id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210511.2N.7 Rolnummer: P.20.1220.N Zaak: DEWIMA contra DE WOONINSPECTEUR Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-05-20 Raadplegingen: 907 - laatst gezien 2026-06-17 10:49 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Volgens artikel 20, § 3, eerste lid, Vlaamse Wooncode
(1), hebben de agenten en officieren van gerechtelijke politie en de in het bijzonder daartoe aangewezen ambtenaren, waaronder de wooninspecteur, toegang tot de bouwplaatsen en de gebouwen om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten en als de verrichtingen de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze volgens het tweede lid van die bepaling alleen worden uitgevoerd op voorwaarde dat de politierechter daartoe een machtiging heeft verstrekt; een huiszoeking in de zin van die bepalingen kan op een wettige wijze worden uitgevoerd op verzoek of met toestemming van de bewoner van de plaats bij toepassing van artikel 1, tweede lid, 3°, Huiszoekingswet en in dat geval is geen machtiging van de politierechter vereist
(2).
(1)Thans artikel 3.38 Vlaamse Codex Wonen van 2021.
(2)De machtiging van de politierechter werd ingevoerd door het Decreet van 29 maart 2013 houdende wijziging van diverse decreten wat de woonkwaliteitsbewaking betreft, het zgn Integratiedecreet, BS 1 augustus 2013, Parl. St. Vl.Parl., 2012-2013, nr. 186/1, p.
- Hierin werd duidelijk gesteld dat de onschendbaarheid van de woning er niet aan in de weg staat dat woningonderzoeken worden uitgevoerd met voorafgaande schriftelijke toestemming van de bewoner; T. VANDROMME, "De (voorlopig?) laatste fase in de optimalisering van de Vlaamse woningkwaliteitsbewaking: het Integratiedecreet van 29 maart 2013", RW 2012-2013, p. 492, nr. 233; T. VANDROMME, "Verhuur van krotwoningen", Comm. Strafr., p. 36, nr.
- Thesaurus CAS: STEDENBOUW - SANCTIES Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel, 20, § 3, eerste lid - Toegang tot de plaatsen door de aangewezen ambtenaren - Verrichting die het kenmerk van een huiszoeking draagt - Machtiging van de politierechter - Toestemming van de bewoner van de plaats - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20, § 3, eerste lid - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 1, tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Thesaurus CAS: HUISVESTING Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel, 20, § 3, eerste lid - Toegang tot de plaatsen door de aangewezen ambtenaren - Verrichting die het kenmerk van een huiszoeking draagt - Machtiging van de politierechter - Toestemming van de bewoner van de plaats - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20, § 3, eerste lid - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 1, tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Vrije woorden: Huiszoeking - Huiszoekingswet - Artikel 1, tweede lid, 3° - Toestemming van de bewoner van de plaats - Vlaamse Wooncode - Artikel, 20, § 3, eerste lid - Toegang tot de plaatsen door de aangewezen ambtenaren - Verrichting die het kenmerk van een huiszoeking draagt - Machtiging van de politierechter - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20, § 3, eerste lid - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 1, tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Fiches 4 - 5 De herstelmaatregelen van artikel 20bis Vlaamse Wooncode beogen als een bijzondere vorm van teruggave de gevolgen van de door artikel 20, § 1, Vlaamse Wooncode bedoelde misdrijven teniet te doen en de krachtens artikel 5 Vlaamse Wooncode vastgestelde vereisten en normen te verwezenlijken; uit de tekst van de artikelen 5, 20 en 20bis Vlaamse Wooncode
(1), hun ontstaansgeschiedenis en de doelstellingen van de decreetgever volgt dat het gevorderde herstel in hoofdorde tot integraal herstel moet strekken, dit wil zeggen tot het wegwerken van alle gebreken aan het onroerend goed teneinde het te laten voldoen aan de vereisten en normen vastgesteld krachtens artikel 5 Vlaamse Wooncode en, behoudens een vastgesteld integraal herstel, mag de vordering slechts worden afgewezen in het geval van kennelijke onredelijkheid
(2).
(1)Thans de artikelen 3.1, 3.34 en 3.43 Vlaamse Codex Wonen van 2021.
(2)Cass. 2 december 2014, AR P.14.1254.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141202.5, AC 2014, nr. 745. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel 20bis - Principieel integraal herstel - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 5 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20bis - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Thesaurus CAS: HUISVESTING Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel 20bis - Herstelmaatregelen - Principieel integraal herstel - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 5 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20bis - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Fiches 6 - 7 Indien dit integraal herstel als principiële herstelmaatregel volgens de rechter niet mogelijk is, dient de rechter de alternatieve maatregel van de herbestemming of de sloop te bevelen en uit de parlementaire voorbereiding van het decreet van het Vlaams Gewest van 29 april 2011 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen blijkt dat, wanneer de rechter vaststelt dat de herstelvordering tot herbestemming of sloop dient te worden ingewilligd, de overtreder de keuze heeft om het herstel uit te voeren door naar eigen goeddunken één van beide maatregelen te nemen
(1).
(1)GwH 18 januari 2018, arrest nr. 4/2018, p. 12, B.
- Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel 20bis - Alternatieve herstelmaatregel - Herbestemming of sloop - Decreet van het Vlaams Gewest van 29 april 2011 - Keuzemogelijkheid voor de overtreder Thesaurus CAS: HUISVESTING Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel 20bis - Alternatieve herstelmaatregel - Herbestemming of sloop - Decreet van het Vlaams Gewest van 29 april 2011 - Keuzemogelijkheid voor de overtreder Fiches 8 - 9 De overtreder die kiest voor herbestemming van het goed en vervolgens een omgevingsvergunning verkrijgt die de woonfunctie toelaat, kan het onroerend goed opnieuw voor bewoning bestemmen, mits hij ook de woongebreken herstelt overeenkomstig de vereisten vermeld in artikel 5 Vlaamse Wooncode, zodat aldus het effect van de principiële herstelmaatregel kan worden bereikt wanneer het goed, na de herbestemming ervan, in overeenstemming zal zijn gebracht met de stedenbouwkundige vereisten, waardoor het bevelen van de subsidiaire herstelmaatregel dan ook niet noodzakelijk betekent dat het in het geding zijnde goed niet meer zal kunnen worden bestemd voor bewoning. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel 20bis - Alternatieve herstelmaatregel - Herbestemming of sloop - Keuze van de overtreder - Herbestemming - Woonfunctie - Artikel 5, Vlaamse Wooncode - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 5 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Thesaurus CAS: HUISVESTING Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel 20bis - Alternatieve herstelmaatregel - Herbestemming of sloop - Keuze van de overtreder - Herbestemming - Woonfunctie - Artikel 5, Vlaamse Wooncode - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 5 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Fiches 10 - 11 De herbestemming van een onroerend goed waardoor de woonfunctie ongedaan wordt gemaakt, heeft tot gevolg dat het pand niet meer onder de woningkwaliteitsnormen valt en het integraal herstel geen voorwerp heeft maar wanneer de uitvoering van de bevolen herbestemming van een onroerend goed overeenkomstig de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening niet tot gevolg heeft dat de woonfunctie ervan ongedaan wordt gemaakt, moet de rechter behalve die alternatieve maatregel ook het integraal herstel bevelen, bestaande in het wegwerken van alle gebreken aan het onroerend goed teneinde het te laten voldoen aan alle veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten zoals bedoeld in artikel 5 Vlaamse Wooncode; dit is met name het geval wanneer een eengezinswoning werd opgesplitst in meerdere woongelegenheden zonder dat hiervoor een vergunning werd verleend zoals vereist door artikel 4.2.1, 7°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de strafrechter bij toepassing van artikel 20, § 1, eerste lid, Vlaamse Wooncode de beklaagde veroordeelt wegens het verhuren van die woongelegenheden omdat ze niet voldoen aan de in die bepaling bedoelde vereisten en normen; in dat geval dient de rechter behalve de herbestemming of de sloop ook het integraal herstel te bevelen, bestaande in het wegwerken van alle gebreken aan het onroerend goed teneinde het te laten voldoen aan de voormelde normen en vereisten. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel 20bis - Alternatieve herstelmaatregel - Herbestemming of sloop - Keuze van de overtreder - Herbestemming - Woonfunctie - Gevolg - Opleggen van integraal herstel naast de alternatieve herstelmaatregel - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 5 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 4.2.1, 7° - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Thesaurus CAS: HUISVESTING Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel 20bis - Alternatieve herstelmaatregel - Herbestemming of sloop - Keuze van de overtreder - Herbestemming - Woonfunctie - Gevolg - Opleggen van integraal herstel naast de alternatieve herstelmaatregel - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 5 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 4.2.1, 7° - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Fiches 12 - 15 De rechter die een beklaagde veroordeelt op grond van artikel 20 Vlaamse Wooncode, is er in beginsel toe verplicht om de gepaste herstelmaatregelen te bevelen zoals bedoeld in artikel 20bis, § 1, Vlaamse Wooncode en dit gebeurt ambtshalve of op vordering van de in die bepaling bedoelde overheden; de rechter die een dergelijke maatregel geheel of gedeeltelijk beveelt zonder dat door een van die overheden hiervoor een vordering werd ingesteld, miskent niet het recht van verdediging of het recht op tegenspraak van de partijen. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel 20 en 20bis, § 1 - Bevelen van de herstelmaatregelen - Ambtshalve of op vordering van de overheden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20bis - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Thesaurus CAS: HUISVESTING Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel 20 en 20bis, § 1 - Bevelen van de herstelmaatregelen - Ambtshalve of op vordering van de overheden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20bis - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Stedenbouw - Vlaamse Wooncode - Artikel 20 en 20bis, § 1 - Bevelen van de herstelmaatregelen - Ambtshalve of op vordering van de overheden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20bis - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Recht op tegenspraak - Stedenbouw - Vlaamse Wooncode - Artikel 20 en 20bis, § 1 - Bevelen van de herstelmaatregelen - Ambtshalve of op vordering van de overheden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Decreet Vlaams Gemeenschap 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode - 15-07-1997 - Art. 20bis - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1220.N
- DEWIMA bv, met zetel te 9940 Evergem, Langendam 19F, beklaagde, eiseres,
- H. C. M. D.W., beklaagde, eiser, beiden met als raadsman mr. Filip Gijssels, advocaat bij de balie Gent, tegen WOONINSPECTEUR, met kantoor te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus 22, eiser tot herstel, verweerder, met als raadsman mr. Veerle Tollenaere, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Koning Albertlaan 128, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 6 november
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 15 Grondwet en artikel 20, § 3, Vlaamse Wooncode, thans artikel 3.38 Vlaamse Codex Wonen van 2021: met het oordeel dat voor de uitgevoerde huiszoekingen geen machtiging door de politierechter is vereist omdat er voor die huiszoekingen een geldige toestemming door de betrokken bewoners werd gegeven, is het arrest niet naar recht verantwoord.
- Artikel 15 Grondwet bepaalt: "De woning is onschendbaar; geen huiszoeking kan plaats hebben dan in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft." Volgens artikel 20, § 3, eerste lid, Vlaamse Wooncode, thans artikel 3.38 Vlaamse Codex Wonen van 2021, hebben de agenten en officieren van gerechtelijke politie en de in het bijzonder daartoe aangewezen ambtenaren, waaronder de wooninspecteur, toegang tot de bouwplaatsen en de gebouwen om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten. Als de verrichtingen de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze volgens het tweede lid van die bepaling alleen worden uitgevoerd op voorwaarde dat de politierechter daartoe een machtiging heeft verstrekt.
- Een huiszoeking in de zin van die bepalingen kan op een wettige wijze worden uitgevoerd op verzoek of met toestemming van de bewoner van de plaats bij toepassing van artikel 1, tweede lid, 3°, Huiszoekingswet. In dat geval is geen machtiging van de politierechter vereist. Het middel, dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek en artikel 5 Strafwetboek, zoals van toepassing op het ogenblik van de feiten, alsook miskenning van de algemene beginselen volgens welke vonnissen en arresten duidelijk en nauwkeurig gemotiveerd dienen te zijn en afdoende dienen te antwoorden op middelen die worden aangevoerd in regelmatig neergelegde conclusies: met het oordeel dat de feiten met opzet, dit is wetens en willens, werden gepleegd en er dus geen grond is voor toepassing van de decumul van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid tussen de rechtspersoon en de natuurlijke persoon door wiens optreden de rechtspersoon handelde, verantwoordt het arrest de beslissing om zowel de eiseres als de eiser elk tot een geldboete te veroordelen, niet naar recht en is die beslissing ook niet regelmatig met redenen omkleed; het arrest antwoordt niet op het verweer dat de eiser in zijn regelmatig neergelegde appelconclusie hierover had aangevoerd, namelijk dat hij niet wetens en willens een fout heeft gepleegd; het arrest is ook onduidelijk en onnauwkeurig gemotiveerd omdat de appelrechters er zich toe beperken te poneren dat de fout wetens en willens werd gepleegd, zonder te vermelden waaruit zou blijken dat de eiser de feiten wetens en willens heeft gepleegd.
- Artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing in strafzaken. In zoverre het middel schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht.
- Volgens artikel 5, tweede lid, Strafwetboek, zoals hier van toepassing, kan de geïdentificeerde natuurlijke persoon samen met de verantwoordelijke rechtspersoon worden veroordeeld indien hij de fout wetens en willens heeft gepleegd en dit zowel bij een opzettelijk misdrijf als bij een onachtzaamheidsmisdrijf. Wetens en willens handelen zoals bedoeld in die bepaling vereist niet dat de dader te kwader trouw of bedrieglijk handelt, maar betekent dat de dader bewust en zonder dwang handelt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest oordeelt niet alleen zoals weergegeven in het middel. Het oordeelt ook (p. 7-8) dat: - de eisers erkennen dat zij in de ongeschikt verklaarde eengezinswoning verschillende woonentiteiten ter beschikking stelden voor verhuring door bemiddeling van het OCMW; - de verhuring gebeurde door de eiser, die handelde voor de eiseres voor wiens rekening de verhuur gebeurde; - de eiseres de patrimoniumvennootschap is van de eiser en voor deze rechtspersoon voor de vaststelling van de schuld rekening wordt gehouden met de gedragingen van de natuurlijke persoon die voor deze rechtspersoon handelde om de eigen fout van de rechtspersoon vast te stellen; - er binnen de rechtspersoon bovendien onvoldoende aandacht was voor de naleving van de verplichtingen inzake de Vlaamse Wooncode, wat een eigen fout van de rechtspersoon is; - de eisers er bewust voor hebben gekozen de woningen toch te verhuren om de huurinkomsten te ontvangen; - het ten laste gelegde misdrijf enkel (algemeen) opzet als moreel element vereist en de eisers de feiten wetens en willens pleegden, dit is bewust en met kennis van zaken en zonder dat rechtvaardiging, schuldontheffing en niet-toerekeningsvatbaarheid enigszins aannemelijk wordt gemaakt; - de enige telastlegging, onderdelen a tot en met g, bewezen is en aan elke eiser toerekenbaar is.
- Met die redenen beantwoorden de appelrechters de in het middel aangehaalde conclusie van de eisers, omkleden ze de beslissing dat de eiser wetens en willens heeft gehandeld regelmatig met redenen en verantwoorden ze die beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek en artikel 20bis, § 1, Vlaamse Wooncode, thans artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen van 2021, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende het beschikkingsbeginsel, het algemeen beginsel dat er geen uitspraak ultra petita mag worden gedaan en het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging en het recht op tegenspraak in strafzaken: de herstelmaatregelen waartoe de appelrechters de eisers veroordelen, zijn niet naar recht verantwoord; het arrest beveelt de eisers op vordering van de verweerder om binnen een termijn van tien maanden nadat het arrest in kracht van gewijsde is gegaan over te gaan tot het herstel van het pand door het uitvoeren van renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden (dit is het herstel van alle gebreken), waardoor het pand voldoet aan de minimale kwaliteitsvereisten van artikel 5 Vlaamse Wooncode, meer bepaald het wegwerken door middel van renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerken van de gebreken aan het gebouw en de daarin aangebrachte woongelegenheden, zodat dit gebouw en de daarin ondergebrachte woongelegenheden voldoen aan de veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten zoals bedoeld in artikel 5 Vlaamse Wooncode, opdat het aantal punten in het technisch verslag wordt teruggebracht op nul, en om het om te vormen tot een wettige bestemming overeenkomstig de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, dan wel over te gaan tot de sloop van het gebouw, tenzij deze verboden is; de overtreder kan niet tegelijkertijd worden veroordeeld tot het uitvoeren van werken en tot het herbestemmen of het slopen van het pand; die laatste herstelmaatregel veronderstelt immers dat het pand niet in aanmerking komt voor het uitvoeren van werken, zodat het gelijktijdig bevelen van de beide herstelmaatregelen intrinsiek tegenstrijdig is; zowel in zijn herstelvordering als in zijn appelconclusie werd er door de verweerder niet gevorderd dat het uitvoeren van renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerken zou worden bevolen teneinde het gebouw te laten voldoen aan alle veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, omdat het pand als eengezinswoning werd opgesplitst in meerdere woongelegenheden zonder dat hiervoor een vergunning werd verleend zoals vereist door artikel 4.2.1, 7°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en derhalve niet in aanmerking kwam voor die werkzaamheden; het arrest beveelt het uitvoeren van dergelijke werken zonder vast te stellen dat het gebouw hiervoor in aanmerking komt en zonder dat dit door de verweerder werd gevorderd, waardoor ook het beschikkingsbeginsel en het recht van verdediging en het recht op tegenspraak van de eisers worden miskend.
- Artikel 20bis, § 1, eerste lid, Vlaamse Wooncode, zoals hier van toepassing, thans artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen van 2021, bepaalt: "Naast de straf kan de rechtbank de overtreder bevelen om werken uit te voeren om de woning, het pand dat het gebouw met de aanwezige woonentiteiten omvat, of de specifieke woonvorm als vermeld in artikel 5, § 3, eerste lid, te laten voldoen aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel
- Als de rechtbank vaststelt dat de woning niet in aanmerking komt voor werkzaamheden, of dat het gaat om een goed als vermeld in artikel 20, § 1, tweede lid, beveelt ze de overtreder om er een andere bestemming aan te geven overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 of om de woning of het goed te slopen, tenzij de sloop ervan verboden is op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen. Dat gebeurt ambtshalve of op vordering van de wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de woning, het pand of het goed ligt."
- De herstelmaatregelen van artikel 20bis Vlaamse Wooncode beogen als een bijzondere vorm van teruggave de gevolgen van de door artikel 20, § 1, Vlaamse Wooncode bedoelde misdrijven teniet te doen en de krachtens artikel 5 Vlaamse Wooncode vastgestelde vereisten en normen te verwezenlijken.
- Uit de tekst van de artikelen 5, 20 en 20bis Vlaamse Wooncode, thans de artikelen 3.1, 3.34 en 3.43 Vlaamse Codex Wonen van 2021, hun ont-staansgeschiedenis en de doelstellingen van de decreetgever volgt dat het gevor-derde herstel in hoofdorde tot integraal herstel moet strekken, dit wil zeggen tot het wegwerken van alle gebreken aan het onroerend goed teneinde het te laten voldoen aan de vereisten en normen vastgesteld krachtens artikel 5 Vlaamse Wooncode.
- Behoudens een vastgesteld integraal herstel, mag de vordering slechts worden af-gewezen in het geval van kennelijke onredelijkheid.
- Indien dit integraal herstel als principiële herstelmaatregel volgens de rechter niet mogelijk is, dient de rechter de alternatieve maatregel van de herbestemming of de sloop te bevelen.
- Uit de parlementaire voorbereiding van het decreet van het Vlaams Gewest van 29 april 2011 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen blijkt dat, wanneer de rechter vaststelt dat de herstelvordering tot herbestemming of sloop dient te worden ingewilligd, de overtreder de keuze heeft om het herstel uit te voeren door naar eigen goeddunken één van beide maatregelen te nemen. De overtreder die kiest voor herbestemming van het goed en vervolgens een omgevingsvergunning verkrijgt die de woonfunctie toelaat, kan het onroerend goed opnieuw voor bewoning bestemmen, mits hij ook de woongebreken herstelt overeenkomstig de vereisten vermeld in artikel 5 Vlaamse Wooncode.
- Het effect van de principiële herstelmaatregel kan aldus worden bereikt wanneer het goed, na de herbestemming ervan, in overeenstemming zal zijn gebracht met de stedenbouwkundige vereisten. Het bevelen van de subsidiaire herstelmaatregel betekent dan ook niet noodzakelijk dat het in het geding zijnde goed niet meer zal kunnen worden bestemd voor bewoning.
- De herbestemming van een onroerend goed waardoor de woonfunctie ongedaan wordt gemaakt, heeft tot gevolg dat het pand niet meer onder de woningkwaliteitsnormen valt en het integraal herstel geen voorwerp heeft.
- Wanneer de uitvoering van de bevolen herbestemming van een onroerend goed overeenkomstig de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening evenwel niet tot gevolg heeft dat de woonfunctie ervan ongedaan wordt gemaakt, moet de rechter behalve die alternatieve maatregel ook het integraal herstel bevelen, bestaande in het wegwerken van alle gebreken aan het onroerend goed teneinde het te laten voldoen aan alle veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten zoals bedoeld in artikel 5 Vlaamse Wooncode.
- Dit is met name het geval wanneer een eengezinswoning werd opgesplitst in meerdere woongelegenheden zonder dat hiervoor een vergunning werd verleend zoals vereist door artikel 4.2.1, 7°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de strafrechter bij toepassing van artikel 20, § 1, eerste lid, Vlaamse Wooncode de beklaagde veroordeelt wegens het verhuren van die woongelegenheden omdat ze niet voldoen aan de in die bepaling bedoelde vereisten en normen. In dat geval dient de rechter behalve de herbestemming of de sloop ook het integraal herstel te bevelen, bestaande in het wegwerken van alle gebreken aan het onroerend goed teneinde het te laten voldoen aan de voormelde normen en vereisten.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- De appelrechters oordelen niet dat het bevolen integraal herstel moet worden uitgevoerd in strijd met de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Het arrest (p. 11) stelt integendeel vast dat de uitvoering van het herstel erin zal bestaan om het pand ook feitelijk terug om te vormen naar een eengezinswoning door het wegmaken van de verschillende woonentiteiten en het wegwerken van alle vastgestelde gebreken. Aldus geven de appelrechters te kennen dat het bevolen integraal herstel, bestaande in het wegwerken van alle gebreken, louter betrekking heeft op de toestand van het onroerend goed in zoverre het na de herbestemming nog een woonfunctie heeft. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek en het beschikkingsbeginsel zijn vreemd aan de strafvordering en de herstelvordering. In zoverre faalt het middel naar recht.
- De rechter die een beklaagde veroordeelt op grond van artikel 20 Vlaamse Wooncode, is er in beginsel toe verplicht om de gepaste herstelmaatregelen te bevelen zoals bedoeld in artikel 20bis, § 1, Vlaamse Wooncode. Dit gebeurt ambtshalve of op vordering van de in die bepaling bedoelde overheden. De rechter die een dergelijke maatregel geheel of gedeeltelijk beveelt zonder dat door een van die overheden hiervoor een vordering werd ingesteld, miskent niet het recht van verdediging of het recht op tegenspraak van de partijen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing bevat geen onwettigheid die de eiser kan grieven. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 11 mei 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210511.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230905.2N.16 precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141202.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260317.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div