id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.10 Rolnummer: P.21.0266.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-05-28 Raadplegingen: 1439 - laatst gezien 2026-06-19 03:44 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210525.2N.10 Fiches 1 - 2 De rechter oordeelt onaantastbaar of een beklaagde ten tijde van de hem verweten feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan in de zin van artikel 71 Strafwetboek
(1); indien hij vaststelt dat een beklaagde de hem verweten feiten in een dergelijke toestand heeft gepleegd, kan hij hem niet schuldig verklaren, ongeacht of die toestand van geestesstoornis, die een zekere duurzaamheid veronderstelt, door de beklaagde zelf werd veroorzaakt
(2).
(1)Cass. 18 maart 1992, AR 9723, AC 1991-92, nr. 382. Over het volledig uitschakelen van de wilsvrijheid als toepassingsvoorwaarde voor art. 71 Sw., te beoordelen door de feitenrechter, zie K. HANOUILLE, “Te gek om los te lopen of net niet? De vergeten groep van de verminderd toerekeningsvatbare daders in het Belgische strafrecht, in Van pionier naar onmisbaar. Over 30 jaar Panopticon, Maklu, 2009, 370; N. COLETTE-BASECQZ en N. BLAISE, Manuel de droit pénal général, Anthémis, 2016, 368; J. ROZIE en D. VANDERMEERSCH, e.a., Commissie voor de Hervorming van het Strafrecht, Voorstel van voorontwerp van Boek I van het Strafwetboek, Die Keure, 2016, 94; A. DE NAUW en F. DERUYCK, Overzicht van het Belgisch strafrecht, Die Keure, 2017, 98-99; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel Svacina, 2019, 341-342; F. KUTY, Principes généraux du droit pénal belge, II, L'infraction pénale, Larcier, 2020, 378, 402 en 413.
(2)L. DUPONT en R. VERSTRAETEN, Handboek Belgisch strafrecht, Acco, 1989, 271; J. ROZIE, "De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de geestesgestoorde delinquent”, in Verantwoordelijkheid en recht, Kluwer, 2008,
- Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Natuurlijke personen Vrije woorden: Geestesstoornis - Aard en oorsprong van de geestesstoornis - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Vrije woorden: Volledige aantasting van het oordeelsvermogen op moment van het misdrijf - Aard en oorsprong van de geestesstoornis - Eigen verantwoordelijkheid van de beklaagde - Invloed Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Annotaties Publicaties: Juristenkrant-De Juristenkrant - 2021, nr. 436, p.
- - KETELS, Bjorn; Noot'Ook een zélf veroorzaakte geestesstoornis leidt tot vrijspraak' RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2021, nr. 18, p. 1752-
- - HANOULLE, Katrien; Noot'Schuld aan de onschuld? Voorafgaande fout sluit vrijspraak wegens geestesstoornis niet uit' Tekst van de beslissing Nr. P.21.0266.N S. L. C., beklaagde, eiser, met als raadsman Liesbeth De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 13 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 7 mei 2021 een schriftelijke conclusie ingediend ter griffie. Op de openbare rechtszitting van 25 mei 2021 heeft raadsheer Peter Hoet verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- In zoverre het cassatieberoep ook gericht is tegen het ontvankelijk en niet-vervallen verklaren van eisers hoger beroep, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 71 Strafwetboek: het bestreden vonnis stelt vast dat de eiser op de dag van de feiten leed aan een ernstige geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden ernstig heeft aangetast of tenietgedaan in de zin van artikel 71 Strafwetboek; het oordeelt evenwel ten onrechte dat de eiser zich niet op deze schulduitsluitingsgrond kan beroepen omdat de geestesstoornis het gevolg is van een eigen keuze.
- Artikel 71 Strafwetboek bepaalt onder meer dat er geen misdrijf is wanneer de beschuldigde of de beklaagde op het tijdstip van de feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of een beklaagde ten tijde van de hem verweten feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan in de zin van artikel 71 Strafwetboek. Indien hij vaststelt dat een beklaagde de hem verweten feiten in een dergelijke toestand heeft gepleegd, kan hij hem niet schuldigverklaren, ongeacht of die toestand van geestesstoornis, die een zekere duurzaamheid veronderstelt, door de beklaagde zelf werd veroorzaakt.
- Het bestreden vonnis stelt onaantastbaar vast dat de eiser op het moment van de feiten leed aan een ernstige geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft teniet gedaan in de zin van artikel 71 van het Strafwetboek, namelijk een psychotische stoornis met wanen. Het oordeelt vervolgens dat de eiser zich niet kan beroepen op artikel 71 Strafwetboek om te worden vrijgesproken omdat deze geestesstoornis het louter gevolg is van de eigen keuze van de eiser om zich gedurende een periode in zijn leven blijkbaar op systematische wijze over te geven aan cannabis- en alcoholmisbruik. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek over het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behoudens in zoverre het de hogere beroepen ontvankelijk en niet-vervallen verklaart en de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 129,25 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Peter Hoet, Antoine Lievens en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 25 mei 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210525.2N.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230321.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div