id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210504.2N.15 Rolnummer: P.21.0595.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-05-10 Raadplegingen: 394 - laatst gezien 2026-06-16 04:17 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De appelrechters moeten niet antwoorden op het verweer in een voor de eerste rechter ingediende verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling dat niet werd hernomen in een voor de appelrechters ingediende conclusie. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VONNISGERECHT Vrije woorden: Verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling - Geen conclusie - Motivering - Grens Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling - Grens Fiche 3 Het staat de rechter die overeenkomstig artikel 27, § 1, Voorlopige Hechteniswet oordeelt over een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling uitsluitend na te gaan of de voorwaarden voor de handhaving van de voorlopige hechtenis zijn vervuld; die beoordeling is vreemd aan de uitoefening van het recht van verdediging met betrekking tot de strafvordering. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VONNISGERECHT Vrije woorden: Verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling na verwijzing van de zaak naar het vonnisgerecht - Recht op voldoende tijd en faciliteiten om zijn verdediging voor te bereiden - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0595.N J. V.E., beklaagde, verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 22 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert miskenning aan van de motiveringsplicht: het arrest motiveert niet waarom niet wordt ingegaan op de in eisers verzoekschrift aangevoerde schending van artikel 6.3.b EVRM.
- De appelrechters moeten niet antwoorden op het verweer in een voor de eerste rechter ingediende verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling dat niet werd hernomen in een voor de appelrechters ingediende conclusie. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.3.b EVRM: de appelrechters wijzen eisers verzoek tot voorlopige invrijheidstelling af zonder toe te zien op zijn recht van verdediging; doordat het openbaar ministerie geen toestemming verleent opdat hij zich in weerwil van zijn geldend elektronisch toezicht naar het kantoor van zijn raadsman zou kunnen verplaatsen, beschikt de eiser over onvoldoende tijd en faciliteiten om zijn verdediging voor het vonnisgerecht voor te bereiden; bijgevolg is een voorlopige invrijheidstelling van de eiser daartoe noodzakelijk.
- Artikel 6 EVRM is in de regel niet van toepassing op de procedure van de voorlopige hechtenis. In zoverre faalt het middel naar recht.
- In zoverre het middel is gericht tegen de handelwijze van het openbaar ministerie en dus niet tegen het arrest, is het niet ontvankelijk.
- Het staat de rechter die overeenkomstig artikel 27, § 1, Voorlopige Hechteniswet oordeelt over een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling uitsluitend na te gaan of de voorwaarden voor de handhaving van de voorlopige hechtenis zijn vervuld. Die beoordeling is vreemd aan de uitoefening van het recht van verdediging met betrekking tot de strafvordering. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 4 mei 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210504.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div