id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210514.1N.5 Rolnummer: C.20.0374.N Zaak: D. contra AG INSURANCE nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-09-13 Raadplegingen: 1033 - laatst gezien 2026-06-18 10:44 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210514.1N.5 Fiche De overeenkomst tussen bedinger en belover is de bron en de maat van de rechten van de derde-begunstigde, zodat deze rechten onderworpen zijn aan de in de overeenkomst bepaalde modaliteiten en beperkingen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Toestemming Vrije woorden: Derde - Begunstigde - Rechten - Omvang Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1121 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0374.N
- B. D.,
- D. bv, eisers, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, die haar ambt verleent naar concept en op vordering, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, tegen AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.494.849, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 5 maart
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 11 maart 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel (...) Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 1121 Oud Burgerlijk Wetboek kunnen contractspartijen, de bedinger en de belover genoemd, aan een derde een recht verlenen tot nakoming van een bepaalde prestatie vanwege de belover. Dit recht ontstaat rechtstreeks uit de overeenkomst zonder de toestemming van de derde-begunstigde. De overeenkomst tussen bedinger en belover is de bron en de maat van de rechten van de derde-begunstigde. Deze rechten zijn bijgevolg onderworpen aan de in de overeenkomst bepaalde modaliteiten en beperkingen. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de derde-begunstigde bij het uitoefenen van de door de overeenkomst verleende rechten niet zonder zijn toestemming kan onderworpen zijn aan de in de overeenkomst, met name een verzekeringsovereenkomst, bepaalde voorwaarde, met name de verplichting tot medische expertise, faalt het naar recht.
- In zoverre het onderdeel aanvoert dat de bedinger en de belover het recht op de verzekeringsprestaties, bedongen in het voordeel van de derde-begunstigde, niet kunnen onderwerpen aan een voorwaarde die strijdig is met de openbare orde, is het niet ontvankelijk bij gebrek aan belang, gelet op de tevergeefs in het tweede onderdeel aangevochten beslissing van de appelrechter dat de voorwaarde om, in het geval van een medische betwisting, een minnelijke medische expertise uit te voeren principieel noch het zelfbeschikkingsrecht, noch het recht op lichamelijke integriteit van de begunstigde aantast. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 528,77 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitter Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 14 mei 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210514.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210514.1N.5 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220421.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div