← België

L en K PROJECTS contra RENSON SUNPROTECTION-SCREENS

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210507.1N.2 Rolnummer: C.20.0244.N Zaak: L en K PROJECTS contra RENSON SUNPROTECTION-SCREENS Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-09-13 Raadplegingen: 854 - laatst gezien 2026-06-18 13:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Hoewel een vernietiging door het Hof in de regel is beperkt tot de draagwijdte van het middel dat de grondslag ervan vormt, moet de verwijzingsrechter uitspraak doen over een hem voorgelegd geschilpunt dat is beslecht door een ander dictum van de vernietigde beslissing dan het dictum dat met het cassatiemiddel is betreden wanneer het andere dictum, uit het oogpunt van de omvang van de vernietiging, niet is onderscheiden van het bestreden dictum. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Vernietiging - Dictum dat door het cassatiemiddel is bestreden - Geschilpunt beslecht door een ander dictum - Taak van de verwijzingsrechter - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1082, eerste lid, 1095 en 1110 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 In civiele zaken is het dictum waartegen geen enkele partij een ontvankelijk cassatiemiddel kan aanvoeren, wat het geval is voor een dictum dat de eiser tot cassatie niet benadeelt en de verweerder in cassatie enkel zou benadelen bij vernietiging van het bestreden dictum, uit het oogpunt van de omvang van de vernietiging, niet onderscheiden van het bestreden dictum. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Gemis aan belang of bestaansreden Vrije woorden: Bestreden dictum - Ander dictum waartegen geen ontvankelijk cassatiemiddel kan worden aangevoerd - Omvang van de vernietiging Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1082, eerste lid, 1095 en 1110 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0244.N

  1. L EN K PROJECTS bv, met zetel te 8900 Ieper, Proosdijstraat 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0462.784.228,
  2. SUNCONFEX bv, met zetel te 8900 Ieper, Dehemlaan 27, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0875.026.508,
  3. L. K., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  4. RENSON SUNPROTECTION-SCREENS nv, met zetel te 8790 Waregem, Kalkhoevestraat 45, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0432.549.526,
  5. L. R., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 28 februari 2019, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 23 januari
  6. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  7. Bij arrest van 23 januari 2015 vernietigt het Hof het arrest van het hof van beroep te Gent van 17 december 2012 omdat de appelrechters geen gevolg geven aan het verzoek van de verweerders om de nietigheid van het niet-concurrentiebeding in een overeenkomst tot overdracht van bedrijfstakken te beperken tot de overschrijding van de toegelaten duur.
  8. Het middel gaat ervan uit dat de vernietiging zich niet beperkt tot de beslissing over de nietigheid van het niet-concurrentiebeding in de overeenkomst tot overdracht van bedrijfstakken, maar zich uitstrekt tot de beslissing dat de tweede eiseres door de overeenkomst tot overdracht van bedrijfstakken in het geheel niet de mogelijkheid en het recht verkreeg om ritsdoeken te produceren en de vaststelling dat de tweede eiseres niettemin ritsdoeken produceerde, omdat noch de eisers noch de verweerders belang hadden hiertegen cassatieberoep in te stellen.
  9. Hoewel een vernietiging door het Hof in de regel is beperkt tot de draagwijdte van het middel dat de grondslag ervan vormt, moet de verwijzingsrechter uitspraak doen over een hem voorgelegd geschilpunt dat is beslecht door een ander dictum van de vernietigde beslissing dan het dictum dat met het cassatiemiddel is bestreden wanneer het andere dictum, uit het oogpunt van de omvang van de vernietiging, niet is onderscheiden van het bestreden dictum. In civiele zaken is het dictum waartegen geen enkele partij een ontvankelijk cassatiemiddel kan aanvoeren, uit het oogpunt van de omvang van de vernietiging, niet onderscheiden van het bestreden dictum. Dit is het geval voor een dictum dat de eiser tot cassatie niet benadeelt en de verweerder in cassatie enkel zou benadelen bij vernietiging van het bestreden dictum. In een dergelijk geval heeft immers noch de eiser noch de verweerder belang erbij om op te komen tegen dat dictum, zodat het cassatiemiddel ertegen onontvankelijk zou worden verklaard.
  10. Uit het arrest van het hof van beroep te Gent van 17 december 2012 blijkt dat de beslissing dat de productie en de verkoop van ritsdoeken en van het systeem waarin deze ritsdoeken worden verwerkt, volgens de overeenkomst tot overdracht van bedrijfstakken, als bedrijfsactiviteiten bij de eerste verweerster zijn gebleven en de vaststelling dat de tweede eiseres niettemin ritsdoeken produceerde, mede ten grondslag liggen aan de beslissing van de appelrechters dat de exclusieve verkoopconcessie moet worden ontbonden met schadevergoeding ten laste van de tweede eiseres, aangezien de appelrechters hiervoor uitdrukkelijk verwijzen naar de stelselmatige verslechtering van de relatie tussen partijen "mede en vooral in verband met de aangelegenheid van de ritsdoeken".
  11. Anders dan waarvan het middel uitgaat, hadden de eisers aldus belang om op te komen tegen de beslissing dat de tweede eiseres door de overeenkomst tot overdracht van bedrijfstakken in het geheel niet de mogelijkheid en het recht bekwam om ritsdoeken te produceren en de vaststelling dat de tweede eiseres niettemin ritsdoeken produceerde, die mede ten grondslag liggen aan de beslissing tot ontbinding met schadevergoeding van de exclusieve verkoopconcessie ten laste van de tweede eiseres. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 334,47 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 mei 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210507.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.