id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210430.1N.8 Rolnummer: F.19.0130.N Zaak: BELGISCHE STAAT contra CAT BENELUX nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-08-20 Raadplegingen: 470 - laatst gezien 2026-06-16 04:17 Versie(s): Vertaling FR Fiche De GS-toelichtingen vormen weliswaar belangrijke middelen ter verzekering van een eenvormige toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief door de douaneautoriteiten van de Lidstaten en kunnen als zodanig als waardevolle hulpmiddelen bij de uitleg ervan worden beschouwd, maar zij zijn niettemin rechtens niet bindend, zodat in voorkomend geval moet worden onderzocht of de inhoud ervan met de bepalingen zelf van het gemeenschappelijk douanetarief in overeenstemming is en de draagwijdte ervan niet wijzigt. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Gecombineerde nomenclatuur - Uitlegging - GS Toelichtingen - Bindend karakter Tekst van de beslissing Nr. F.19.0130.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de administratie der douane en accijnzen, dienst invordering en geschillen, met kantoor te 1030 Brussel, North Galaxy, Koning Albert II-laan 33, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen CAT BENELUX nv, met zetel te 7180 Seneffe, Rue Alfred Nobel, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0407.020.017, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 3 april
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 1 maart 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Overeenkomstig de eerste algemene regel voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur (GN), opgenomen in Titel I, Algemene regels, van het Eerste deel van de GN, wordt de tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken geacht slechts als aanwijzing te gelden en zijn voor de indeling de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken wettelijk bepalend. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vormen de GS-toelichtingen weliswaar belangrijke middelen ter verzekering van een eenvormige toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief door de douaneautoriteiten van de Lidstaten en kunnen zij als zodanig als waardevolle hulpmiddelen bij de uitleg ervan worden beschouwd, maar zijn zij niettemin rechtens niet bindend, zodat in voorkomend geval moet worden onderzocht of de inhoud ervan met de bepalingen zelf van het gemeenschappelijk douanetarief in overeenstemming is en de draagwijdte ervan niet wijzigt. In zoverre het middel aanvoert dat de GS-toelichting bepaalt hoe aantekening 6 bij hoofdstuk 85 van de GN moet worden geïnterpreteerd en dat de interpretatie die in de GS-toelichting wordt voorgesteld, moet worden gevolgd, berust het op een onjuiste rechtsopvatting en faalt het bijgevolg naar recht.
- Uit wat voorafgaat, volgt dat de draagwijdte van de GN-post 8524 3910 moet worden vastgesteld aan de hand van de bewoordingen van die tariefpost en de aantekening 6 bij hoofdstuk 85 van de GN.
- GN-post 8524 3910 betreft dragers "voor het weergeven van vormen van instructies (...), opgenomen op een machinaal leesbare binaire wijze, geschikt om (...) een gebruiker interactiviteit te bieden door middel van een automatische gegevensverwerkende machine". In de aantekening 6 bij hoofdstuk 85 wordt bepaald dat "dragers bedoeld bij de posten (...) en 8524, onder deze posten ingedeeld [blijven] indien zij worden aangeboden met de apparaten of toestellen waarmee zij gebruikt zullen worden" en dat "deze aantekening niet van toepassing [is] op dergelijke dragers indien zij worden aangeboden met andere artikelen dan de apparaten of toestellen waarmee zij gebruikt zullen worden". In het Engels luidt aantekening 6 bij hoofdstuk 85: "Records, tapes and other media of heading 85.23 or 85.24 remain classified in those headings when presented with the apparatus for which they are intended. This Note does not apply to such media when they are presented with articles other than the apparatus for which they are intended". In het Frans luidt aantekening 6 bij hoofdstuk 85: "Les disques, bandes et autres supports des n°s 85.23 ou 85.24 restent classés dans ces positions lorsqu'ils sont présentés avec les appareils auxquels ils sont destinés. Cette Note ne s'applique pas à ces supports lorsqu'ils sont présentés avec d'autres articles que les appareils auxquels ils sont destinés". Een drager is bestemd om gebruikt te worden met een bepaald apparaat of toestel in de zin van aantekening 6 bij hoofdstuk 85 wanneer die drager dient ter ondersteuning van het gebruik van dat apparaat of toestel. Daarvoor is niet vereist dat de drager ook met of door het apparaat of toestel moet kunnen worden gebruikt. De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of de drager bestemd is om gebruikt te worden met het apparaat of toestel waarmee hij wordt aangeboden.
- Overeenkomstig de GS-toelichting aangaande aantekening 6 bij hoofdstuk 85 blijven grammofoonplaten, banden en andere dragers van post 8523 of 8524 onder deze posten ingedeeld als zij worden aangeboden met de apparaten of toestellen waarmee zij gebruikt zullen worden, wat wil zeggen dat "de drager moet kunnen worden opgenomen of geïnstalleerd in het apparaat of toestel waarmee het wordt aangeboden". Het "gebruik met het toestel waarmee de drager wordt aangeboden" bedoeld in aantekening 6 bij hoofdstuk 85 heeft een andere draagwijdte dan "het plaatsen van de drager in het toestel". De GS-toelichting aangaande deze aantekening wijzigt bijgevolg de strekking ervan.
- De appelrechter oordeelt in feite dat een cd-rom die tot doel heeft om een MP3-speler te updaten en instructies bevat voor het gebruik ervan, bestemd is om met die MP3-speler te worden gebruikt. De appelrechter die aldus oordeelt dat die cd-roms terecht onder GN-post 8524 3910 werden ingedeeld, zelfs wanneer zij niet in de MP3-speler worden opgenomen of geïnstalleerd, verantwoordt zijn beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- De voorgestelde prejudiciële vraag gaat uit van de onjuiste veronderstelling dat de interpretatie van aantekening 6 bij hoofdstuk 85 van de GN wordt bepaald door de GS-toelichting en dient bijgevolg niet te worden gesteld. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 490,22 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 30 april 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210430.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div