id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210504.2N.6 Rolnummer: P.21.0101.N Zaak: D. contra A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-05-10 Raadplegingen: 981 - laatst gezien 2026-06-19 05:26 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210504.2N.6 Fiches 1 - 3 Wanneer een beklaagde verzoekt om ter rechtszitting een getuige te horen die tijdens het vooronderzoek een voor hem belastende verklaring heeft afgelegd, moet de rechter dat verzoek enkel beoordelen in het licht van de drie toetsingscriteria die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft ontwikkeld om getuigen à charge (niet) ter rechtszitting te horen wanneer hij zich uitspreekt over de gegrondheid van de strafvordering; dat is niet het geval wanneer de strafrechter, na de vaststelling van het verval van de strafvordering, enkel nog gelast blijft met de beoordeling van de burgerlijke rechtsvordering en dus enkel nog moet uitmaken of de beklaagde een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd waarvoor hij aanvankelijk is vervolgd en of de gevorderde schade daaruit voortvloeit; in dat geval oordeelt de rechter onaantastbaar of het voorgestelde getuigenverhoor dienstig is voor het bewijs van de onrechtmatige daad
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Strafzaken - Beoordeling van de burgerlijke vordering na verval van de strafvordering - Verzoek tot het horen van belastende getuigen - Beoordeling - Grens Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen Vrije woorden: Verval van de strafvordering - Beoordeling van de burgerlijke aansprakelijkheid - Verzoek tot het horen ter terechtzitting van belastende getuigen - Beoordeling - Grens Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Strafzaken - Beoordeling van de burgerlijke vordering na verval van de strafvordering - Verzoek tot het horen van belastende getuigen - Beoordeling - Grens Tekst van de beslissing Nr. P.21.0101.N I A. E. M. D. W., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Joris Van Cauter, advocaat bij de balie Gent, II F. Th. R. D.V., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent, beide cassatieberoepen tegen Stefaan AERTS, met kantoor te 1082 Brussel (Sint-Agatha-Berchem), Keizer Karellaan 586/9, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement ELTRAMA bv, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 16 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiseres voert geen middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiseres
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres haar cassatieberoep heeft laten betekenen aan de verweerder, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering.
- Het arrest doet enkel nog uitspraak over de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder. Het cassatieberoep van de eiseres is niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.d EVRM, artikel 14.1 en 14.3.e IVBPR en artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek, alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht op een eerlijk proces en het recht op tegenspraak: de appelrechters weigeren F.B., M.D., P.V., V.V., M.V., K.B., D.B., D.W., D.D., J.V., L.V. en B.C. (hierna de getuigen) te horen ter rechtszitting, hoewel zij de feiten bewezen verklaren mede op basis van de verklaringen die deze getuigen tijdens het vooronderzoek hebben afgelegd en zij de eiser op basis van deze feiten veroordelen tot schadevergoeding aan de verweerder en het betalen van de kosten van de deskundige; de appelrechters passen de drie toetsingscriteria die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft ontwikkeld om getuigen à charge niet ter rechtszitting te horen, niet juist toe: de beweerde ernstige redenen voor het niet-horen van de getuigen berusten op loutere veronderstellingen, uit de verwijzingen naar de getuigenverklaringen in het arrest blijkt dat die verklaringen wel degelijk het resultaat van de zaak hebben bepaald en de loutere mogelijkheid voor de beklaagde om eerder afgelegde verklaringen te betwisten kan nooit een compenserende factor voor het niet-horen van getuigen à charge uitmaken.
- Bij arrest van 15 maart 2017 hebben de appelrechters beslist dat de strafvordering voor de feiten van de telastleggingen B, C, D en F, waarop de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder tegen de eiser steunt, is verjaard.
- Wanneer een beklaagde verzoekt om ter rechtszitting een getuige te horen die tijdens het vooronderzoek een voor hem belastende verklaring heeft afgelegd, moet de rechter dat verzoek enkel beoordelen in het licht van de in het middel vermelde criteria wanneer hij zich uitspreekt over de gegrondheid van de strafvordering. Dat is niet het geval wanneer de strafrechter, na de vaststelling van het verval van de strafvordering, enkel nog gelast blijft met de beoordeling van de burgerlijke rechtsvordering en dus enkel nog moet uitmaken of de beklaagde een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd waarvoor hij aanvankelijk is vervolgd en of de gevorderde schade daaruit voortvloeit. In dat geval oordeelt de rechter onaantastbaar of het voorgestelde getuigenverhoor dienstig is voor het bewijs van de onrechtmatige daad. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 89,71 euro waarvan de eiseres I 44,85 euro is verschuldigd en de eiser II 44,86 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 4 mei 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210504.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210504.2N.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div