id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210504.2N.4 Rolnummer: P.21.0079.N Zaak: T. contra IMEA Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-05-10 Raadplegingen: 958 - laatst gezien 2026-06-19 02:57 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Een vermogensvoordeel is uit een misdrijf verkregen indien er een causaal verband bestaat tussen dit misdrijf en het vermogensvoordeel; een eventueel causaal verband tussen het vermogensvoordeel en een latere verrichting betreffende dit voordeel doet het causaal verband tussen het vermogensvoordeel en het voordien gepleegde misdrijf niet verdwijnen
(1)Cass. 19 november 2019, AR P.19.0861.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191119.2N.5, AC 2019, nr. 610; Cass. 28 februari 2018, AR P.17.0500.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180228.3, AC 2018, nr. 135; Cass. 10 januari 2012, AR P.11.0938.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120110.5, AC 2012, nr. 18; Cass. 18 oktober 2011, AR P.11.0201.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111018.5, AC 2011, nr. 555, T. Strafr. 2011, 441 noot B. MEGANCK. Zie F. LUGENTZ en D. VANDERMEERSCH, Saisie et confiscation en matière pénale, Bruylant, 2015, 26-32; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel Svacina, 2019,
- Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel - Causaal verband met een latere verrichting - Vervolging wegens teelt van cannabis - Opbrengst van de verkoop van geteelde cannabis - Omvang Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 3°, en 43bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Artt. 2bis en 2quater - 01 ELI link Pub nr 1921022450 KB 6 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen - 06-09-2017 - Bijlagen I tot V - 03 ELI link Pub nr 2017031231 Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Vrije woorden: Vervolging wegens teelt van cannabis - Opbrengst van de verkoop van geteelde cannabis - Bijzondere verbeurdverklaring van het vermogensvoordeel - Toerekening Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 3°, en 43bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Artt. 2bis en 2quater - 01 ELI link Pub nr 1921022450 KB 6 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen - 06-09-2017 - Bijlagen I tot V - 03 ELI link Pub nr 2017031231 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0079.N I Z. T., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. John Maes, advocaat bij de balie Antwerpen, II A. V.H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sahil Malik, advocaat bij de balie Antwerpen. III Y. G., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Christian Clement, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Haantjeslei 69A, waar de eiser woonplaats kiest, de cassatieberoepen I en III tegen IMEA, met zetel te 2100 Antwerpen (Deurne), Merksemsesteenweg 233, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 23 december
- De eisers I en II voeren geen middel aan. De eiser III voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen I en III
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eisers I en III hun cassatieberoep hebben laten betekenen aan de verweerster, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook gericht tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster, zijn deze cassatieberoepen niet ontvankelijk. Middel van de eiser III
- Het middel voert schending aan van de artikelen 42, 1°, 42, 3°, en 43bis, eerste en tweede lid, Strafwetboek: aangezien de verbeurdverklaring enkel mogelijk is voor vermogensvoordelen die rechtstreeks en effectief uit een bewezen verklaard misdrijf voortkomen en een verbeurdverklaring bij equivalent niet mogelijk is voor door artikel 42, 2°, Strafwetboek bedoelde uit het misdrijf voortkomende zaken, kan het arrest lastens de eiser III, die enkel schuldig is verklaard aan de teelt van cannabis, geen verbeurdverklaring uitspreken bij equivalent die is gebaseerd op de verkoopwaarde van de cannabis en die dus niet is gegenereerd door de verkoop ervan.
- Artikel 42, 3°, Strafwetboek bepaalt dat de bijzondere verbeurdverklaring wordt toegepast op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit belegde voordelen. Artikel 43bis, eerste en tweede lid, Strafwetboek bepaalt dat: - de bijzondere verbeurdverklaring toepasselijk op de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek door de rechter in elk geval kan worden uitgesproken, maar slechts voor zover zij door de procureur des Konings schriftelijk wordt gevorderd; - indien deze zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, de rechter de geldwaarde ervan raamt en de verbeurdverklaring ervan betrekking heeft op het daarmee overeenstemmend bedrag.
- Artikel 42, 3°, Strafwetboek maakt een onderscheid tussen: - primaire vermogensvoordelen, dit zijn vermogensvoordelen die rechtstreeks uit een misdrijf zijn verkregen, en, - secundaire vermogensvoordelen, dit zijn de goederen en de waarden die in de plaats zijn gesteld van die primaire vermogensvoordelen, alsook de inkomsten uit belegde voordelen.
- Deze tweede categorie betreft eveneens vermogensvoordelen die uit het misdrijf zijn verkregen, zij het onrechtstreeks, namelijk ingevolge bepaalde verrichtingen betreffende de rechtstreeks verkregen voordelen. Het begrip rechtstreeks in artikel 42, 3°, Strafwetboek wijst niet op een beperking van de verbeurdverklaring tot de voordelen die zonder enige tussenschakel zijn verkregen uit het misdrijf, maar duidt op de primaire vermogensvoordelen die naast nog andere voor verbeurdverklaring vatbaar zijn.
- Een vermogensvoordeel is uit een misdrijf verkregen indien er een causaal verband bestaat tussen dit misdrijf en het vermogensvoordeel. Een eventueel causaal verband tussen het vermogensvoordeel en een latere verrichting betreffende dit voordeel doet het causaal verband tussen het vermogensvoordeel en het voordien gepleegde misdrijf niet verdwijnen.
- Daaruit volgt dat de opbrengsten van de verkoop van geteelde cannabis vermogensvoordelen zijn die rechtstreeks kunnen zijn verkregen in de zin van artikel 42, 3°, Strafwetboek uit het misdrijf van de teelt van cannabis. Dat die vermogensvoordelen ook verkregen zijn uit het misdrijf van de verkoop van cannabis doet daaraan niets af. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
- Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep II, verkrijgt de beslissing op de strafvordering wat de eiser II betreft kracht van gewijsde. In zoverre het cassatieberoep ook is gericht tegen zijn onmiddellijke aanhouding, heeft het geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 266,82 euro, waarvan de eiser I 90,04 euro is verschuldigd, de eiser II 86,74 euro, en de eiser III 90,04 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 4 mei 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210504.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111018.5 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120110.5 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180228.3 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191119.2N.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231010.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div