← België

V. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:A

Art. 3

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4- 01 ELI link Pub nr 1878041750 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art.

1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering - Gegrondverklaring - Schade voortvloeiende uit een als misdrijf gekwalificeerd feit - Inbreuk op de algemene zorgvuldigheidsplicht - Fout die geen misdrijf uitmaakt - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 3

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4- 01 ELI link Pub nr 1878041750 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art.

1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 3 De bepaling van artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement houdt in dat de bestuurder van een voertuig de nodige aandacht moet opbrengen voor het besturen zelf van zijn voertuig en over de bewegingsvrijheid vereist voor het besturen ervan dient te beschikken; de rijbewegingen bedoeld in deze bepaling zijn de bewegingen die door de bestuurder bij het sturen moeten worden uitgevoerd

(1).
(1)Cass. 17 januari 1989, AR nr. 2475, AC 1988-89, nr.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 8 Vrije woorden: Artikel 8.3, tweede lid - Rijbewegingen - Begrip Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 8.3, tweede lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0257.N
  2. C. V. C., beklaagde,
  3. L. D., in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de persoon en goederen van C. V. C., bewindvoerder voor de beklaagde,
  4. P&V VERZEKERINGEN cv, met zetel te 1210 Sint-Joost-Ten-Node, Koningsstraat 51, vrijwillig tussengekomen partij, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen V. D. V., burgerlijke partij, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Brussel van 10 december 2020, gewezen op verwijzing na arrest van het Hof van 17 september
  5. De eiseressen voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel Eerste subonderdeel Ontvankelijkheid
  6. De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het subonderdeel is gericht tegen een overtollige reden en kan bijgevolg niet tot cassatie leiden; het bestreden vonnis oordeelt dat de eiseres 1 haar bromfiets niet tijdig tot stilstand heeft kunnen brengen; deze niet-bekritiseerde fout draagt de beslissing dat de eiseres 1 aansprakelijk is voor het ongeval.
  7. De beoordeling van de grond van niet-ontvankelijkheid valt samen met de beoordeling van de gegrondheid van het subonderdeel. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
  8. Het subonderdeel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek en artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiseres 1 een fout in oorzakelijk verband met de schade heeft begaan; de eiseres 1 is enkel vervolgd voor inbreuken op de artikelen 8.3 en 12.4 Wegverkeersreglement en kan bijgevolg niet worden veroordeeld voor een miskenning van de algemene zorgvuldigheidsplicht, bepaald in artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek; het bestreden vonnis, dat vaststelt dat artikel 12.4 Wegverkeersreglement geen toepassing vindt, kan uit de feiten die het vermeldt niet wettig afleiden dat de eiseres 1 de feiten, gekwalificeerd als een inbreuk op artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement, heeft gepleegd.
  9. Krachtens de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering kan de strafrechter een burgerlijke rechtsvordering tot herstel van schade slechts gegrond verklaren indien hij vaststelt dat de schade voortvloeit uit een als misdrijf gekwalificeerd feit waarvoor de beklaagde is vervolgd en dat de rechter bewezen verklaart. Het vaststellen van een inbreuk op de algemene zorgvuldigheidsplicht bepaald in artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek volstaat hiertoe niet wanneer die fout geen misdrijf uitmaakt.
  10. Artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement bepaalt dat een bestuurder steeds in staat moet zijn alle nodige rijbewegingen uit te voeren en zijn voertuig voortdurend goed in de hand moet hebben. Dit houdt in dat de bestuurder van een voertuig de nodige aandacht moet opbrengen voor het besturen zelf van zijn voertuig en over de bewegingsvrijheid vereist voor het besturen ervan dient te beschikken. De rijbewegingen bedoeld in deze bepaling zijn de bewegingen die door de bestuurder bij het sturen moeten worden uitgevoerd.
  11. De rechter oordeelt onaantastbaar of een bestuurder zijn voertuig goed in de hand heeft. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
  12. Het bestreden vonnis stelt vast en oordeelt dat: - de eiseres 1 bij het oversteken van de rijbaan de algemene zorgvul-digheidsnorm heeft miskend die op iedere weggebruiker rust; - uit het verslag van de gerechtsdeskundige blijkt dat het zicht van de eiseres 1 beperkt was, zij haar manoeuvre heeft ingezet zonder uitneuzen om een beter zicht te krijgen op het aankomend verkeer en zij gewoon doorreed op het ogenblik dat het ongeval nog nipt vermijdbaar was; - de eiseres 1 haar manoeuvre is begonnen op het teken van V. dat zij de rijbaan mocht oversteken, maar dat deze hoffelijkheid van V. haar niet ontslaat van de nodige voorzichtigheid ten aanzien van alle andere weggebruikers; - zij gedurende de gehele duur van haar manoeuvre voorzichtig diende te zijn; - indien de eiseres 1 voldoende aandachtig was geweest en niet in één beweging de volledige rijbaan had willen dwarsen, zij het naderende voertuig van de verweerster had kunnen opmerken en haar bromfiets nog tijdig tot stilstand had kunnen brengen; - de eiseres 1 aldus op onzorgvuldige wijze de rijbaan is overgestoken. Op grond van deze redenen, waaruit niet blijkt dat de eiseres 1 niet de nodige aandacht opbracht voor het besturen van haar bromfiets noch dat zij niet beschikte over de nodige bewegingsvrijheid voor het besturen ervan, kunnen de appelrechters niet wettig beslissen dat de eiseres 1 haar bromfiets niet voortdurend goed in de hand had, zoals vereist door artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement. Het subonderdeel is gegrond. Omvang van de cassatie
  13. De vernietiging van de beslissing over de aansprakelijkheid van de eiseres 1 leidt tot de vernietiging van de beslissingen over gebeurlijke fouten begaan door de verweerster en over de schade-eis van de verweerster tegenover de eiseres 1, met inbegrip van de beslissing over de kosten en de rechtsplegingsvergoeding, die er een gevolg van zijn. Overige grieven
  14. De grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 18 mei 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210518.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.