← België

V. contra BELGISCHE STAAT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210521.1N.8 Rolnummer: F.19.0151.N Zaak: V. contra BELGISCHE STAAT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-09-13 Raadplegingen: 952 - laatst gezien 2026-06-19 23:35 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit artikel 356, eerste lid, WIB92 volgt niet dat wanneer de aanslag wordt vernietigd na bezwaar en fiscale voorziening ingesteld door een hoofdelijk aansprakelijke voor de belastingschuld, de belastingplichtige op wiens naam de belastingschuld werd gevestigd in de procedure moet worden betrokken opdat een subsidiaire aanslag op zijn naam ter beoordeling aan de rechter kan worden voorgelegd. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagtermijnen Vrije woorden: Subsidiaire aanslag - Bestuurder - Hoofdelijk gehouden voor de belastingschuld van de vennootschap - Betrokkenheid van de vennootschap in de procedure voor het hof van beroep - Vereiste Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 356 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0151.N P. V. L., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gedelegeerd ambtenaar, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50, bus 330, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 19 juni

  1. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 8 april 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  2. Het arrest zegt niet dat de eiser in het oorspronkelijk bezwaarschrift, zijn verzoekschrift in eerste aanleg en in hoger beroep en zijn appelconclusie verklaarde op te treden in zijn hoedanigheid van vereffenaar van Mijas nv, maar oordeelt op grond van een juridische redenering dat de eiser door als hoofdelijk aansprakelijke schuldenaar een bezwaarrecht uit te oefenen, tevens voor rekening van die vennootschap handelde. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel (...) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over het willekeurig karakter van de subsidiaire aanslag. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens, François Stévenart Meeûs en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 21 mei 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210521.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.