id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210608.2N.15 Rolnummer: P.21.0669.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-06-14 Raadplegingen: 521 - laatst gezien 2026-06-19 23:37 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit artikel 26, 2°, Interneringswet volgt dat op elk ogenblik van de uitvoering van de internering de invrijheidstelling op proef kan worden toegekend indien de geïnterneerde persoon instemt met de algemene en geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden die daaraan kunnen worden verbonden; die instemming is eveneens vereist wanneer ingevolge een nieuwe beslissing tot internering een nieuwe bijzondere voorwaarde wordt toegevoegd aan een reeds bestaande proeftermijn van een invrijheidstelling op proef. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Vrije woorden: Rechtspleging - Voorwaarden bij invrijheidstelling op proef - Instemming geïnterneerde - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 26, 2° - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0669.N M. S., geïnterneerde, eiser, met als raadsman mr. Louis Carlier, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9030 Gent (Mariakerke), Durmstraat 29, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Gent, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 7 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 26, 2°, 29, § 3, en 30 Interneringswet: ingevolge een nieuwe beslissing tot internering bevestigt het vonnis de reeds toegekende invrijheidstelling op proef zonder wijziging van de lopende proeftermijn maar met toevoeging van nieuwe bijzondere voorwaarden op verzoek van de slachtoffers, waaronder een regioverbod voor Gent en Wondelgem; die voorwaarde wordt aan de eiser opgelegd zonder dat hij daarmee heeft ingestemd en zonder dat hij daarover is gehoord; bovendien bevonden de slachtofferfiches zich niet in het aan de eiser bezorgde dossier en waren de slachtoffers niet aanwezig ter rechtszitting.
- Uit artikel 26, 2°, Interneringswet volgt dat op elk ogenblik van de uitvoering van de internering de invrijheidstelling op proef kan worden toegekend indien de geïnterneerde persoon instemt met de algemene en geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden die daaraan kunnen worden verbonden. Die instemming is eveneens vereist wanneer ingevolge een nieuwe beslissing tot internering een nieuwe bijzondere voorwaarde wordt toegevoegd aan een reeds bestaande proeftermijn van een invrijheidstelling op proef.
- Het vonnis kent na een derde beslissing tot internering aan de eiser opnieuw een invrijheidstelling op proef toe en neemt de nieuwe proeftermijn geheel op binnen eisers lopende proeftermijn, maar het legt onder meer ook de in het middel bedoelde nieuwe voorwaarde op.
- Uit het vonnis noch uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 28 april 2021 blijkt dat de eiser met die bijzondere voorwaarde heeft ingestemd. Aldus schendt het vonnis artikel 26, 2°, Interneringswet. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven
- De grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank Gent, kamer voor de bescherming van de maatschappij, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 8 juni 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210608.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div