id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210507.1N.5 Rolnummer: C.20.0299.N Zaak: RESILUX contra GLOBAL SERVICE BV Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2021-09-13 Raadplegingen: 829 - laatst gezien 2026-06-16 10:18 Versie(s): Vertaling FR Fiche Met de rechtsvorderingen waartoe een aan het CMR-Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft en die verjaren door verloop van een jaar, wordt elke rechtsvordering bedoeld die voortvloeit uit een vervoer dat onder het toepassingsgebied van het Verdrag valt en dit ongeacht de grondslag ervan, met inbegrip van de vordering van de geadresseerde strekkende tot vergoeding van andere schade dan deze aan de vervoerde goederen wanneer zij voortvloeit uit het vervoer. Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer Vrije woorden: CMR-Verdrag - Verjaring - Rechtsvordering - Begrip Wettelijke bepalingen: Verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (C.M.R.) - 19-05-1956 - Art. 32.1 - 30 Link Justel databank 19560519-30 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0299.N 1. RESILUX nv, met zetel te 9230 Wetteren, Damstraat 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0447.354.397, 2. FM INSURANCE COMPANY LIMITED, met zetel te 1083 KA Amsterdam (Nederland), Cross Towers, Antonio Vivaldistraat 150, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen 1. GLOBAL SERVICE bv, met zetel te 5081 HC Hilvarenbeek (Nederland), Klein Westerwijksestraat 5, 2. WITLOX LOGISTICS OIRSCHOT bv, met zetel te 5081 HC Hilvarenbeek (Nederland), Klein Westerwijksestraat 5, 3. VIVAT SCHADEVERZEKERINGEN nv, met zetel te 1185 MD 2713 Amstelveen (Nederland), Burgemeester Rijnderslaan 7, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 4 november 2019. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Tweede onderdeel 1. Overeenkomstig artikel 32.1 CMR verjaren de rechtsvorderingen, waartoe een aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, door verloop van een jaar. De verjaring loopt:
- a)in geval van gedeeltelijk verlies, beschadiging of vertraging, vanaf de dag waarop de goederen zijn afgeleverd;
- b)in geval van volledig verlies, vanaf de dertigste dag na afloop van de bedongen termijn of, bij gebreke van zulk een termijn, vanaf de zestigste dag na de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder;
- c)in alle andere gevallen, na afloop van een termijn van drie maanden na de sluiting der vervoerovereenkomst. Met de rechtsvorderingen waartoe een aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, wordt elke rechtsvordering bedoeld die voortvloeit uit een vervoer dat onder het toepassingsgebied van het Verdrag valt en dit ongeacht de grondslag ervan. Hieronder valt ook de vordering van de geadresseerde strekkende tot vergoeding van andere schade dan deze aan de vervoerde goederen wanneer zij voortvloeit uit het vervoer. 2. De appelrechter oordeelt dat: - hoewel de vorderingen van de eiseressen op buitencontractuele grondslag gebaseerd zijn, het geen twijfel lijdt dat zij niet alleen betrekking hebben op wegtransporten waarop het CMR-verdrag van toepassing is, maar ook voortvloeien uit deze wegtransporten, en dus vorderingen zijn waartoe deze wegtransporten aanleiding geven; - het evident is dat zonder de wegtransporten en de door de eiseressen als foutief gekwalificeerde lossingsverrichtingen, die in de gegeven omstandigheden, met name het middels een losslang inblazen van de in de vrachtwagen aanwezige PET-grondstof in de silo's van de eerste eiseres, een essentieel onderdeel van het vervoer uitmaken, de schade waarvoor de eiseressen vergoeding vorderen zich niet zou hebben voorgedaan; - de louter op buitencontractuele grondslag gebaseerde vorderingen van de eiseressen dan ook niet los kunnen worden gezien van de transporten van PET-grondstof die, aldus nog de eiseressen, op een foutieve wijze zou zijn gelost; - de eiseressen in de ingebrekestelling die zij op 14 oktober 2014 toegestuurd hebben aan de eerste verweerster de schade waarvoor zij vergoeding vorderen uitdrukkelijk toewijzen aan de beweerdelijke fout die door de chauffeur zou zijn begaan bij de lossing van de lading PET-grondstof in de silo's van de eerste eiseres; - de inhoud van deze ingebrekestelling ter zake aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. 3. Door aldus te oordelen dat "de vorderingen van [de eiseressen] - ook al zijn zij op buitencontractuele grondslag gesteund en beogen zij de vergoeding van schade aan of verlies van andere dan de vervoerde goederen - wel degelijk voortvloeien uit aan het CMR-Verdrag onderworpen transporten" en dat "op deze vorderingen de in artikel 32 CMR-Verdrag voorziene verjaringstermijn wel degelijk van toepassing is", verantwoordt de appelrechter zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 758,69 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 mei 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210507.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div