id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:
Art. 187
, § 9 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Hoger beroep tegen een vonnis dat het verzet ongedaan verklaart - Grievenformulier - Toepasselijkheid - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 187
, § 9 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Annotaties Publicaties: T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving en doctrine voor de praktijk - 2022, nr. 3, p. 146-
- - SWENNEN, Kristof; DECOKER, Jos; Noot'Het grievenstelsel buitenspel bij het hoger beroep tegen een vonnis date en verzet ongedaan verklaart' Tekst van de beslissing Nr. P.21.0471.N A. S. S., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Dirk Libotte en mr. Niels Vos, beiden advocaat bij de ba-lie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Neder-landstalige correctionele rechtbank Brussel van 18 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. PROCEDUREVOORGAANDEN
- Het verstekvonnis van de politierechtbank Halle van 13 november 2019 veroordeelt de eiser wegens een snelheidsovertreding te Kraainem op 18 novem-ber 2017 tot een geldboete, een vervangend verval en een verval waarvan het herstel afhankelijk wordt gemaakt van het slagen in een theoretisch en praktisch examen. Het beveelt bovendien de tijdelijke immobilisering van een voertuig. Dit vonnis wordt op 2 maart 2020 aan de eiser persoonlijk betekend.
- De eiser tekent op 6 maart 2020 tegen dit verstekvonnis verzet aan. De po-litierechtbank Halle verklaart dit verzet bij vonnis van 6 juli 2020 ongedaan.
- De eiser tekent op 30 juli 2020 hoger beroep aan tegen zowel het verstek-vonnis van 13 november 2019 als tegen het vonnis van 6 juli 2020 dat zijn verzet tegen het verstekvonnis van 13 november 2019 ongedaan verklaart.
- Het bestreden vonnis verklaart eisers hoger beroep tegen het verstekvonnis van 13 november 2019 ontvankelijk. Het stelt vast dat de grieven van dit hoger beroep de procedure, de schuld en de straf betreffen, maar dat de eiser op de rechtszitting niet langer heeft aangedrongen “omtrent de grief met betrekking tot de procedure en de schuld”, zodat de rechtbank de behandeling van de zaak be-perkt tot de aangehaalde grieven, namelijk de straf. Het bevestigt de met het ver-stekvonnis opgelegde bestraffing met uitzondering van de tijdelijke immobilise-ring. Het bestreden vonnis spreekt zich niet uit over het hoger beroep dat de eiser heeft ingesteld tegen het vonnis van 6 juli 2020 dat zijn verzet tegen het verstek-vonnis van 13 november 2019 ongedaan verklaart. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- In zoverre ook gericht tegen de beslissing waarbij eisers hoger beroep te-gen het verstekvonnis van 13 november 2019 ontvankelijk wordt verklaard, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen: - de artikelen 187, § 9, tweede lid, en 204 Wetboek van Strafvordering
- Artikel 187, § 9, Wetboek van Strafvordering bepaalt: “Tegen de beslissing die op verzet is gewezen, staat hoger beroep open of, indien ze gewezen is in hoger beroep, cassatieberoep. Hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als ongedaan beschouwt, houdt in dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger be-roep, ook al is er geen hoger beroep ingesteld tegen het bij verstek gewezen von-nis.”
- Deze bepaling houdt in dat het hoger beroep tegen een vonnis waarbij het verzet ongedaan wordt verklaard, van rechtswege het geschil in zijn geheel ter beoordeling voorlegt aan de appelrechter, met als enige beperking de relatieve werking van het verzet. Hieruit volgt dat artikel 204 Wetboek van Strafvordering geen toepassing vindt in zoverre het hoger beroep het bij het verstekvonnis be-oordeelde geschil beoogt, zodat de appellant niet moet preciseren welke zijn grieven zijn tegen dat vonnis, zoals in dat artikel wordt bepaald. Daaruit volgt bovendien dat indien een appellant toch een grievenformulier mocht indienen en hij vervolgens deels afstand mocht doen van die grieven, die grieven en de af-stand ervan zonder invloed zijn op de saisine van het appelgerecht.
- Bijgevolg kan het bestreden vonnis, ongeacht de beslissing over het hoger beroep tegen het verstekvonnis van 13 november 2019 en de in het kader daarvan geformuleerde grieven en de eventuele afstand daarvan, niet oordelen dat het ap-pelgerecht enkel is gevat met de beslissing over de strafmaat. Ingevolge het ho-ger beroep tegen het vonnis van 6 juli 2020 dat eisers verzet tegen het vonnis van 13 november 2019 ongedaan heeft verklaard, staat de beslissing over de straf-vordering in haar geheel ter beoordeling van het appelgerecht ongeacht het bepa-len van grieven of een eventuele afstand van grieven. Het bestreden vonnis dat anders oordeelt, is niet naar recht verantwoord. Middelen
- De middelen die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoe-ven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens in zoverre het eisers hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Leuven, rechts-zitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 143,77 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Over-beke, en in openbare rechtszitting van 1 juni 2021 uitgesproken door waarne-mend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210601.2N.18 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CAMON:2022:ARR.20221117.1 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230524.2F.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180227.4 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210106.2F.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.7 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.15 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.18 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251028.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div