id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210611.1N.8 Rolnummer: C.20.0354.N Zaak: UHLSPORT GmbH contra Trick Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-11-09 Raadplegingen: 1306 - laatst gezien 2026-06-19 03:27 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Bij de berekening van de uitwinningsvergoeding dient niet enkel rekening te worden gehouden met de in België bemiddelde zaken maar ook met de in het buitenland bemiddelde zaken. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - ALLERLEI Vrije woorden: Handelsagentuurovereenkomst - Uitwinningsvergoeding - Berekening Wettelijke bepalingen: Wet 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst - 13-04-1995 - Art. 20 - 39 ELI link Pub nr 1995009425 Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) - 17-06-2008 - Art. 4.1,
- b)Fiche 2 Tenzij het een vergoeding van uitzonderlijke kosten betreft, moeten de bedragen betaald ter vergoeding van de eigen kosten van de handelsagent verbonden aan de uitvoering van de handelsagentuurovereenkomst, opgenomen worden in de berekeningsbasis van de uitwinningsvergoeding. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - ALLERLEI Vrije woorden: Handelsagentuurovereenkomst - Handelsagent - Eigen kosten - Vergoeding - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst - 13-04-1995 - Art. 20 - 39 ELI link Pub nr 1995009425 Annotaties Publicaties: RDC-Revue de droit commercial belge - 2022, n° 3, p. 376-379. - DU JARDIN, Laurent; Note'La rémunération de l'agent commercial, son indemnité d'éviction et son indemnité réparatrice' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0354.N UHLSPORT GmbH, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 7é6 Balingen (Duitsland), Klingenbachstrasse 3, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen TRICK bv, met zetel te 9160 Lokeren, Klipsenstraat 28, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0841.542.997, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 29 april 2020. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft op 5 mei 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel (…) Tweede onderdeel 5. Artikel 20, eerste, derde en vierde lid, Handelsagentuurwet, zoals van toepassing, bepaalt dat de handelsagent na de beëindiging van de overeenkomst recht heeft op een uitwinningsvergoeding wanneer hij de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of wanneer hij de zaken met de bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid, voor zover dit de principaal nog aanzienlijke voordelen kan opleveren. Het bedrag van deze uitwinningsvergoeding wordt bepaald rekening houdend zowel met de gerealiseerde uitbreiding van de zaken als met de aanbreng van klanten. De uitwinningsvergoeding mag niet meer bedragen dan het bedrag van een jaar vergoeding berekend op basis van het gemiddelde van de vijf voorafgaande jaren of op basis van de gemiddelde vergoeding in de voorafgaande jaren indien de overeenkomst minder dan vijf jaar heeft geduurd. 6. Uit voormeld artikel 20 alsmede uit de parlementaire voorbereiding van de Handelsagentuurwet volgt dat de rechter die het bedrag van de uitwinningsvergoeding bepaalt, rekening mag houden met de bedragen die de handelsagent heeft ontvangen in de relevante periode die zijn eigen kosten vergoeden, voor zover deze kosten niet uitzonderlijk zijn en betrekking hebben op de desbetreffende handelsagentuurovereenkomst. 7. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de volledige vergoeding van de agent in aanmerking komt als berekeningsbasis van de uitwinningsvergoeding, namelijk de vaste vergoeding en de variabele vergoeding; - de eiseres aan de verweerster een forfaitaire vergoeding betaalde van 3.000 euro voor de prestaties als ‘country manager’, deels forfaitaire vergoedingen betaalde voor computerkosten, wagen, brandstof, personeel, administratiekosten, enz. en een kleine variabele vergoeding betaalde op basis van de gerealiseerde omzet; - al deze vergoedingen betrekking hadden op kosten die eigen zijn aan de handelsagent voor het uitoefenen van zijn taken; - het geen vergoedingen betreffen die de principaal aan de handelsagent betaalt die hetzij niets te maken hebben met de handelsagentuur, hetzij in principe eigen zijn aan de principaal; - de verweerster op deze wijze een grote zekerheid kreeg dat een groot deel van de kosten van haar vertegenwoordigers werden vergoed, doch tegenover deze zekerheid staat dat zij slechts recht heeft op een kleine commissie; - deze wijze van vergoeden, zoals overeengekomen tussen de partijen, niet belet dat deze vergoedingen deel uitmaken van de vergoedingen die de handelsagent verkrijgt uit hoofde van de door hem afgesloten handelsagentuur. 8. De appelrechter die op grond van deze redenen beslist om met betrekking tot de berekening van de uitwinningsvergoeding zowel rekening te houden met het forfaitair bedrag met betrekking tot de onkosten als het variabel commissieloon, verantwoordt deze beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 452,43 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 11 juni uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210611.1N.8 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250613.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.