← België

B. contra T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210611.1N.1 Rolnummer: C.20.0322.N Zaak: B. contra T. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-11-09 Raadplegingen: 1576 - laatst gezien 2026-06-16 08:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De verarmde dient voldoende aanwijzingen te verstrekken die waarschijnlijk maken dat iedere rechtsgrond voor de vermogensverschuiving ontbreekt alvorens van de verrijkte kan gevraagd worden alsnog het bestaan van een rechtsgrond hiervoor aan te tonen. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Verbod van ongerechtvaardigde verrijking - Vermogensverschuiving - Rechtsgrond - Afwezigheid - Bewijslast Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel van het verbod van ongerechtvaardigde verrijking Thesaurus CAS: VERRIJKING ZONDER OORZAAK Vrije woorden: Verbod van ongerechtvaardigde verrijking - Vermogensverschuiving - Rechtsgrond - Afwezigheid - Bewijslast Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel van het verbod van ongerechtvaardigde verrijking Annotaties Publicaties: T.Fam.-Tijdschrift voor familierecht - 2022, nr. 1, p. 23-

  1. - VAN THIENEN, Annette; Noot'Verbod van ongerechtvaardigde verrijking in partnerrelaties: bewijslastverdeling' JT-Journal des tribunaux - 2022, n° 13, p. 208-
  2. - LELEU, Yves-Henri; Note'La fin de la binarité en matière d'administration de la preuve dans l'action de in rem verso au sein d'un couple ou d'une famille' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0322.N A. B., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen A. T., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 31 maart
  3. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft op 26 januari 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Krachtens het algemeen rechtsbeginsel van het verbod van ongerechtvaardigde verrijking kan een vermogensverschuiving worden ongedaan gemaakt wanneer voor zowel de verrijking als de correlatieve verarming iedere rechtsgrond ontbreekt. De verrijking is niet ongerechtvaardigd wanneer zij steunt op de wil van de verarmde, voor zover deze ertoe strekte een definitieve vermogensverschuiving in het voordeel van de verrijkte tot stand te brengen. Die wil van de verarmde kan onder meer blijken uit de bedoeling de verrijkte te begunstigen, het speculatieve oogmerk of de omstandigheid dat de verarmde uitsluitend of hoofdzakelijk in zijn eigen belang handelde.
  5. Behoudens wanneer de verrijkte onrechtmatig heeft gehandeld, geeft een verrijking die vrijwillig en zonder dwaling werd verschaft, in beginsel, geen aanleiding tot een verrijkingsvordering. Een verrijking die werd verschaft met een bepaald doel of vanuit een bepaalde verwachting wordt niet ongerechtvaardigd wanneer deze niet worden verwezenlijkt. Dit is anders wanneer de verrijkte op de hoogte was, of hoorde te zijn, van het doel of de verwachting en wist of hoorde te weten dat, wanneer dit doel of die verwachting niet worden verwezenlijkt, de verrijking diende ongedaan te worden gemaakt.
  6. De bewijslast dat de voorwaarden van de verrijkingsvordering zijn vervuld, rust op de verarmde die de vordering instelt. Het algemeen rechtsbeginsel dat procespartijen ertoe zijn gehouden loyaal mee te werken aan de bewijsvoering impliceert evenwel dat, wanneer de verarmde als eiser bij de verrijkingsvordering voldoende aanwijzingen verstrekt die waarschijnlijk maken dat iedere rechtsgrond ontbreekt, het aan de verrijkte als verweerder op de verrijkingsvordering staat om het voorhanden zijn van een rechtsgrond aan te tonen.
  7. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de verweerder op basis van de voorliggende stukken en elementen, zoals de bankuittreksels en overschrijvings- en betalingsbewijzen, voldoende aantoont dat er een verarming is van zijn vermogen, een verrijking van het vermogen van de eiseres en een correlatie tussen de verarming en de verrijking; - de eiseres overigens niet betwist daadwerkelijk aanzienlijke geldsommen van de verweerder te hebben ontvangen door storting op haar bankrekeningnummer; - de eiseres evenmin betwist dat de verweerder aanzienlijke aankopen voor haar betaalde, zoals de aankoop van een personenwagen; - de eiseres geen enkel stuk of element voorbrengt tot staving van haar beweringen dat de stortingen en betalingen giften uitmaken die de verweerder ongevraagd aan haar zou hebben gedaan, waarbij hij haar met aandrang zou hebben overtuigd de gelden als zodanig te aanvaarden zonder terugbetalingsverbintenis; - uit niets blijkt dat het om giften zou gaan of dat de verweerder uit vrijgevigheid handelde of de wil had om zijn vermogen op definitieve wijze te verarmen.
  8. De appelrechter die de verrijkingsvordering van de verweerder grotendeels inwilligt omdat de eiseres als verrijkte niet aantoont dat er een rechtsgrond voor zowel de verrijking als de correlatieve verarming voorhanden is, zonder eerst vast te stellen dat de verweerder als verarmde voldoende aanwijzingen verstrekt die waarschijnlijk maken dat iedere rechtsgrond ontbreekt, verlegt de bewijslast en verantwoordt zodoende zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre de appelrechter het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 11 juni 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210611.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.