← België

PROOT DAPHNE contra BREMHOVE nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210528.1N.4 Rolnummer: C.20.0452.N Zaak: PROOT DAPHNE contra BREMHOVE nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-09-13 Raadplegingen: 622 - laatst gezien 2026-06-16 06:14 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een uitvoerbare titel wegens zekere en vaststaande zaken kan worden tenuitvoergelegd tegen degene die uit de titel als executieplichtige blijkt. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Uitvoerbare titel - Tenuitvoerlegging - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1386 en 1494 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 De uitvoerbare titel die strekt tot ontruiming van een onroerend goed door de in de titel aangeduide executieplichtige “en de zijnen”, kan ook worden tenuitvoergelegd tegen diegenen die het goed bezetten en hun recht ontlenen aan de executieplichtige, met in achtneming van hun rechtmatige belangen en de vereiste zorgvuldigheid. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Uitvoerbare titel - Executieplichtige "en de zijnen" - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1386 en 1494 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0452.N D. P., eiseres, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beschikking van 7 oktober 2020 (nr. G.20.0170.N), vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BREMHOVE nv, met zetel te 8750 Wingene, Ricksteenweg 38, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0455.526.549, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 17 maart

  1. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. FEITEN Het arrest stelt vast dat: - de bedrijven van de ouders van de eiseres gespecialiseerd in de fabricatie en groothandel van fietsen, go-carts, billenkarren en andere rijwielen in 2005 en 2006 werden failliet verklaard; - de eiseres de activiteiten heeft voortgezet in het bedrijfsgebouw en de goederen die er zich bevonden haar eigendom werden na aankoop van de curator; - de bank uitvoerend beslag heeft gelegd op het onroerend goed en dit in 2011 werd toegewezen aan de verweerster; - de verkoopsvoorwaarden vermelden dat de verplichting om het pand te verlaten betrekking heeft op "de beslagene(n), zijn familie, bezet-ters/gebruikers/bewoners, en al degenen die er met zijn/hun toestemming ver-blijven"; - de notariële verkoopakte uitdrukkelijk toeliet de verkopers "met al de hunnen en het hunne" uit te drijven. - het verzet tegen de beslagprocedure werd afgewezen bij arrest van 25 juni 2013; - de verweerster op 1 augustus 2013 een bevel betekende aan de ouders van de eiseres om tot ontruiming van het pand over te gaan; - de gerechtsdeurwaarder de ontruiming aankondigde tegen 29 augustus 2013; - op 11 september 2013 een proces-verbaal van ontruiming werd betekend, maar de tenuitvoerlegging niet werd verdergezet; - tussen de eiseres en haar moeder, enerzijds, en de verweerster, anderzijds, on-derhandelingen plaatsvonden en de verweerster op 14 november 2014 een ontwerp overeenkomst toestuurde hetgeen leidde tot nieuwe onderhandelingen die uiteindelijk afsprongen; - de gerechtsdeurwaarder op 18 april 2016 aan zowel de eiseres als haar moeder de ontruiming aankondigde; - op 9 mei 2016 de ontruiming plaatsvond in aanwezigheid van de eiseres hetgeen gepaard ging met allerhande problemen zodat de goederen uiteindelijk werden ondergebracht in een loods op de marinebasis van Zeebrugge; - eind 2016 de goederen door de Stad Brugge openbaar werden verkocht; - de eiseres op 15 maart 2017 overging tot dagvaarding van de verweerster en aanspraak maakte op schadevergoeding wegens de door de verweerster begane "onrechtmatige eigenrichting". IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens de artikelen 1386 en 1494 Gerechtelijk Wetboek kan een tenuit-voerlegging enkel plaatsvinden op voorlegging van een uitvoerbare titel en wegens vaststaande en zekere zaken. Deze titel kan worden tenuitvoergelegd tegen diegene die uit de titel als executieplichtige blijkt. Indien de titel strekt tot ontruiming van een onroerend goed door de in de titel aangeduide executieplichtige "en de zijnen", dan kan deze titel ook worden ten-uitvoergelegd tegen diegenen die het goed bezetten en hun recht ontlenen aan de executieplichtige, met in achtneming van hun rechtmatige belangen en de vereiste zorgvuldigheid.
  3. De appelrechter die oordeelt dat de verweerster krachtens de akte gerechtigd was de verkopers "met al de hunnen en het hunne" uit te drijven, de eiseres "goed wist dat zij in het gebouw geen afdwingbaar recht op gebruik had" en "nooit het rechtmatig vertrouwen [kan] hebben gehad dat ze met enig recht in het gebouw kon blijven" en niet vaststelt dat bij de ontruiming onzorgvuldig werd gehandeld, en die vervolgens beslist dat de verweerster niet onrechtmatig heeft gehandeld door tot ontruiming van de eiseres over te gaan niettegenstaande het feit dat de eiseres niet als partij in de notariële verkoopakte wordt vermeld en de verkoopvoorwaarden niet aan haar werden betekend, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten in debet voor de eiseres op 535,25 euro en op de som van 650 euro rolrecht, verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 28 mei 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210528.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.