id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210430.1N.1 Rolnummer: F.19.0125.N Zaak: BELGISCHE STAAT contra ALGIST BRUGGEMAN nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Belastingrecht Invoerdatum: 2021-08-20 Raadplegingen: 835 - laatst gezien 2026-06-16 04:17 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Er is sprake van vertegenwoordiging wanneer een persoon aan een ander de macht geeft om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten; de feitenrechter beoordeelt onaantastbaar, in feite, de omvang van een volmacht, mits hij de bewijskracht niet miskent van de akte waarin zij wordt vastgesteld. Thesaurus CAS: LASTGEVING Vrije woorden: Vertegenwoordiging - Begrip - Omvang Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1984 en 1989 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Uit de artikelen 420, § 6, eerste en tweede lid, van de Programmawet van 27 december 2004, 1 van het K.B. van 3 juli 2005 houdende maatregelen voor de toepassing van bepaalde verlaagde tarieven inzake accijnzen en 9, § 1, van de Wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen, volgt dat een bedrijf dat voldoet aan de wettelijke grondvoorwaarden om te genieten van het nultarief, zonder evenwel in het bezit te zijn van een vergunning “energieproducten en elektriciteit”, recht heeft op terugbetaling van de onterecht betaalde accijnzen. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Accijnzen - Energiebijdrage - Nultarief - Vergunning energieproducten en elektriciteit - Vereiste Wettelijke bepalingen: Programmawet 27 december 2004 - 27-12-2004 - Art. 420, § 6, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 2004021170 KB 3 juli 2005 houdende maatregelen voor de toepassing van bepaalde verlaagde tarieven inzake accijnzen - 03-07-2005 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 2005003591 Wet 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen - 22-12-2009 - Art. 9, § 1 - 13 ELI link Pub nr 2009003493 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0125.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, voor wie optreedt de gewestelijk directeur van Douane & Accijnzen, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50, bus 320, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen ALGIST BRUGGEMAN nv, met zetel te 9000 Gent, Langerbruggekaai 37, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0434.963.737, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 3 april
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 1 maart 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel in zijn geheel
- Krachtens artikel 10, § 1, van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen wordt terugbetaling in het geval bepaald bij artikel 9, § 1, slechts toegestaan aan de persoon die de accijnzen heeft voldaan of aan de personen die hem in zijn rechten en verplichtingen hebben opgevolgd. Krachtens artikel 10, § 2, van deze wet kan het verzoek om terugbetaling worden gedaan hetzij door de in § 1 bedoelde persoon, hetzij door zijn vertegenwoordiger.
- Er is sprake van vertegenwoordiging wanneer een persoon aan een ander de macht geeft om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten. De feitenrechter beoordeelt onaantastbaar, in feite, de omvang van een volmacht, mits hij de bewijskracht niet miskent van de akte waarin zij wordt vastgesteld.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de verweerster een volmacht ontving "om in naam en voor rekening van [GDF SUEZ Succursale en Belgique/Distrigas nv] een aanvraag tot terugbetaling in te dienen met betrekking tot de accijnzen".
- De appelrechter kon wettig oordelen, zonder miskenning van de bewijskracht van de volmacht of schending van enige wetsbepaling, dat deze volmacht "zich in deze zaak ook [uitstrekt] tot het recht de terugbetaling in rechte bij wege van vertegenwoordiging te vorderen". Het middel kan in geen van zijn onderdelen worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
- Overeenkomstig het hier toepasselijke artikel 420, § 6, eerste lid, Programmawet van 27 december 2004 is de toepassing van het nultarief onderworpen aan de voorwaarden dat: - het een bedrijf betreft dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in § 5, a); - het bedrijf of de economische sector waartoe het behoort, overeenkomsten, regelingen inzake verhandelbare vergunningen of gelijkaardige regelingen aangaat die bijdragen tot de verwezenlijking van milieubeschermingsdoelstellingen of een grotere energie-efficiëntie die grosso modo gelijkwaardig zijn aan wat zou zijn bereikt indien het tarief zakelijk gebruik - andere bedrijven gehanteerd was.
- Overeenkomstig het hier toepasselijke artikel 420, § 6, tweede lid, Programmawet van 27 december 2004 treedt de in deze paragraaf bedoelde belasting in werking op 1 januari 2005 en bepaalt de Koning de toepassingsmodaliteiten ervan. Ter uitvoering van deze bepaling bepaalt artikel 1 van het koninklijk besluit van 3 juli 2005 houdende maatregelen voor de toepassing van bepaalde verlaagde tarieven inzake accijnzen dat iedere persoon die een economische activiteit uitoefent en die wenst te genieten van het nultarief dient te beschikken over een "vergunning energieproducten en elektriciteit", afgeleverd door de administratie der douane en accijnzen.
- Overeenkomstig artikel 9, § 1, van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen kunnen accijnzen waarvoor wordt aangetoond dat op het ogenblik van de betaling of boeking, het bedrag hetzij betrekking heeft op accijnsgoederen waarvoor geen accijnzen verschuldigd zijn, hetzij om welke reden dan ook hoger is dan hetgeen wettelijk mocht worden geïnd, worden terugbetaald.
- Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat een bedrijf dat voldoet aan de wettelijke grondvoorwaarden om te genieten van het nultarief, zonder evenwel in het bezit te zijn van een vergunning "energieproducten en elektriciteit", recht heeft op terugbetaling van de onterecht betaalde accijnzen bij toepassing van artikel 9, § 1, van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen.
- De appelrechter die oordeelt dat "het KB van 3 juli 2005 geen wettelijke voorwaarden voor de vrijstelling [kan] toevoegen dan zoals gesteld in de Programmawet van 27 december 2004 zelf", vaststelt dat de verweerster aantoont dat de "in dat artikel 9 van de Wet van 22 december 2009 gestelde voorwaarden naar de grond vervuld zijn" en bijgevolg de vordering tot teruggave gegrond verklaart, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 505,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 30 april 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210430.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div