id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210511.2N.13 Rolnummer: P.21.0278.N Zaak: L. contra C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-05-20 Raadplegingen: 763 - laatst gezien 2026-06-19 23:35 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de artikelen 203 en 204 Wetboek van Strafvordering volgt dat de saisine van het appelgerecht in eerste plaats wordt bepaald door de verklaring van hoger beroep door de appellant en vervolgens binnen de door die verklaring bepaalde grenzen door de in het appelverzoekschrift of grievenformulier opgegeven grieven; een appellant kan niet op ontvankelijke wijze grieven aanvoeren met betrekking tot beslissingsonderdelen van de beroepen beslissing die niet zijn geviseerd door zijn verklaring van hoger beroep
(1).
(1)Cass. 23 oktober 2019, AR P.19.0802.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191023.2, AC 2019, nr.
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Verklaring van hoger beroep - Grievenformulier - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 204 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0278.N C. B. A. L., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Luc Arnou, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, tegen
- J. C., burgerlijke partij,
- J. T'J., burgerlijke partij,
- J. R., burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 6 januari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 204 Wetboek van Strafvordering: niettegenstaande de eiseres in haar grievenformulier bij het aankruisen van de rubriek burgerlijke rechtsvordering heeft verduidelijkt dat het voorwerp van de oplichting en dus de bedragen werden betwist en er werd aangevoerd dat de bedragen niet bewezen waren, oordeelt het arrest ten onrechte dat aangezien de eiseres op strafgebied geen hoger beroep heeft ingesteld maar enkel op burgerlijk gebied, er geen betwisting meer kan worden gevoerd over het bedrag aan gelden waarvoor de eiseres de verweerster 2 zou hebben opgelicht; het niet-aankruisen van een rubriek heeft niet tot gevolg dat er met betrekking tot deze rubriek geen grief voorligt indien uit de overige vermeldingen van het grievenformulier blijkt dat dit wel degelijk een nauwkeurig bepaalde grief bevat met betrekking tot het onderdeel van de beroepen beslissing dat in de niet-aangekruiste rubriek wordt bedoeld; ook uit de conclusies van de eiseres voor de eerste rechter blijkt dat zij betwisting heeft gevoerd over de omvang van de geldsommen voorwerp van de oplichting. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 204 Wetboek van Strafvordering: de in het grievenformulier bij de rubriek burgerlijke rechtsvordering gevoerde betwisting over de bedragen kan enkel worden uitgelegd in die zin dat de eiseres de saisine van het appelgerecht ook wilde uitgebreid zien tot een beoordeling van de strafvordering op dit punt; de saisine van het appelgerecht strekt zich ook uit tot beslissingsonderdelen die onafscheidelijk verbonden zijn met de beslissingsonderdelen waartegen grieven zijn aangevoerd.
- Uit de artikelen 203 en 204 Wetboek van Strafvordering volgt dat de saisine van het appelgerecht in eerste plaats wordt bepaald door de verklaring van hoger beroep door de appellant en vervolgens binnen de door die verklaring bepaalde grenzen door de in het appelverzoekschrift of grievenformulier opgegeven grieven. Een appellant kan niet op ontvankelijke wijze grieven aanvoeren met betrekking tot beslissingsonderdelen van de beroepen beslissing die niet zijn geviseerd door zijn verklaring van hoger beroep.
- Uit de op 14 januari 2020 namens de eiseres afgelegde verklaring van hoger beroep blijkt dat haar hoger beroep enkel was gericht tegen de beschikkingen op burgerlijk gebied van het beroepen vonnis.
- Het middel bekritiseert in wezen in zijn beide onderdelen enkel de beoordeling door het appelgerecht van de draagwijdte van de in het grievenformulier vermelde grieven, maar niet de draagwijdte van de verklaring van hoger beroep. Het middel, al was het gegrond, kan in zijn beide onderdelen dan ook niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,71 euro waarvan 45,71 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 11 mei 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210511.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220308.2N.4 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240409.2N.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191023.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221213.2N.3 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260106.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div