← België

FERCOMETAL SAS contra Mechel Trading AG

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210507.1N.9 Rolnummer: C.20.0275.N Zaak: FERCOMETAL SAS contra Mechel Trading AG Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-09-13 Raadplegingen: 1059 - laatst gezien 2026-06-18 20:17 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit artikel 40, derde lid, Taalwet volgt niet dat een beroepsakte die strijdig is met de Taalwet Gerechtszaken pas een stuitende werking heeft nadat de rechter de nietigheid heeft uitgesproken; derhalve heeft ze ook gevolgen voor de nieuwe beroepsakte die wordt neergelegd vóór de nietigverklaring van de eerste beroepsakte wegens schending van de Taalwet Gerechtszaken. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Beroepsakte - Nietigheid wegens schending van de Taalwet Gerechtszaken - Stuitende werking - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 40, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Fiches 2 - 3 De stuitende werking van een beroepsakte vangt aan vanaf de datum van de neerlegging ervan en duurt voort tot de datum van de nietigverklaring ervan; ze verhindert dat de beroepstermijn voor een nieuw beroep (dat is) neergelegd vóór de nietigverklaring, is verstreken. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Beroepsakte - Nietigheid wegens schending van de Taalwet Gerechtszaken - Stuitende werking - Gevolg Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Algemeen Tekst van de beslissing Nr. C.20.0275.N FERCOMETAL SAS, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 75008 Parijs (Frankrijk), Avenue Champs Elysées 122, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen

  1. MECHEL TRADING AG, vennootschap naar Zwitsers recht, met zetel te 6340 Baar (Zwitserland), Oberdorfstrasse 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0881.469.682,
  2. MECHEL SERVICE BELGIUM bv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Generaal Lemanstraat 74, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0820.534.876,
  3. MECHEL OAO, vennootschap naar Russisch recht, met zetel te 125167 Moskou (Russische Federatie), ul. Krasnoarmeyskaya 1, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 19 februari 2020 (rolnummer 2018/AR/968). Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Krachtens artikel 1051, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, is de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand, te rekenen vanaf de betekening van het vonnis of de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid, onder voorbehoud van termijnen waarin supranationale en internationale bepalingen voorzien. Krachtens artikel 40, derde lid, Taalwet Gerechtszaken stuiten de akten, nietig verklaard wegens schending van deze wet, de verjaring evenals de termijnen van rechtspleging toegekend op straffe van verval.
  5. Uit artikel 40, derde lid, Taalwet Gerechtszaken volgt niet dat een beroepsakte die strijdig is met de Taalwet Gerechtszaken pas stuitende werking heeft nadat de rechter de nietigheid heeft uitgesproken. De stuiting heeft derhalve ook gevolgen voor de nieuwe beroepsakte die wordt neergelegd vóór de nietigverklaring van de eerste beroepsakte wegens schending van de Taalwet Gerechtszaken.
  6. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - het beroepen vonnis is betekend aan de eiseres bij gerechtsdeurwaardersexploot van 8 november 2017; - de eiseres op 8 december 2017 en derhalve binnen de beroepstermijn haar eerste beroepsakte neerlegde ter griffie van het hof van beroep in de zaak met rolnummer 2017/AR/2186; - de verweersters conclusie namen met het oog op nietigverklaring van deze beroepsakte wegens schending van de Taalwet Gerechtszaken; - de eiseres op 18 mei 2018 een nieuwe beroepsakte neerlegde ter griffie van het hof van beroep in de zaak met rolnummer 2018/AR/968; - de appelrechters bij afzonderlijk arrest van 19 februari 2020 in de zaak met rolnummer 2017/AR/2186 overgaan tot nietigverklaring van de eerste beroepsakte van de eiseres wegens schending van de Taalwet Gerechtszaken.
  7. De appelrechters oordelen in het bestreden arrest van 19 februari 2020 in de zaak met rolnummer 2018/AR/968 dat: - er geen reden is om de zaken met rolnummers 2017/AR/2186 en 2018/AR/968 samen te voegen met toepassing van artikel 30 Gerechtelijk Wetboek; - het hoger beroep dat de eiseres in de zaak met rolnummer 2018/AR/968 instelde door op 18 mei 2018 een nieuwe beroepsakte neer te leggen ter griffie van het hof van beroep, laattijdig is. De appelrechters die met die redenen het hoger beroep van de eiseres onontvankelijk verklaren, miskennen de stuitende werking van de beroepsakte van 8 december 2017, die aanvangt vanaf de datum van de neerlegging ervan op 8 december 2017 en voortduurt tot de datum van de nietigverklaring ervan op 19 februari 2020, en die verhindert dat de beroepstermijn op 18 mei 2018 was verstreken toen de eiseres een nieuwe beroepsakte neerlegde. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 mei 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210507.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.