id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210615.2N.11 Rolnummer: P.21.0145.N Zaak: KNG-MAASVALLEI B.V.B.A. contra C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-06-18 Raadplegingen: 1408 - laatst gezien 2026-06-19 11:17 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De rechter wordt tot bewijs van het tegendeel vermoed onpartijdig, onafhankelijk en onbevangen te oordelen
(1); bij de beoordeling of er wettige redenen zijn om te twijfelen aan de onpartijdigheid van een lid van een rechtscollege, kan rekening worden gehouden met de overtuiging die een partij op dit punt zegt te hebben; die overtuiging vormt evenwel geen exclusief criterium; bepalend is of de vrees voor een partijdige behandeling van de zaak objectief is gerechtvaardigd
(2).
(1)Cass. 28 maart 2017, AR P.17.0238.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170328.8, AC 2017, nr. 223; Cass. 13 maart 2012, AR P.11.1750.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120313.1, AC 2012, nr. 166.
(2)Cass. 28 maart 2017, AR P.17.0238.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170328.8, AC 2017, nr. 223; Cass. 27 april 2016, AR P.16.0509.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160427.10, AC 2016, nr. 288; Cass. 13 maart 2012, AR P.11.1750.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120313.1, AC 2012, nr.
- Zie alg. J. DE CODT, Des nullités de l'instruction et du jugement, Larcier, 2006, 36-40; F. KUTY, L'impartialité du juge en procédure pénale, Larcier, 2005, 41-251 ; R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer, 2014, 791-805 ; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, GompelSvacina, 2019, 724-728 ; M.A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021, 15-
- Thesaurus CAS: MACHTEN - RECHTERLIJKE MACHT Vrije woorden: Rechter - Onafhankelijkheid - Onpartijdigheid - Overtuiging van een partij - Bewijs Thesaurus CAS: WRAKING Vrije woorden: Strafzaken - Rechter - Onafhankelijkheid - Onpartijdigheid - Overtuiging van een partij - Bewijs Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Strafzaken - Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter - Overtuiging van een partij - Bewijs Fiches 4 - 5 De levensbeschouwing alleen van een magistraat creëert geen schijn van partijdigheid; de enkele omstandigheid dat een magistraat al dan niet lid zou zijn van een levensbeschouwelijke vereniging en deelneemt aan de activiteiten van die vereniging, houdt dan ook geen wettige reden in om te twijfelen aan de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van die magistraat
(1).
(1)Cass. 8 mei 2012, AR P.12.0730.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120508.5, AC 2012, nr.
- Thesaurus CAS: WRAKING Vrije woorden: Strafzaken - Rechter - Levensbeschouwing van de rechter - Grens Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Strafzaken - Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter - Levensbeschouwing van de rechter - Grens Tekst van de beslissing Nr. P.21.0145.N
- KNG-MAASVALLEI bv, met zetel te 3960 Bree (Opitter), Ziepstraat 1 bus 3, burgerlijke partij,
- M. J. S., burgerlijke partij,
- K. H., burgerlijke partij, eisers, met als raadsman mr. Omar Souidi, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen
- H. Ch. Th. C., inverdenkinggestelde,
- KERKFABRIEK SINT-WILLIBRORDUS TE EISDEN, met zetel te 3630 Maasmechelen (Eisden), Vrijthof 14, inverdenkinggestelde,
- M. J. J. B., inverdenkinggestelde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 7 januari
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en de artikelen 127, 135 en 223 Wetboek van Strafvordering: het oordeel dat er geen voldoende bezwaren zijn om de verweerders naar de correctionele rechtbank te verwijzen voor de telastleggingen A (valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken) en B (huisjesmelkerij), is gebrekkig gemotiveerd; het arrest specificeert niet de voornaamste redenen tot staving van de beslissing tot buitenvervolgingstelling van de verweerders voor de telastleggingen A en B, waardoor de eisers niet in staat zijn die beslissing te begrijpen; het arrest oordeelt louter dat uit het strafdossier niet blijkt dat de eisers zich in een bijzonder kwetsbare positie bevonden noch dat de verweerders de intentie hadden om hiervan misbruik te maken, zodat er geen bezwaren zijn betreffende de telastlegging B; met betrekking tot de telastlegging A worden er geen precieze redenen aangehaald.
- De artikelen 127, 135 en 223 Wetboek van Strafvordering zijn vreemd aan de verplichting van het onderzoeksgerecht om de voornaamste redenen van de beslissing te vermelden. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Behalve met de in het middel aangehaalde redenen betreffende de buitenvervolgingstelling voor de telastlegging B, oordeelt het arrest dat de nieuwe handelshuurovereenkomst, gedateerd op 31 oktober 2016, door de eisers nooit werd ondertekend en zelfs uitdrukkelijk niet werd aanvaard, zodat de van valsheid betichte clausules en de datum niet werden aanvaard en deze overeenkomst zich niet aan de eisers en de openbare trouw heeft opgedrongen. Aldus bevat het arrest de voornaamste redenen van de buitenvervolgingstelling voor de telastleggingen A en B. In zoverre berust het middel op een onvolledige lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel inzake de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de rechter: het arrest werd mede gewezen door een plaatsvervangend magistraat die lid is van een katholieke vereniging, waardoor er kan worden getwijfeld aan de objectieve onpartijdigheid van het rechtscollege of hierdoor minstens een schijn van partijdigheid ontstaat; de door de eisers neergelegde klacht met burgerlijkepartijstelling werd immers neergelegd tegen een katholieke instelling en haar functionarissen, namelijk tegen een kerkfabriek, respectievelijk tegen de voorzitter en de secretaris ervan.
- Volgens artikel 6.1 EVRM heeft eenieder bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging recht op een behandeling van zijn zaak door een bij de wet ingestelde onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie.
- De rechter wordt tot bewijs van het tegendeel vermoed onpartijdig, onafhankelijk en onbevangen te oordelen.
- Bij de beoordeling of er wettige redenen zijn om te twijfelen aan de onpartijdigheid van een lid van een rechtscollege, kan rekening worden gehouden met de overtuiging die een partij op dit punt zegt te hebben. Die overtuiging vormt evenwel geen exclusief criterium. Bepalend is of de vrees voor een partijdige behandeling van de zaak objectief is gerechtvaardigd.
- De levensbeschouwing alleen van een magistraat creëert geen schijn van partijdigheid. De enkele omstandigheid dat een magistraat al dan niet lid zou zijn van een levensbeschouwelijke vereniging en deelneemt aan de activiteiten van die vereniging, houdt dan ook geen wettige reden in om te twijfelen aan de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van die magistraat.
- Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 93,91 euro, waarvan 58,91 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 15 juni 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210615.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220503.2N.19 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221108.2N.10 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250225.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120313.1 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120508.5 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160427.10 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170328.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.26 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220927.2N.7 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.24 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.15 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.22 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251216.2N.27 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251216.2N.33 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div