id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.13 Rolnummer: P.21.0213.N Zaak: A. contra A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-05-28 Raadplegingen: 1045 - laatst gezien 2026-06-19 05:47 Versie(s): Vertaling FR Fiche De bijzondere kwetsbaarheid van het slachtoffer, die heeft bijgedragen tot zijn schade, sluit de verplichting om de schade integraal te vergoeden niet uit, tenzij de gevolgen ervan zich hoe dan ook, zelfs zonder de fout van de aansprakelijke, zouden hebben voorgedaan
(1); de appelrechter die vaststelt dat de weigering van de burgerlijke partij tot een residentiële behandeling kadert in haar bijzondere kwetsbaarheid en de schade van de burgerlijke partij wegens blijvende economische en blijvende persoonlijke ongeschiktheid raamt op basis van een gedeeltelijke ongeschiktheid, rekening houdend met haar bijzondere kwetsbaarheid volgend uit haar persoonlijkheidsstructuur, schendt de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek.
(1)Cass. 2 februari 2011, AR P.10.1601.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110202.2, AC 2011, nr. 98, RW 2012-13, 300 noot B. WEYTS, “Het leerstuk van de voorbeschiktheid tot schade als loutere toepassing van de regel van integrale schadeloosstelling”. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - OORZAAK - Middellijke of onmiddellijke oorzaak Vrije woorden: Getroffene - Blijvende persoonlijke ongeschiktheid - Bijzondere kwetsbaarheid van het slachtoffer - Vooraf bestaande toestand - Pathologische aanleg - Invloed Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2021-22, nr. 18, p. 716-
- - D'HONDT, Lies; Noot'Erkenning van een beperkte verhouding tussen voorbeschiktheid en de schadebeperkingsplicht' Tekst van de beslissing Nr. P.21.0213.N I en II J. A., burgerlijke partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- G. J. A., beklaagde, verweerder,
- BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Posthofbrug 16, vrijwillig tussengekomen partij, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177, bus 7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 10 februari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. De eiseres doet tevens zonder berusting afstand van haar cassatieberoep I in zoverre dit is gericht tegen de beslissing op haar burgerlijke rechtsvordering tegen de verweerders. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek en de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het wettelijk begrip oorzakelijk verband: de appelrechter beveelt ten onrechte geen aanvullend deskundigenonderzoek en raamt ten onrechte de vergoeding voor de blijvende persoonlijke ongeschiktheid en blijvende economische ongeschiktheid op basis van een ongeschiktheid van 13 procent; uit de feitelijke vaststellingen kon de appelrechter niet wettig afleiden dat de weigering van de eiseres om een residentiële behandeling te ondergaan een fout uitmaakt in de zin van artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek terwijl hij aanneemt dat deze weigering het gevolg is van een vooraf bestaande vermijdende en passieve persoonlijkheidsstructuur.
- De bijzondere kwetsbaarheid van het slachtoffer, die heeft bijgedragen tot zijn schade, sluit de verplichting om de schade integraal te vergoeden niet uit, tenzij de gevolgen ervan zich hoe dan ook, zelfs zonder de fout van de aansprakelijke, zouden hebben voorgedaan.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de gerechtsdeskundige dr. Verhulst in zijn verslag de blijvende economische ongeschiktheid van de eiseres en de blijvende persoonlijke ongeschiktheid bepaalde op 13 procent; - de gerechtsdeskundige voor de psychische problemen van de eiseres een beroep deed op psychiater dr. Dillen; - dr. Dillen in zijn verslag van 4 maart 2015 bij de eiseres een vrij invaliderende psychiatrische pathologie vaststelde, namelijk angstige en depressieve klachten, die een significante weerslag hebben op haar levenskwaliteit alsook op haar mogelijkheden tot professioneel functioneren, dit ten gevolge van het ongeval, rekening houdende met een vooraf bestaande toestand van een vermijdende en passieve persoonlijkheidsstructuur en een verhoogde kwetsbaarheid ten aanzien van levensstressoren; - het verslag van dr. Dillen aangeeft dat de weerstand van de eiseres tegen een residentiële opname kadert in haar vermijdende passieve persoonlijkheidsstructuur; - op correcte wijze rekening werd gehouden met de predispositie of voorbeschiktheid van de eiseres; - de eiseres nagelaten heeft de residentiële behandeling te volgen en zich aldus niet heeft gedragen als van een normaal zorgvuldig slachtoffer in dezelfde omstandigheden mag verwacht worden zodat de gevolgen van die weigering niet ten laste komen van de verweerders.
- De appelrechter die vaststelt dat de weigering van de eiseres tot een residentiële behandeling kadert in haar bijzondere kwetsbaarheid en de schade van de eiseres wegens blijvende economische en blijvende persoonlijke ongeschiktheid raamt op basis van een ongeschiktheid van 13 procent, rekening houdend met haar bijzondere kwetsbaarheid volgend uit haar persoonlijkheidsstructuur, schendt de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep I. Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt over de vordering van de eiseres tot schadevergoeding wegens blijvende economische ongeschiktheid en blijvende persoonlijke ongeschiktheid. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep II voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot de helft van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten in het geheel op 1.031.95 euro, waarvan 340,18 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Peter Hoet, Antoine Lievens en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 25 mei 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110202.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div