← België

P M EIFELER FLEISCHVERTRIEB contra WAALS GEWEST

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210604.1N.8 Rolnummer: F.20.0098.N Zaak: P M EIFELER FLEISCHVERTRIEB contra WAALS GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-11-09 Raadplegingen: 1306 - laatst gezien 2026-06-19 03:05 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De fiscale geldboete waarin artikel 445, eerste lid, WIB92 voorziet heeft een preventief en overheersend repressief karakter en vormt bijgevolg een administratieve sanctie van strafrechtelijke aard in de zin van artikel 6.1 EVRM

(1).
(1)Het Hof velde op dezelfde dag ook arrest in zes andere soortgelijke zaken: C.20.0052.N, F.20.0037.N, F.20.0113.N, C.19.0490.N, C.19.0492.N, F. 20.0039.N. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Sancties. Verhogingen. Administratieve boeten. Straffen Vrije woorden: Administratieve boete artikel 445 WIB92 - Strafrechterlijke aard Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 445 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 De verdrievoudiging van de ontdoken belasting voorzien in artikel 40, tweede lid, van het Wetboek van de met de inkomstenbelasting gelijkgestelde belastingen heeft een preventief en overheersend repressief karakter en is in zoverre zij bijkomend bij de belasting een sanctie bepaalt van 200 pct. van de ontdoken belasting een administratieve sanctie van strafrechtelijke aard in de zin van artikel 6.1 EVRM
(1).
(1)Het Hof velde op dezelfde dag ook arrest in zes andere soortgelijke zaken: C.20.0052.N, F.20.0037.N, F.20.0113.N, C.19.0490.N, C.19.0492.N, F. 20.0039.N. Thesaurus CAS: BELASTINGEN (MET DE INKOMSTENBELASTINGEN GELIJKGESTELDE) Vrije woorden: Sancties - Verdrievoudiging ontdoken belasting - Artikel 40, tweede lid WIGB - Strafrechterlijke aard Wettelijke bepalingen: Wetboek van de met de Inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen - 23-11-1965 - Art. 40 - 31 Link Justel databank 19651123-31 Fiche 3 Op de grond dat de belastingplichtige met kennis van zaken de fiscale wetgeving heeft overtreden, kan de rechter wettig oordelen dat de verdrievoudiging van de belasting en het opleggen van de maximum geldboete wettig en proportioneel is
(1).
(1)Het Hof velde op dezelfde dag ook arrest in zes andere soortgelijke zaken: C.20.0052.N, F.20.0037.N, F.20.0113.N, C.19.0490.N, C.19.0492.N, F. 20.0039.N. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Administratieve boete - Strafrechterlijke aard - Evenredigheid met de inbreuk - Toetsingsrecht van rechter - Beoordelingscriteria Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr. F.20.0098.N P+M EIFELER FLEISCHVERTRIEB, met zetel te 4780 Sankt Vith, Talstrasse 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0456.320.761, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen WAALS GEWEST, vertegenwoordigd door de Minister-president, met kabinet te 5100 Jambes, Rue Mazy 25-27, voor wie optreedt de Waalse minister van Financiën, Begroting, de Luchthaven en Sportinfrastructuur, met kabinet te 5000 Namen, Chaussée de Louvain 2, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 7 mei 2020 met repertoriumnummer 2020/
  1. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 40, tweede lid, van het Wetboek van de met de inkomstenbelasting gelijkgestelde belastingen, zoals hier van toepassing, wordt de ontdoken belasting op het drievoudige gebracht wanneer zij een tiende van de oorspronkelijke belasting overschrijdt. De belasting van ambtswege vastgesteld, moet dadelijk worden betaald. De verdrievoudiging van de ontdoken belasting heeft een preventief en overheersend repressief karakter en is in zoverre zij bijkomend bij de belasting een sanctie bepaalt van 200 pct. van de ontdoken belasting een administratieve sanctie van strafrechtelijke aard in de zin van artikel 6.1 EVRM.
  3. Krachtens artikel 2, derde lid, van het Wetboek van de met inkomstenbelasting gelijkgestelde belastingen, zoals van toepassing voor het Waals Gewest, worden de overtredingen van de bepalingen van dit Wetboek en van de besluiten tot uitvoering ervan gestraft met dezelfde straffen als gesteld zijn in de artikelen 445, 449 tot 453 en 455 tot 459 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, met inachtneming van de voorwaarden in die artikelen bepaald, behalve in zover daarin wordt verwezen naar bepalingen die geen toepassing vinden inzake de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen. Krachtens artikel 445, eerste lid, WIB92, zoals van toepassing voor de wijziging bij wet van 28 december 2011, kan de door de gewestelijke directeur gemachtigde ambtenaar een geldboete van 50 euro tot 1.250 euro opleggen voor iedere overtreding van de bepalingen van dit Wetboek, evenals van de ter uitvoering ervan genomen besluiten. Hieruit volgt dat artikel 445, eerste lid, WIB92 en de erin vervatte mogelijkheid voor de administratie om een administratieve geldboete op te leggen van 50 tot 1.250 euro eveneens van toepassing is in geval van een overtreding van de bepalingen van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen. De fiscale geldboete waarin artikel 445, eerste lid, WIB92 voorziet heeft een preventief en overheersend repressief karakter en vormt bijgevolg een administratieve sanctie van strafrechtelijke aard in de zin van artikel 6.1 EVRM.
  4. De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, mag de wettigheid van die sanctie onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen. Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of, met inachtneming van alle omstandigheden van de zaak, de sanctie niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechter mag onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een sanctie van zodanige omvang. De rechter mag hierbij in het bijzonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties, de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld en de weerslag van de sanctie voor de betrokkene, maar moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie.
  5. Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, sancties kan kwijtschelden of verminderen, dan wel kan bevestigen.
  6. Het arrest oordeelt dat in zoverre uit het belastingdossier blijkt dat de eiseres door een advocaat fiscaalrechtelijk werd geadviseerd, de beoordeling van de belastingadministratie correct is krachtens dewelke de wetgeving op het tijdstip van het sluiten van de leasingovereenkomst voor de eiseres duidelijk behoorde te zijn. Daarmee oordeelt het arrest niet dat het niet toegelaten is als belastingplichtige zich te laten bijstaan door een fiscaal deskundige, maar geeft het wel te kennen dat de eiseres met kennis van zaken de fiscale wetgeving heeft overtreden. Op die grond kan het wettig oordelen dat de verdrievoudiging van de belasting en het opleggen van de maximum geldboete wettig en proportioneel is. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 584,54 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210604.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2026:ARR.20260420.1 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220421.1N.15 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240617.3N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.