id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210430.1N.2 Rolnummer: F.19.0161.N Zaak: Z. contra BELGISCHE STAAT FEDERALE OVERHEIDSDIENS Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-05-18 Raadplegingen: 609 - laatst gezien 2026-06-19 23:35 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit Artikel 7, § 3, KB WIB92 volgt dat de beroepskosten per land moeten worden gesplitst en afgetrokken van de inkomsten waarop zij betrekking hebben. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Beroepskosten Vrije woorden: Inkomsten in België en in het buitenland - Omdeling Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 - 27-08-1993 - Art. 7 - 48 ELI link Pub nr 1993003537 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Algemeen Vrije woorden: Inkomsten behaald in verschillende landen - Berekening belastbare nettobedrag - Beroepskosten - Omdeling per land Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 - 27-08-1993 - Art. 7 - 48 ELI link Pub nr 1993003537 Fiche 3 Met de uit de Bondsrepubliek Duitsland afkomstige inkomsten die krachtens artikel 23, § 2, 1°, van de Overeenkomst in België vrijgesteld zijn van belastingen, worden de netto inkomsten bedoeld; bijgevolg dienen aftrekposten die specifiek van deze categorie van inkomsten aftrekbaar zijn, in aftrek te worden gebracht. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN Vrije woorden: Overeenkomst tussen België en Duitsland - Vrijstelling in België - Uit Duitsland afkomstige inkomsten - Begrip Wettelijke bepalingen: Overeenkomst 30 juni 1958 tussen het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland - 30-06-1958 - Art. 15 en 23 - 30 Link Justel databank 19580630-30 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0161.N
- P. Z.,
- C. D., eisers, bijgestaan door mr. Henri Vandebergh, advocaat bij de balie Limburg, met kantoor te 3550 Heusden-Zolder, Pater Beckersstraat 12, waar de eisers woonplaats kiezen. tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-directeur P Centrum Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, bus 126, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 11 juni
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 1 maart 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De appelrechters beslissen in feite dat de eerste eiser inkomsten heeft behaald uit verschillende landen, waarbij de opgestelde loonfiches toelaten om de inkomsten duidelijk per land te onderscheiden. In zoverre het middel aanvoert dat "men [in casu] slechts één inkomen uit één land [heeft]", komt het op tegen een onaantastbare beoordeling in feite, en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
- Overeenkomstig artikel 6, eerste lid, WIB92 worden de belastbare inkomsten gevormd door het totaal netto-inkomen, verminderd met de aftrekbare bestedingen. Artikel 23, § 2, WIB92 schrijft voor hoe het belastbare nettobedrag van de beroepsinkomsten moet worden berekend. Krachtens artikel 23, § 3, WIB92 bepaalt de Koning de wijze waarop en de volgorde waarin de vrijstellingen en aftrekken worden aangerekend. Artikel 7, § 3, KB/WIB92 bepaalt dat wanneer de belastingplichtige uit eenzelfde beroepswerkzaamheid inkomsten behaalt in verschillende landen, de ermede verband houdende werkelijke beroepskosten, per land, worden afgetrokken van de inkomsten waarop zij betrekking hebben. Uit deze bepaling volgt dat de beroepskosten per land moeten worden gesplitst en afgetrokken van de inkomsten waarop zij betrekking hebben. In zoverre het middel aanvoert dat de artikelen 6 en 23, § 2, WIB92 niet toelaten dat de beroepskosten worden afgetrokken van een deel van de inkomsten, faalt het bijgevolg naar recht.
- Overeenkomstig artikel 15.1 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belastingen van inkomen en van vermogen, met inbegrip van de ondernemingsbelasting en de grondbelastingen, zijn lonen, salarissen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een verblijfhouder van een overeenkomstsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere overeenkomstsluitende Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, zijn de uit dien hoofde verkregen beloningen in die andere Staat belastbaar. Overeenkomstig artikel 23, § 2, 1°, van de genoemde Overeenkomst zijn inkomsten afkomstig uit de Bondsrepubliek Duitsland, met uitzondering van de inkomsten als bedoeld in 2° en 3°, en in de Bondsrepubliek Duitsland gelegen vermogensbestanddelen, die volgens de voorgaande artikelen in die Staat belastbaar zijn, in België vrijgesteld van belastingen. Behalve voor inkomsten als bedoeld in artikel 19, § 4, beperkt die vrijstelling niet het recht van België om met de aldus vrijgestelde inkomsten en vermogensbestanddelen rekening te houden bij de bepaling van het tarief van zijn belastingen. Met de uit de Bondsrepubliek Duitsland afkomstige inkomsten die krachtens artikel 23, § 2, 1°, van de Overeenkomst in België vrijgesteld zijn van belastingen, worden de netto inkomsten bedoeld. Bijgevolg dienen aftrekposten die specifiek van deze categorie van inkomsten aftrekbaar zijn, in aftrek te worden gebracht. De appelrechters die oordelen dat de verweerder terecht toepassing maakte van artikel 7, § 3, KB/WIB92, verantwoorden aldus hun beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- In zoverre het middel aanvoert dat voor zover artikel 7, § 3, KB/WIB92 te dezen wel van toepassing is, deze bepaling strijdig is met de genoemde Overeenkomst en dus buiten beschouwing moet worden gelaten, maar nalaat de schending van artikel 159 Grondwet en de miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de voorrang van regels van internationaal recht boven de regels van nationaal recht aan te voeren, is het niet ontvankelijk.
- In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 155, eerste lid, WIB92 is het geheel afgeleid van de vergeefs aangevoerde schending van artikel 23, § 2, 1°, van de voormelde Overeenkomst en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 278,83 euro, met inbegrip van de bijdrage ten gunste van het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, beperkt tot 20 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 30 april 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210430.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div