← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210518.2N.5 Rolnummer: P.21.0135.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-05-27 Raadplegingen: 510 - laatst gezien 2026-06-16 04:19 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechter oordeelt onaantastbaar of het recht van verdediging van een partij vereist dat de behandeling van de strafvordering wordt uitgesteld opdat die partij alsnog stukken voor haar verdediging zou kunnen voorleggen; bij die beoordeling kan de rechter rekening houden met het gegeven dat die partij reeds de gelegenheid had de stukken over te leggen. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Rechter ten gronde - Behandeling van de strafvordering - Verzoek tot uitstel om stukken te voegen - Beoordeling - Wijze Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Behandeling van de strafvordering - Recht van verdediging - Verzoek tot uitstel om stukken te voegen - Beoordeling - Wijze Tekst van de beslissing Nr. P.21.0135.N S. V. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Anthony Mallego, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 17 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 163, eerste lid, en 195, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het recht van verdediging. Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert aan dat de eiser heeft beloofd de relevante gesprekken die zijn gsm bevat over te maken en dat hij vervolgens heeft meegedeeld dat zijn gsm defect was en dat indien het toestel terug in zijn bezit was, hij dit zou laten weten en de gevraagde gesprekken en sms overhandigen om bij het dossier te voegen; met de vaststelling van het arrest dat de eiser voldoende gelegenheid heeft gehad deze gegevens voor te brengen, waarbij voorbij wordt gegaan aan de inhoud van de berichten en de mededeling dat er technische problemen waren en door hem niet meer in de mogelijkheid te stellen de desbetreffende opnames voor te brengen, miskent het arrest eisers recht van verdediging.
  4. De rechter oordeelt onaantastbaar of het recht van verdediging van een partij vereist dat de behandeling van de strafvordering wordt uitgesteld opdat die partij alsnog stukken voor haar verdediging zou kunnen overleggen. Bij die beoordeling kan de rechter rekening houden met het gegeven dat die partij reeds de gelegenheid had de stukken over te leggen. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. Het arrest oordeelt als volgt: - tijdens het vooronderzoek heeft de eiser herhaaldelijk de kans gekregen de gesprekken over te leggen, maar hij heeft dit niet gedaan; - ook bij de eerste rechter en in hoger beroep konden de nodige stukken worden overgelegd, minstens kon in conclusie een deel van deze gesprekken worden aangehaald en geciteerd; - echter, niets van dit alles, behalve een vraag tot verdaging van de zaak om de stukken alsnog aan het dossier te laten voegen; - het is hoofdzakelijk aan de eiser zelf om deze stukken bij het strafdossier te voegen, iets waartoe hij in het verleden reeds herhaaldelijk de kans kreeg; - hij kon in hoger beroep zijn beweringen op dat vlak geloofwaardig maken; - er moet worden vastgesteld dat hij zijn bewering geenszins op enige wijze aannemelijk maakt. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat eisers recht van verdediging geen uitstel vereist om alsnog stukken te voegen. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  6. Het onderdeel voert aan dat de eiser binnen de vennootschap niet bevoegd was voor de Dimona-aangifte en dat dit blijkt uit artikel 17 van de statuten van de vennootschap S&K Projects bv; hij is geen aangestelde of lasthebber van die vennootschap; die bevoegdheid blijkt ook uit geen enkel ander stuk; enkel de medebeklaagde R.D.R. had die bevoegdheid; door louter te verwijzen naar de conclusie van het openbaar ministerie is de beslissing niet naar recht verantwoord; het arrest beantwoordt niet eisers desbetreffend verweer.
  7. In zoverre het onderdeel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is, of opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het arrest, is het niet ontvankelijk.
  8. Het arrest verwijst niet enkel naar de conclusie van het openbaar ministerie, maar oordeelt ook als volgt: - er wordt verwezen naar de diverse vaststellingen en verklaringen die werden gedaan en afgelegd tijdens het vooronderzoek in deze zaak en die onder randnummer 14 van het arrest werden aangehaald en weergegeven: al deze vaststellingen en verklaringen ondersteunen het besluit en de motieven van de eerste rechter, namelijk dat ook de eiser de nodige machten en hoedanigheden had om te zorgen voor een correcte naleving van de ter beoordeling staande wetsbepalingen en dat ook hij schuld draagt wegens de niet-correcte naleving ervan; - de eiser droeg als manager, via een aanstelling in een verantwoordelijkheidsvolle functie inzake personeelsbeleid ter zake verantwoordelijkheid om minstens in overleg met de andere zaakvoerder te zorgen voor normconformiteit op dit vlak; - de eiser was minstens feitelijk zaakvoerder, samen met de officiële zaakvoerder; - het sociaal strafrecht houdt niet alleen rekening met de papieren vermeldingen, maar ook met de concrete feitelijke toestand, zoals die blijkt uit vele verklaringen en zelfs de eigen verklaringen van de eiser; - de inhoud van de vennootschapsdocumenten, waarin de ene als algemeen directeur wordt aangeduid en de andere als bestuurder, laten al evenzeer geen andere besluitvorming toe; - uit de talrijke verklaringen van tewerkgestelde personeelsleden blijkt duidelijk dat de eiser samen met de andere zaakvoerder, is opgetreden bij het aanwerven en tewerkstellen van personeel, zodat hij thans moeilijk aan zijn verantwoordelijkheid kan ontkomen door telkenmale de schuld op een ander af te schuiven. Met die redenen beantwoordt het arrest het bedoelde verweer. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag. Derde onderdeel
  9. Het onderdeel voert aan dat niettegenstaande het bestaan van een ondertekende arbeidsovereenkomst volgende personen nooit effectief in dienst zijn getreden en nooit enige prestatie hebben geleverd, namelijk H.B., D.D'H., R.H., M.V.A., M.S., L.V., S.S. en M.V.; het arrest kan uit het ondertekenen van de arbeidsovereenkomsten zonder enige verdere vaststelling niet afleiden dat deze personen effectief als werknemer in dienst zijn getreden.
  10. De strafrechter kan, ook bij betwisting, zijn oordeel dat een werknemer werd tewerkgesteld, afleiden uit het bestaan van een schriftelijke en ondertekende arbeidsovereenkomst. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 18 mei 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210518.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.