id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210504.2N.9 Rolnummer: P.21.0148.N Zaak: K. contra F. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal privaatrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2021-05-10 Raadplegingen: 631 - laatst gezien 2026-06-16 04:17 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De mogelijkheid tot vervolging van een in het buitenland gepleegd misdrijf in België houdt geen verband met de bevoegdheid van de strafrechter, maar wel met de ontvankelijkheid van de strafvordering; een vreemdeling kan in België niet worden vervolgd als mededader of medeplichtige aan een wanbedrijf gepleegd in het buitenland
(1), de niet–ontvankelijkheid van de strafvordering voor dat wanbedrijf vormt geen beletsel voor de strafvordering ingesteld tegen de vreemdeling voor samenhangende feiten van mededaderschap aan strafbare feiten gepleegd in België.
(1)B. SPRIET, “Strafbare deelneming aan in het buitenland gepleegde misdrijven”, RW 1990-91, 55-57; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel Svacina, 2019,
- Thesaurus CAS: EXTERRITORIALITEIT Vrije woorden: Strafzaken - In het buitenland gepleegd wanbedrijf - Mededader is vreemdeling - Rechtsmacht van de Belgische strafrechter - Vervolging wegens samenhangende feiten gepleegd in België - Grens Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 3, 4, 66 en 67 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Artt. 7 en 11 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Bevoegdheid van de Belgische strafrechter - In het buitenland gepleegd wanbedrijf - Mededader is vreemdeling - Vervolging wegens samenhangende feiten gepleegd in België - Grens Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 3, 4, 66 en 67 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Artt. 7 en 11 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: DEELNEMING AAN MISDRIJVEN Vrije woorden: In het buitenland gepleegd wanbedrijf - Mededader is vreemdeling - Rechtsmacht van de Belgische strafrechter - Vervolging wegens samenhangende feiten gepleegd in België - Grens Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 3, 4, 66 en 67 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Artt. 7 en 11 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0148.N
- F. J. M. K., beklaagde,
- L. L. S., beklaagde,
- E. K., beklaagde,
- P. J. M. S., beklaagde, eisers, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen BELGISCHE STAAT, fod Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur van de douane en accijnzen te Antwerpen, met kantoor te 2060 Antwerpen, Ellermanstraat 21, vervolgende partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67 bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 7 januari
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Het arrest beperkt de schuldigverklaring van de eisers voor feit 2 en verklaart de fiscale rechtsvordering van de verweerder tegen de eisers op grond van feit 2 zonder voorwerp. In zoverre ook tegen die beslissingen gericht, zijn de cassatieberoepen bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 3 Strafwetboek en artikel 11 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: de appelrechters verklaren zich ten onrechte bevoegd om kennis te nemen van de vervolging van de eiser 4 voor de feiten 4 en 5, die in Nederland zouden zijn gepleegd; de eiser heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in Nederland; in dat geval wordt de territoriale bevoegdheid van de Belgische strafrechter geregeld door voormeld artikel 11; dat artikel is enkel van toepassing op misdaden, terwijl de vervolging hier slaat op wanbedrijven; ingevolge de samenhang tussen de feiten 1 tot en met 5 die uit het arrest blijkt, strekt de onbevoegdheid van de appelrechters zich ook uit tot de kennisneming van de vervolging van de eiser 4 voor de feiten 1, 2 en
- Artikel 3 Strafwetboek bepaalt: "Het misdrijf, op het grondgebied van het Rijk door Belgen of door vreemdelingen gepleegd, wordt gestraft overeenkomstig de bepalingen van de Belgische wetten." Artikel 4 Strafwetboek bepaalt: "Het misdrijf, buiten het grondgebied van het Rijk door Belgen of door vreemdelingen gepleegd, wordt in België niet gestraft dan in de gevallen bij de wet bepaald." Artikel 7, § 1, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt: "Iedere Belg of persoon met hoofdverblijfplaats in het Rijk die zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt aan een feit dat door de Belgische wet misdaad of wanbedrijf wordt genoemd, kan in België vervolgd worden indien op het feit straf gesteld is door de wet van het land waar het is gepleegd." Artikel 11 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt: "De vreemdeling die mededader is van of medeplichtig aan een misdaad, buiten het grondgebied van het Rijk door een Belg gepleegd, kan in België vervolgd worden, samen met de verdachte Belg of na diens veroordeling."
- De eiser 4 is vervolgd voor het plegen van de feiten 1, 2 en 3 in België en de feiten 4 en 5 in Nederland. Het arrest stelt vast dat de eiser 4 de Nederlandse nationaliteit heeft en woont in Nederland. Alle feiten zijn wanbedrijven, terwijl voormeld artikel 11 enkel van toepassing is op misdaden. Bijgevolg kan de eiser 4 voor de feiten 4 en 5 in België niet worden vervolgd.
- De mogelijkheid tot vervolging van een in het buitenland gepleegd misdrijf in België houdt geen verband met de bevoegdheid van de strafrechter, maar wel met de ontvankelijkheid van de strafvordering.
- De niet-ontvankelijkheid van de strafvordering voor de feiten 4 en 5 ten aanzien van de eiser 4 heeft geen impact op de ontvankelijkheid van de lastens hem ingestelde strafvordering voor de feiten 1, 2 en 3, die in België zijn gepleegd en waarvoor de eiser 4 in België kan worden vervolgd. Dat het arrest samenhang aanneemt tussen alle vervolgde feiten, doet daaraan geen afbreuk.
- Hieruit volgt dat het middel enkel gegrond is in zoverre het betrekking heeft op de beslissing dat de strafvordering lastens de eiser 4 ontvankelijk is voor de feiten 4 en
- Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 18, 19, § 1, en 45 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen en artikel 281 AWDA: het arrest verklaart feit 2 bewezen voor 160.763,00 kilogram ruwe onversneden tabak, namelijk 149.231,00 kilogram waar 11.532,00 kilogram is bijgeteld; die 11.532,00 kilogram tabak maakt reeds het voorwerp uit van feit 1 en is daadwerkelijk in beslag genomen en verbeurdverklaard; bovendien heeft de verweerder zijn vordering beperkt tot 149.245,00 kilogram en vermeldt het arrest niet de reden voor de bijtelling van 11.532,00 kilogram; bijgevolg is de bewezenverklaring van feit 2 voor 160.763,00 kilogram tabak niet naar recht verantwoord.
- Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging behoeft het middel voor wat betreft de eiser 4 geen antwoord.
- Onder feit 1 is aan de eisers ten laste gelegd rooktabak voorhanden te hebben gehad buiten een belastingentrepot zonder dat accijns werd voldaan. Dat feit heeft betrekking op rooktabak die bij de huisvisitatie effectief is aangetroffen en in beslag genomen. Het betreft 26.993,00 kilogram rooktabak, waarvan 15.461,00 kilogram versneden tabak en 11.532,00 kilogram ruwe onversneden tabak. Onder feit 2 is aan de eisers ten laste gelegd rooktabak te hebben verwerkt buiten een belastingentrepot. Dat feit heeft betrekking op de totaliteit van de ter plaatse verwerkte rooktabak, dit is zowel deze die ter plaatse is aangetroffen en het voorwerp uitmaakt van feit 1 als deze die voorheen ter plaatse moet zijn verwerkt ingevolge een berekening aan de hand van aangetroffen verpakkingsmateriaal.
- Met de bekritiseerde redenen oordeelt het arrest dat de materialiteit van de gehele clandestiene verwerking, voorwerp van feit 2, bewezen is voor in totaal 160.763,00 kilogram rooktabak, dit is de som van 11.532,00 kilogram die ook het voorwerp uitmaakt van feit 1 en 149.231,00 kilogram die volgens het teruggevonden verpakkingsmateriaal op de site is verwerkt. Het arrest berekent vervolgens met betrekking tot feit 2 de aan de eisers opgelegde geldboeten en verbeurdverklaring met verplichting tot wederoverlegging, alsook de toegekende fiscale rechtsvordering op basis van een totaal gewicht van 133.770,00 kilogram, dit is 160.763,00 kilogram verminderd met de vermelde 26.993,00 kilogram, voorwerp van feit
- Aldus verantwoordt het arrest de beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van de beslissing over de ontvankelijkheid van de strafvordering voor de feiten 4 en 5 ten aanzien van de eiser 4 heeft de vernietiging tot gevolg van zijn schuldigverklaring aan de feiten 4 en 5 en van zijn veroordeling tot straf en tot het betalen van een bijdrage aan het Slachtofferfonds en de kosten van de strafvordering, alsmede de vernietiging van de veroordeling van de eisers 1, 2 en 3 tot de kosten van de strafvordering van de vervolgende partij en de kosten voor depannage, transport en opslag. Zij laat de schuldigverklaring van de eiser 4 aan de feiten 1, 2 en 3 alsook de schuldigverklaring en overige veroordelingen van de eisers 1, 2 en 3 onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de strafvordering ten aanzien van de eiser 4 ontvankelijk verklaart voor de feiten 4 en 5, hem daaraan schuldig verklaart, hem veroordeelt tot straf en tot het betalen van een bijdrage aan het Slachtofferfonds en de kosten van de strafvordering, alsook de eisers 1, 2 en 3 veroordeelt tot de kosten van de strafvordering van de vervolgende partij en de kosten voor depannage, transport en opslag. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers 1, 2 en 3 tot negen tienden van de kosten van hun cassatieberoep. Veroordeelt de eiser 4 tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Bepaalt de kosten op 1.163,95 euro, waarvan 399,03 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 4 mei 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210504.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div