkregen - Ontduiking van inkomstenbelastingen - Vermenging met legaal inkomen - Voorwerp van het witwasmisdrijf - Breukdeel van het vermengde vermogen - Beoordeling - Wijze Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Witwassen - Vermogensvoordeel uit het misdrijf verkregen - Ontduiking van inkomstenbelastingen - Vermenging met legaal inkomen - Voorwerp van het witwasmisdrijf - Breukdeel van het vermengde vermogen - Beoordeling - Wijze Thesaurus CAS: BELASTINGEN (MET DE INKOMSTENBELASTINGEN GELIJKGESTELDE) Vrije woorden: Ontduiking van inkomstenbelastingen - Vermogensvoordeel uit het misdrijf verkregen - Witwassen - Vermenging met legaal inkomen - Voorwerp van het witwasmisdrijf - Breukdeel van het vermengde vermogen - Beoordeling - Wijze Tekst van de beslissing Nr. P.21.0013.N I Y. P. J. M. O. D., beklaagde, II ZOUTE STABLES nv, beklaagde, eisers, beiden vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 2 december 2020. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel 1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.d EVRM: de appelrechters weigeren in te gaan op eisers gemotiveerde verzoek om M.F. als getuige ter rechtszitting te horen; zij steunen daarvoor enkel op het tweede en het derde criterium zoals ter zake ontwikkeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens; zij onderzoeken aldus niet het eerste criterium, namelijk of er feitelijke of juridische gronden bestaan die de afwezigheid van de getuige op de rechtszitting kunnen verantwoorden; met de enkele verwijzing naar "tal van ander bewijsmateriaal" vermelden de appelrechters bovendien niet de concrete omstandigheden waarop hun beslissing steunt; verder blijkt uit het arrest ook dat de appelrechters wel degelijk veel belang hechten aan de verklaring van F.M., ook al voegen zij eraan toe dat diens verklaring niet determinerend is; daaruit volgt dat die verklaring minstens het resultaat van de zaak heeft beïnvloed. 2. Uit artikel 6.1 en 6.3.d EVRM volgt in de regel dat het tegen een beklaagde aangevoerde bewijs hem wordt voorgelegd tijdens een openbare rechtszitting, hij dit bewijs moet kunnen tegenspreken en hem in beginsel de gelegenheid moet worden gegeven een persoon die tijdens het vooronderzoek een belastende verklaring heeft afgelegd, als getuige ter rechtszitting te ondervragen. Wezenlijk daarbij is of de strafvervolging in haar geheel beschouwd eerlijk verloopt. 3. Artikel 6.1 en 6.3.d EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, vereist dat om een belastende verklaring van een tijdens het vooronderzoek gehoorde persoon als bewijs in aanmerking te nemen, zonder dat de beklaagde de gelegenheid had die persoon als getuige op de rechtszitting te ondervragen, de rechter nagaat of: (
- i)er ernstige redenen zijn voor het niet-horen van de getuige, dit wil zeggen feitelijke of juridische gronden die de afwezigheid van de getuige op de rechtszitting kunnen verantwoorden; (
- ii)de belastende verklaring het enige of doorslaggevende element is waarop de schuldigverklaring steunt, waarbij onder doorslaggevend wordt verstaan bewijs dat dermate belangrijk is dat het aannemelijk is dat dit het resultaat van de zaak heeft bepaald; (iii) er voor het niet-kunnen ondervragen van de getuige voldoende compenserende factoren zijn met inbegrip van sterke procedurele waarborgen. Dergelijke compenserende factoren kunnen onder meer bestaan in het voorliggen van objectief bewijsmateriaal dat de inhoud van de tijdens het vooronderzoek afgelegde verklaring ondersteunt of bevestigt. 4. In de regel moet de rechter aan de hand van elk van deze criteria beoordelen welke impact het niet horen van een hier bedoelde getuige heeft op het eerlijk proces. Dit sluit evenwel niet uit dat één of twee van die criteria van dermate overwegend belang kunnen zijn dat dit volstaat om uit te maken of het strafproces in zijn geheel beschouwd al dan niet eerlijk verloopt. De rechter moet bovendien steeds de concrete omstandigheden vermelden waarop hij zijn beslissing steunt. 5. Het enkele gegeven dat er geen feitelijk of juridisch beletsel bestaat om de getuige ter rechtszitting te horen, verplicht de rechter niet om een daartoe strekkend verzoek van een beklaagde steeds in te willigen. De rechter kan dat verzoek verwerpen indien het niet horen van de getuige de waarheidsvinding niet in het gedrang brengt of er daarvoor voldoende compenserende factoren aanwezig zijn. 6. Evenmin moet elke getuige die een belastende verklaring tegen de beklaagde heeft afgelegd ter rechtszitting worden gehoord. Dit is enkel vereist wanneer die verklaring doorslaggevend is voor het resultaat van de zaak. Of dat het geval is, moet worden bepaald aan de hand van het belang dat de rechter aan de belastende verklaring hecht binnen het geheel van de redenen waarop zijn beslissing over de schuldigverklaring steunt. Aldus volstaat het enkele feit dat in die redenen wordt verwezen naar die verklaring niet om ze als doorslaggevend te aanzien, wanneer blijkt dat andere doorslaggevende bewijselementen aan de beslissing ten grondslag liggen. 7. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 8. Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond ervan niet kunnen worden verantwoord. 9. Het arrest oordeelt: "[De eiser] verzoekt tot slot dat alvorens ten gronde te oordelen [M.F.] als getuige zou opgeroepen worden als waarborg op het recht op een eerlijk proces en het recht op tegenspraak. [M.F.] werd lopende het gerechtelijk onderzoek verhoord. Diens verklaring vormt een van de zeer talrijke gegevens die illustreren dat [de eiser] zijn fiscale woonplaats in België had. Diens belastende verklaring is dan ook geenszins het enige of doorslaggevende element waarop de gebeurlijke schuldigverklaring van [de eiser] kan steunen, laat staan dat dit geïsoleerde bewijsgegeven dermate belangrijk zou zijn dat het aannemelijk is dat dit het resultaat van de zaak heeft bepaald (zie ook hierna (...)). Bovendien werd het gerechtelijk onderzoek gevoerd met voldoende compenserende factoren, daarin begrepen het bestaan van tal van ander bewijsmateriaal dat de inhoud van diens afgelegde verklaring vanuit diverse andere invalshoeken bevestigt. In die zin is het niet-verhoren als getuige ter terechtzitting van [M.F.] geenszins van aard dat dit zou strijden met artikel 6.1 en 6.3.d EVRM." Vervolgens somt het arrest met eigen en van het beroepen vonnis overgenomen redenen (r.o. 44-47, p. 32-39) een geheel van feitelijke elementen op die losstaan van de verklaring van M.F. en waaruit blijkt dat de werkelijke woonplaats van de eiser tijdens de incriminatieperiode wel degelijk gelegen was in België en niet in Hong Kong zoals door de eiser beweerd. 10. Met het geheel van die redenen, waaruit niet blijkt dat de verklaring van F.M. het resultaat van de zaak op doorslaggevende wijze heeft beïnvloed, vermeldt het arrest de concrete omstandigheden op grond waarvan het eisers verzoek tot het horen van F.M. als getuige ter rechtszitting verwerpt. Bovendien kan het arrest dat besluit ook wettig uit die redenen afleiden. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel 11. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt niet eisers verweer waarbij concrete omstandigheden werden aangehaald die konden doen twijfelen aan de verklaring van M.F. en die bijgevolg diens oproeping ter rechtszitting konden wettigen. 12. Met de redenen vermeld in het antwoord op het eerste onderdeel, verwerpt en beantwoordt het arrest eisers verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel Eerste onderdeel 13. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 42, 1°, 42, 3°, en 505 Strafwetboek: het arrest oordeelt dat alle bedragen vermeld in de telastleggingen A (witwassen bedoeld in artikel 505, eerste lid, 3° en 4°, Strafwetboek), die Seymour Enterprises Ltd. (hierna Seymour) heeft overgeschreven aan de eiseres (A.2, A.3, A.5, A.6, A.7, A.8, A.10 en A.11, totaal 895.000,00 euro) en aan derden (A.1, A.4 en A.9, totaal 594.154,85 euro), voor de totaliteit kunnen worden beschouwd als illegale vermogensvoordelen voortspruitend uit de telastleggingen B.1 tot B.7, waarin aan de eiser ten laste is gelegd vennootschapsbelastingen verschuldigd door Seymour te hebben ontdoken voor een bedrag van in totaal 1.228.609,60 euro, dit is 33,99 procent van in totaal 3.614.618,00 euro aan inkomsten die Seymour had moeten aangeven aan de Belgische fiscus; het arrest stelt niet vast dat die omzet illegaal is; anders dan het arrest oordeelt, is de totaliteit van het door Seymour niet aangegeven inkomen geen illegaal vermogensvoordeel uit de belastingontduiking; dat is enkel het geval voor de ontdoken belasting; bovendien kan er pas sprake zijn van een witwasmisdrijf indien het voorwerp ervan reeds vóór dat misdrijf illegaal was; bijgevolg kan het arrest uit de feiten die het vaststelt niet wettig afleiden dat de totaliteit van de overgeschreven gelden een illegaal vermogensvoordeel is dat het voorwerp van witwassen uitmaakt; maximaal kan er slechts sprake zijn van 33,99 procent van die totaliteit. 14. De witwasmisdrijven bedoeld in artikel 505, eerste lid, 2°, 3° en 4°, Strafwetboek hebben als gezamenlijk constitutief bestanddeel dat de in die bepalingen beschreven gedragingen betrekking moeten hebben op zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek, dit zijn vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en inkomsten uit de belegde voordelen. 15. Het vermogensvoordeel dat voortspruit uit het misdrijf van de ontduiking van inkomstenbelastingen bestaat in het bedrag van de ontdoken inkomstenbelasting. Dat bedrag kan het voorwerp uitmaken van een witwasmisdrijf, ongeacht de vermenging ervan met legaal inkomen. Het saldo van het belastbare inkomen boven de verschuldigde belasting is daarentegen geen wederrechtelijk vermogensvoordeel. Bijgevolg voldoet dat saldo niet aan het voormelde constitutief bestanddeel. Dat de beweerde witwasser de oorsprong en de eigendom verhult van een globaal bedrag waarin zowel de ontdoken belasting als dat saldo zijn vermengd, doet daaraan geen afbreuk. 16. Wanneer de vervolgde witwashandeling betrekking heeft op een breukdeel van een aldus vermengd bedrag, staat het aan de rechter om aan de hand van de beoordeling van alle hem voorgelegde feitelijke elementen te bepalen welk gedeelte van dat breukdeel bestaat uit ontdoken inkomstenbelasting en dus een wederrechtelijk vermogensvoordeel uitmaakt en welk gedeelte van dat breukdeel slaat op het saldo van het belastbare inkomen boven de verschuldigde inkomstenbelasting en aldus geen wederrechtelijk vermogensvoordeel uitmaakt. Die gedeelten hoeven niet overeen te stemmen met het percentage van de totale ontdoken belasting op het totale inkomen waarop die belasting is verschuldigd. De rechter oordeelt daarover onaantastbaar, zonder evenwel het bedrag van de totaal ontdoken belasting te mogen overschrijden. 17. Het arrest verklaart de eiser schuldig aan de vermengde feiten van de telastleggingen A.1 tot A.11, B.1 tot B.7 en C en veroordeelt hem daarvoor tot gevangenisstraf en geldboete, alsmede tot verbeurdverklaring die het bepaalt: - voor wat betreft de telastleggingen A, als voorwerp van de daar bedoelde witwasmisdrijven, op de som van 595.154,85 euro, dit is het totaal aan overschrijvingen bedoeld in de telastleggingen A.1, A.4 en A.9, en 447.500,00 euro, dit is de helft van het totaal aan overschrijvingen bedoeld in de telastleggingen A.2, A.3, A.5, A.6, A.7, A.8, A.10 en A.11; - voor wat betreft de telastleggingen B, als illegaal vermogensvoordeel uit de belastingontduiking, op 186.954,75 euro, dit is 1.228.609,60 euro (omzet Seymour ten bedrage van 3.614.618,00 euro x 33,99 procent) verminderd met de vermelde bedragen van 595.154,85 euro en 447.500,00 euro. Daarnaast verklaart het arrest de eiseres schuldig aan de vermengde feiten van de telastleggingen A.2, A.3, A.5, A.6, A.7, A.8, A.10 en A.11 en veroordeelt het haar daarvoor tot geldboete en verbeurdverklaring die het bepaalt op 447.500,00 euro, dit is de helft van het totaal aan overschrijvingen bedoeld in die telastleggingen. 18. Het arrest steunt de veroordelingen van de eisers voor de telastleggingen A in essentie op de volgende redenen: - de in de telastleggingen B vermelde belastingontduiking maakt het basismisdrijf uit van de in de telastleggingen A vermelde witwastelastleggingen; - de in de telastleggingen A vermelde witwastransacties zijn voltrokken met het ganse belastbare maar fiscaal niet aangegeven inkomen van Seymour dat blijkt uit de telastleggingen B; - de aan de eiseres overgemaakte gelden werden in hun geheel gedekt door een bedrieglijk geveinsde leningsovereenkomst tussen twee vennootschappen; - het vermogen van de eiseres is aangegroeid met de totaliteit van de bedragen vermeld onder de telastleggingen A.2, A.3, A.5, A.6, A.7, A.8, A.10 en A.11. Aldus veroordeelt het arrest de eisers voor witwasmisdrijven waarvan het totale voorwerp niet geheel bestaat uit zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is gegrond. Tweede en derde onderdeel 19. De onderdelen die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Omvang van de cassatie 20. De vernietiging van de beslissing voor wat betreft de telastleggingen A.1 tot A.11 brengt de vernietiging mee van de veroordeling van de eiser tot de straffen, de bijdrage aan het Slachtofferfonds en de kosten, maar laat zijn schuldigverklaring aan de telastleggingen B.1 tot B.7 en C onverlet. Ambtshalve onderzoek voor het overige 21. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het: - de eiser schuldig verklaart aan de telastleggingen A.1 tot A.11 en hem veroordeelt tot straf, de bijdrage aan het Slachtofferfonds en de kosten. - de eiseres schuldig verklaart aan en veroordeelt wegens de telastleggingen A.2, A.3, A.5, A.6, A.7, A.8, A.10 en A.11. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot een tiende van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Bepaalt de kosten in het geheel op 333,91 euro, waarvan op het cassatieberoep I 166,95 euro is verschuldigd en op het cassatieberoep II 166,96 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 27 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.9 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251001.2F.6 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170131.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170502.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.10 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171121.7 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.25 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210323.2N.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220301.2N.9 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250409.2F.6 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250409.2F.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div