← België

G. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210614.3N.7 Rolnummer: C.21.0018.N Zaak: G. contra V. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2021-11-09 Raadplegingen: 1351 - laatst gezien 2026-06-20 00:25 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het subsidiaire karakter van de rechtsvordering wegens ongerechtvaardigde verrijking belet dat de vordering wordt aangenomen wanneer de eiser over een andere rechtsvordering beschikte, die hij heeft laten teloorgaan; de vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking kan dus niet worden ingewilligd wanneer zij tot doel heeft een wettelijk beletsel met betrekking tot een aan de eiser ter beschikking staande rechtsvordering te omzeilen

(1).
(1)Cass. 9 juni 2017, AR C.16.0382.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170609.3, AC 2017, nr. 379. Thesaurus CAS: VERRIJKING ZONDER OORZAAK Vrije woorden: Rechtsvordering uit verrijking zonder oorzaak - Subsidiair karakter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel van de verrijking zonder oorzaak Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Verrijking zonder oorzaak - Rechtsvordering uit verrijking zonder oorzaak - Subsidiair karakter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel van de verrijking zonder oorzaak Thesaurus CAS: VERRIJKING ZONDER OORZAAK Vrije woorden: Rechtsvordering uit verrijking zonder oorzaak - Subsidiair karakter - Wettelijk beletsel met betrekking tot een andere ter beschikking staande vordering - Gevolg Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel van de verrijking zonder oorzaak Fiche 4 Het subsidiaire karakter van de rechtsvordering wegens ongerechtvaardigde verrijking staat niet eraan in de weg dat de eiser in hoofdorde zijn vordering steunt op een of meer rechtsgronden en subsidiair op de ongerechtvaardigde verrijking voor het geval de rechter oordeelt dat de in hoofdorde bedoelde rechtsgronden niet voorhanden zijn
(1).
(1)Cass. 9 juni 2017, AR C.16.0382.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170609.3, AC 2017, nr.
  1. Thesaurus CAS: VERRIJKING ZONDER OORZAAK Vrije woorden: Rechtsvordering uit verrijking zonder oorzaak - Subsidiair karakter - Niet voorhanden zijn van een andere rechtsgrond - Gevolg Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel van de verrijking zonder oorzaak Tekst van de beslissing Nr. C.21.0018 N J.G., eiser, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiser woonplaats kiest, tegen C.V., verweerster, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 november
  2. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 20 mei 2021 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Krachtens het algemeen rechtsbeginsel van het verbod van ongerechtvaardigde verrijking kan een vermogensverschuiving worden ongedaan gemaakt wanneer voor zowel de verrijking als de correlatieve verarming iedere rechtsgrond ontbreekt. Het subsidiaire karakter van de rechtsvordering wegens ongerechtvaardigde verrijking belet dat de vordering wordt aangenomen wanneer de eiser over een andere rechtsvordering beschikte, die hij heeft laten teloorgaan. De vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking kan dus niet worden ingewilligd wanneer zij tot doel heeft een wettelijk beletsel met betrekking tot een aan de eiser ter beschikking staande rechtsvordering te omzeilen. Het subsidiaire karakter staat evenwel niet eraan in de weg dat de eiser in hoofdorde zijn vordering steunt op een of meer rechtsgronden en subsidiair op de ongerechtvaardigde verrijking voor het geval de rechter oordeelt dat de in hoofdorde bedoelde rechtsgronden niet voorhanden zijn.
  4. De appelrechter die vaststelt dat de eiser zijn vordering in hoofdorde steunt op het bestaan van een leningovereenkomst tussen de partijen en in subsidiaire orde op grond van ongerechtvaardigde verrijking en die vervolgens oordeelt dat de eiser niet slaagt in zijn bewijslast met betrekking tot de lening en zijn in ondergeschikte orde ingestelde verrijkingsvordering evenmin kan worden aangenomen omdat zij neerkomt op het omzeilen van de regels inzake het bewijs, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix als voorzitter, en de raadsheren Antoine Lievens en Sven Mosselmans en in openbare terechtzitting van 14 juni 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210614.3N.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260330.3N.6 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170609.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220224.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.