← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210504.2N.13 Rolnummer: P.21.0093.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-05-10 Raadplegingen: 394 - laatst gezien 2026-06-16 04:17 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het Hof kan het bevel tot dagvaarding van de beklaagde, het proces–verbaal van de rechtszitting bij verstek en de betekening van het verstekvonnis aan de beklaagde niet in aanmerking nemen als daden die de verjaring van de strafvordering stuiten of schorsen, wanneer deze stukken niet aan het dossier zijn toegevoegd en de voeging ervan niet kan worden voorzien

(1).
(1)M.A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021, 232–
  1. Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Stuiting Vrije woorden: Bevel tot dagvaarding van de beklaagde - Proces-verbaal van de rechtszitting - Betekening van het verstekvonnis aan de beklaagde - Akten niet gevoegd aan het strafdossier - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Artt. 21 tot en met 25 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Te voegen stukken Vrije woorden: Verjaring van de strafvordering - Stuiting - Bevel tot dagvaarding van de beklaagde - Proces-verbaal van de rechtszitting - Betekening van het verstekvonnis aan de beklaagde - Akten niet gevoegd aan het strafdossier - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Artt. 21 tot en met 25 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0093.N D. M., g beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Alain Boyaert, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1190 Brussel, Massenetlaan 2 bus 12, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 4 november
  2. De eiser voert in een eerste memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser voert in een tweede memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Het bestreden vonnis verklaart eisers verzet en zijn hoger beroep ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 149 Grondwet; - artikel 5 Wet Technische Eisen Voertuigen.
  4. De eiser wordt voor wat betreft de telastlegging B vervolgd om op 6 september 2010 een inbreuk te hebben gepleegd op de artikelen 24, § 1, en 81 KB Technische Eisen Voertuigen en artikel 4 Wet Technische Eisen Voertuigen.
  5. Artikel 5 Wet Technische Eisen Voertuigen bepaalt de termijn van de verjaring van de strafvordering voor overtredingen op deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan op 5 jaar.
  6. Die termijn kan overeenkomstig de artikelen 22 tot en met 25 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering worden gestuit en geschorst.
  7. Volgens een verklaring van 14 januari 2021 van de griffier van het rechtscollege dat het bestreden vonnis heeft gewezen ontbreken in het aan het Hof toegestuurde dossier het bevel tot dagvaarding in de procedure die heeft geleid tot het verstekvonnis van 11 december 2015, de processen-verbaal van de rechtszitting betreffende deze procedure, de betekening van het verstekvonnis op 5 februari 2016 en de akte van verzet. Die stukken zijn tijdens de procedure voor het Hof niet aan het dossier toegevoegd noch kan de voeging ervan alsnog worden voorzien. Aangezien het Hof zo in de onmogelijkheid is om de regelmatigheid van deze handelingen te beoordelen, kan het die akten niet in aanmerking nemen als verjaringsstuitend of -schorsend.
  8. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - het feit van de telastlegging B zou hebben plaatsgevonden op 6 september 2010; - de verjaring van de strafvordering het laatst nuttig werd gestuit door het op 3 juni 2015 ondertekende voorstel van de procureur des Konings Halle-Vilvoorde tot vaststelling van de zaak voor de 46ste correctionele kamer van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel; - bij toepassing van artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 13 mei 2020, de verjaring van de strafvordering was geschorst vanaf 18 maart 2020 tot en met 17 juni 2020, verlengd met een maand; Daaruit volgt dat de verjaring van de strafvordering voor het feit omschreven onder de telastlegging B is ingetreden op 3 oktober
  9. Het bestreden vonnis dat oordeelt dat de verjaring van de strafvordering voor dit feit niet is ingetreden, is niet naar recht verantwoord. Omvang van de cassatie
  10. De vernietiging van de beslissing over de verjaring van de strafvordering leidt tot vernietiging van de overige beslissingen van het bestreden vonnis die er een gevolg van zijn. Middelen
  11. De middelen behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behoudens in zoverre het eisers verzet en hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 4 mei 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210504.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.