id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210507.1N.7 Rolnummer: C.20.0248.N Zaak: H. contra AMMA VERZEKERINGEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-09-13 Raadplegingen: 826 - laatst gezien 2026-06-16 20:12 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het openbare orde karakter van artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek houdt in dat de rechter in de regel enkel de laatste syntheseconclusie in aanmerking mag nemen. Thesaurus CAS: OPENBARE ORDE Vrije woorden: Syntheseconclusie - Aard - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Syntheseconclusie - Aard - Taak van de rechter Tekst van de beslissing Nr. C.20.0248.N
- D. H.,
- C. B.,
- K.H.,
- I. H.,
- M. B.,
- L. S.,
- R. H., eisers, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, tegen AMMA VERZEKERINGEN, met zetel te 1040 Brussel, Kunstlaan 39, bus 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0409.003.270, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Werner Derijcke, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 65/11, waar de verweerster woonplaats kiest. in aanwezigheid van: ETHIAS nv, met zetel te 4000 Luik, Rue des Croisiers 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.484.654, tot gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 25 november
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Derde middel Ontvankelijkheid
- De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het middel is niet ontvankelijk bij gebrek aan belang aangezien het arrest er niet anders zou hebben uitgezien indien het zich wel degelijk op de laatste conclusie van de eisers zou hebben gebaseerd omdat de eisers niet aanvoeren dat zij in hun syntheseconclusie van 10 april 2019 middelen zouden hebben ontwikkeld die niet reeds aanwezig waren in hun vroegere conclusie van 14 januari 2019 en de laatste conclusie van de eisers van 10 april 2019 trouwens net dezelfde is als deze van 14 januari 2019, op enkele preciseringen of toevoegingen na.
- Het onderzoek van de grond van niet-ontvankelijkheid is niet te scheiden van het onderzoek van het middel. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
- Artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, behoudens in de gevallen waarin conclusie mag worden genomen buiten de in artikel 747 bedoelde termijnen, de laatste conclusies van een partij de vorm aannemen van syntheseconclusies en dat voor de toepassing van artikel 780, eerste lid, 3°, de syntheseconclusies alle vorige conclusies vervangen en desgevallend de gedinginleidende akte van de partij die de syntheseconclusies neerlegt.
- Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 26 april 2007 volgt dat voormeld artikel 748bis tot doel heeft het goede verloop van het geding te verbeteren en de rechtsgang te versnellen door het werk van de rechter te verlichten en nader te omschrijven. Die bepaling is derhalve van openbare orde. Dit houdt in dat de rechter in de regel enkel de laatste syntheseconclusies in aanmerking mag nemen.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eisers op 14 januari 2019 "antwoordconclusies in graad van beroep" en op 10 april 2019 "syntheseconclusies in graad van beroep" ter griffie hebben neergelegd.
- De appelrechter stelt vast wat de eisers vragen "bij hun op 14 januari 2019 ter griffie neergelegde antwoordconclusies in graad van hoger beroep", zonder in het arrest blijk te geven de op 10 april 2019 ter griffie neergelegde "syntheseconclusies in graad van beroep" in aanmerking te nemen. Door aldus niet de laatste syntheseconclusies van de eisers, zijnde deze van 10 april 2019, in aanmerking te nemen, schendt de appelrechter artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek. Het middel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Verklaart het arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partijen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 mei 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210507.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.