← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210608.2N.16 Rolnummer: P.21.0534.N Zaak: L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2021-06-14 Raadplegingen: 880 - laatst gezien 2026-06-19 23:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 187, 202 en 203 Wetboek van Strafvordering volgt dat het hoger beroep tegen een vonnis waarbij het verzet ongedaan wordt verklaard van rechtswege de grond van de zaak aanhangig maakt bij de appelrechter, maar dit niet belet dat moet rekening worden gehouden met de relatieve werking van het verzet van de beklaagde; derhalve kan het appelgerecht ingeval van hoger beroep door een beklaagde en door het openbaar ministerie tegen het vonnis dat het verzet van de beklaagde ongedaan verklaart en bij afwezigheid van een hoger beroep van het openbaar ministerie tegen het verstekvonnis de bij het verstekvonnis opgelegde straffen niet verzwaren

(1).
(1)Zie Cass. 11 juni 2008, AR P.08.0614.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080611.4, AC 2008, nr. 364; Cass. 5 maart 2008, AR P.07.1769.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080305.2, AC 2008, nr. 156, met concl. “in hoofdzaak” van procureur-generaal Leclercq op datum in Pas. Thesaurus CAS: VERZET Vrije woorden: Strafzaken - Verstekvonnis - Geen hoger beroep van het openbaar ministerie - Verzet - Vonnis dat het verzet ongedaan verklaart - Hoger beroep door beklaagde en het openbaar ministerie - Grond van de zaak - Draagwijdte - Verzwaring van de bij verstek opgelegde straf - Wettigheid - Grens Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 187, 202 en 203 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Verstekvonnis - Geen hoger beroep van het openbaar ministerie - Verzet - Vonnis dat het verzet ongedaan verklaart - Hoger beroep door beklaagde en het openbaar ministerie - Grond van de zaak - Draagwijdte - Verzwaring van de bij verstek opgelegde straf - Wettigheid - Grens Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 187, 202 en 203 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0534.N P. G. C. L., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Victor Petitat, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, van 5 maart
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 187, 188, 202 en 203 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis verzwaart op het hoger beroep van de eiser en van het openbaar ministerie tegen het vonnis dat eisers verzet ongedaan verklaart de aan de eiser bij het verstekvonnis opgelegde straf, terwijl het openbaar ministerie tegen dat verstekvonnis geen hoger beroep had aangetekend.
  3. Uit de artikelen 187, 202 en 203 Wetboek van Strafvordering volgt dat het hoger beroep tegen een vonnis waarbij het verzet ongedaan wordt verklaard van rechtswege de grond van de zaak aanhangig maakt bij de appelrechter, maar dit niet belet dat moet rekening worden gehouden met de relatieve werking van het verzet van de beklaagde. Derhalve kan het appelgerecht ingeval van hoger beroep door een beklaagde en door het openbaar ministerie tegen het vonnis dat het verzet van de beklaagde ongedaan verklaart en bij afwezigheid van een hoger beroep van het openbaar ministerie tegen het verstekvonnis de bij het verstekvonnis opgelegde straffen niet verzwaren.
  4. De politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, heeft bij verstekvonnis van 23 januari 2018 de eiser wegens het feit omschreven onder de enige telastlegging veroordeeld tot een geldboete van 50,00 euro, te verhogen met de opdeciemen, of een vervangend rijverbod van 30 dagen, alsook tot een rijverbod gedurende acht dagen. Tegen dit vonnis is door het openbaar ministerie geen hoger beroep ingesteld. Het beroepen vonnis van 30 juni 2020 verklaart eisers verzet tegen dit verstekvonnis van 23 januari 2018 ongedaan. Op het hoger beroep van de eiser en van het openbaar ministerie tegen het vonnis van 30 juni 2020 veroordeelt het bestreden vonnis de eiser wegens het feit omschreven onder de enige telastlegging tot een geldboete van 100,00 euro, te verhogen met de opdeciemen, of een vervangend rijverbod van 30 dagen, alsook tot een rijverbod van 15 dagen. Aldus schendt het bestreden vonnis de artikelen 187, 202 en 203 Wetboek van Strafvordering. Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser wegens het feit omschreven onder de enige telastlegging veroordeelt tot een hogere geldboete dan 50,00 euro, verhoogd met 70 opdeciemen, of 400,00 euro, alsook tot een rijverbod voor een duur van langer dan acht dagen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen reden is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 8 juni 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210608.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080305.2 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080611.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.