← België

Vereniging van mede-eigenaars Stad Kort c. ARCHITECTEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210514.1N.6 Rolnummer: C.20.0351.N Zaak: Vereniging van mede-eigenaars Stad Kort c. ARCHITECTEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-09-13 Raadplegingen: 1649 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210514.1N.6 Fiches 1 - 2 De omstandigheid dat er nog geen voorlopige oplevering heeft plaatsgevonden, staat niet er aan in de weg dat de eigendom van de grond en de opstallen reeds is overgegaan op de kopers ervan, met inbegrip van de rechten van de verkoper die nauw verbonden zijn met het gebouw

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: KOOP Vrije woorden: Woningbouwwet - Gebrek aan voorlopige oplevering - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1615 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wet 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen - 09-07-1971 - Artt. 4 en 5, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1971070904 Thesaurus CAS: HUUR VAN DIENSTEN Vrije woorden: Woningbouwwet - Gebrek aan voorlopige oplevering - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1615 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wet 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen - 09-07-1971 - Artt. 4 en 5, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1971070904 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 7, p. 507-
  1. - THIRIAR, Pierre; Noot'Kwalitatieve rechten en kwantumvorderingen-Speelt het Hof van Cassatie met dobbelstenen?' T.Not.-Tijdschrift voor notarissen - 2023, nr. 1, p. 39-
  2. - WILLEMOT, Charlotte; Noot'Geen contractpartij, geen voorlopige oplevering (Wet Breyne) maar toch een rechtstreekse vordering tegen de architect' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0351.N VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS, STAD KORTRIJK, MEIWEG 2 “RESIDENTIE HOOG MOSSCHER”, met zetel te 8500 Kortrijk, Meiweg 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0879.524.140, vertegenwoordigd door haar syndicus A&V CONSULTING bv, met zetel te 8930 Menen, Gustaaf Delafontainestraat 25, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0861.605.963, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen ARCHITECTEN- EN INGENIEURSBUREAU D’HONDT bv, met zetel te 8500 Kortrijk, Wolvendreef 65E, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0442.731.556, verweerster, mede inzake PROJECT S bv, in vereffening, met zetel te 9000 Gent, Coupure Rechts 864, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0425.958.474, vertegenwoordigd door haar vereffenaar mr. Tomas Merckx, advocaat, met kantoor te 9940 Ever-gem, Oosteindestraat 44, in tussenkomst en gemeenverklaring van het arrest gedaagde partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 7 februari
  3. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heef op 6 april 2021 een schriftelijke con-clusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Artikel 1615 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de verplichting om een zaak te leveren zich uitstrekt tot haar toebehoren en tot alles wat voor haar blij-vend gebruik bestemd is. De overdracht strekt zich, behoudens andersluidend beding, aldus ook uit tot de voor overdracht vatbare rechten die zodanig nauw verbonden zijn met de zaak derwijze dat het belang bij die rechten afhankelijk is van de eigendom ervan.
  5. Artikel 4 Woningbouwwet bepaalt dat door de overeenkomst de rechten van de verkoper op de grond en op de bestaande opstallen, met betrekking tot het te bouwen of in aanbouw zijnde huis of appartement, dadelijk op de koper over-gaan. Krachtens artikel 5, eerste lid, geschiedt de overgang van de eigendom van te bouwen opstallen naarmate de bouwstoffen in de grond of in het gebouw worden geplaatst en verwerkt.
  6. Uit voormelde bepalingen volgt dat de omstandigheid dat er nog geen voorlopige oplevering heeft plaatsgevonden, niet eraan in de weg staat dat de ei-gendom van de grond en de opstallen reeds is overgegaan op de kopers ervan, met inbegrip van de rechten van de verkoper die nauw verbonden zijn met het gebouw.
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat PROJECT S bv, in haar hoedanigheid van verkoper-promotor van het appartementencomplex “Hoog Mosscher”, appartementen en autostandplaatsen heeft verkocht onder toepassing van de Woningbouwwet.
  8. De appelrechter oordeelt dat: - de grondslag om kwalitatieve rechten uit te oefenen de overdracht/levering van het goed is, hetgeen gebeurt bij de voorlopige oplevering zowel wat be-treft de privatieve delen als wat de gemene delen betreft; - aangezien er geen voorlopige oplevering heeft plaatsgevonden tussen PRO-JECT S bv en de eiseres, de gemene delen nog niet werden overgedragen; - de vorderingsrechten van PROJECT S bv ten aanzien van de verweerster hoe dan ook nog niet zijn overgegaan naar de eiseres.
  9. Door aldus te oordelen, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Verklaart het arrest bindend aan de in tussenkomst en gemeenverklaring gedaag-de partij. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mossel-mans, en in openbare rechtszitting van 14 mei 2021 uitgesproken door sectie-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210514.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210514.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.