← België

FOD FINANCIEN c. NV SAINT-GOBAIN CONSTRUCTION PRODUCTS

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210604.1N.10 Rolnummer: F.20.0056.N Zaak: FOD FINANCIEN c. NV SAINT-GOBAIN CONSTRUCTION PRODUCTS Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-11-09 Raadplegingen: 1602 - laatst gezien 2026-06-19 04:31 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210604.1N.10 Fiche 1 Uit geen enkele bepaling van het Dubbelbelastingverdrag België-Korea volgt dat het belastingkrediet slechts wordt toegekend aan de werkelijke genieter ervan die in België verblijft, op voorwaarde dat die interest daadwerkelijk in Korea werd belast; zoals ook uit de wetsgeschiedenis blijkt, kent dit verdrag het belastingkrediet toe wegens de interest die in Korea mag worden belast.

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN Vrije woorden: Dubbelbelastingverdrag België-Korea - Inwoner van België - Belastbaarheid van interest - Door het verdrag verleende belastingvermindering - Vereiste van effectieve bronbelasting Wettelijke bepalingen: Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Korea tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, ondertekend te Brussel op 29 augustus 1977 - 29-08-1977 - Artt. 11 en 22 - 31 Link Justel databank 19770829-31 Fiche 2 Artikel 100 Wet Rijkscomptabiliteit is enkel van toepassing in fiscale zaken waarbij de fiscale wetgeving zelf niet voorziet in een verval- of verjaringstermijn
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERJARING - BELASTINGZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Wet Rijkscomptabiliteit - Artikel 100 - Toepassing in fiscale zaken Wettelijke bepalingen: Gecoördineerde wetten 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit - 17-07-1991 - Art. 100 - 46 ELI link Pub nr 1991071751 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 8, p. 550-557. - BOSTOEN, Tom; Noot'Het dubbelbelastingverdrag met Korea: onenigheid binnen het Hof van Cassatie over de toepassing van het FBB' Tekst van de beslissing Nr. F.20.0056.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal van de Algemene Administratie Fiscaliteit, Centrum Grote Ondernemingen Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 1, eiser, tegen SAINT-GOBAIN CONSTRUCTION PRODUCTS BELGIUM nv, met zetel te 9130 Beveren-Waas, Sint-Jansweg 9, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.865.465, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. III. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 8 oktober 2019, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 12 juni 2015. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 28 april 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. IV. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. V. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel (…) Tweede middel 6. Krachtens artikel 11, § 1, van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Korea van 29 augustus 1977 tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (hierna: Dubbelbelastingverdrag België-Korea), is de interest afkomstig uit een overeenkomstsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat, in die andere Staat belastbaar. Het te dezen toepasselijke artikel 11, § 2, Dubbelbelastingverdrag België-Korea bepaalt dat deze interest echter mag worden belast in de overeenkomstsluitende Staat waaruit hij afkomstig is, overeenkomstig de wetgeving van die Staat, maar indien de persoon die de interest ontvangt de werkelijke genieter van de interest is, mag de aldus geheven belasting niet hoger zijn dan 15 pct. van het bedrag van de interest. Krachtens het te dezen toepasselijke artikel 22, § 1, (
  1. b)Dubbelbelastingverdrag België-Korea wordt in België dubbele belasting op de volgende wijze vermeden: wanneer een inwoner van België interest verkrijgt als bedoeld in artikel 11, § 2 of § 7, dan verleent België op zijn belasting over die inkomsten een vermindering, die gelijk is aan 20 pct. van het brutobedrag van de interest dat in de belastbare basis van die inwoner is begrepen. Uit geen enkele bepaling van het Dubbelbelastingverdrag België-Korea, zoals hier van toepassing, volgt dat het belastingkrediet slechts wordt toegekend aan de werkelijke genieter ervan die in België verblijft, op voorwaarde dat die interest daadwerkelijk in Korea werd belast. Zoals ook uit de wetsgeschiedenis blijkt, kent dit verdrag het belastingkrediet toe wegens de interest die in Korea mag worden belast. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde middel 7. Overeenkomstig artikel 100 Wet Rijkscomptabiliteit zijn, onverminderd de vervallenverklaringen ten gevolge van andere wettelijke, reglementaire of ter zake overeengekomen bepalingen, verjaard en voorgoed ten voordele van de Staat vervallen: 1° de schuldvorderingen, waarvan de op wettelijke of reglementaire wijze bepaalde overlegging niet geschied is binnen een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het begrotingsjaar in de loop waarvan zij zijn ontstaan; 2° de schuldvorderingen die, hoewel ze zijn overgelegd binnen de onder 1° bedoelde termijn, door de ministers niet zijn geordonnanceerd binnen een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar gedurende hetwelk ze werden overgelegd; 3° alle andere schuldvorderingen, die niet zijn geordonnanceerd binnen een termijn van tien jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar van hun ontstaan. Deze wetsbepaling is enkel van toepassing in fiscale zaken waarbij de fiscale wetgeving zelf niet voorziet in een verval- of verjaringstermijn. 8. De appelrechters die oordelen dat “wanneer er een wet is die een termijn voorziet voor het verval van een bepaalde schuldvordering in fiscale context, de verjaringsregels van de Wet Rijkscomptabiliteit niet [gelden]” en dat “de fiscale wet in casu voorziet in een termijn van verval van de rechtsvordering lastens de Staat, meer bepaald de bezwaartermijn”, zodat “de Wet Rijkscomptabiliteit niet van toepassing is”, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 384,92 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210604.1N.10 Gerelateerde publicatie(
  2. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210604.1N.10 geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2023:ARR.20231006.1 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240927.1N.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251002.1N.9 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251002.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.