id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210618.1N.3 Rolnummer: C.20.0547.N Zaak: G. contra E. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2021-11-09 Raadplegingen: 1517 - laatst gezien 2026-06-19 06:02 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een verbintenis heeft een ongeoorloofd voorwerp wanneer zij ertoe strekt een toestand te doen ontstaan of in stand te houden die in strijd is met de openbare orde of met dwingende wetsbepalingen en kan om die reden geen gevolg hebben
(1)Cass. 22 januari 2021, AR C.19.0303.N, AC 2021, nr. 49, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.38; Cass. 8 maart 2018, AR C.17.0390.N, AC 2018, nr.163; ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180308.
- Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Ongeoorloofd voorwerp - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 6 en 1108 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 De werking van het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit, dat strekt tot het tenietdoen van de rechtgevolgen die uit een bedrieglijke gedraging voortvloeien, reikt niet verder dan nodig is om te verhinderen dat het door bedrog beoogde doel wordt bereikt. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Algemeen rechtsbeginsel "fraus omnia corrumpit" - Werking - Doel - Omvang Tekst van de beslissing Nr. C.20.0547.N
- R. G.,
- B. D. B., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- P. E.,
- M. D., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 19 juni
- Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel Eerste onderdeel
- Een verbintenis heeft een ongeoorloofd voorwerp wanneer zij ertoe strekt een toestand te doen ontstaan of in stand te houden die in strijd is met de openbare orde of met dwingende wetsbepalingen. Krachtens de artikelen 6 en 1108 Oud Burgerlijk Wetboek kan een dergelijke verbintenis geen gevolg hebben.
- De appelrechter stelt vast dat: - de partijen op 31 mei 1990 een overeenkomst sloten waarbij de eisers aan de verweerders toestonden om zonder stedenbouwkundige vergunning bouwwerken uit te voeren achter hun garage tot tegen de perceelgrens met een maximale gedoogperiode van dertig jaar; - de eisers op 14 oktober 2016 krachtens deze overeenkomst de afbraak van deze bouwwerken hebben gevorderd.
- De appelrechter oordeelt dat de vordering tot afbraak niet kan worden toegelaten, aangezien de partijen de overeenkomst in strijd met de openbare orde hebben gesloten "met het oog op het scheppen en/of behouden van een onwettige toestand of onrechtmatige toestand", te weten het in stand houden van bouwwerken die werden opgericht in strijd met stedenbouwkundige voorschriften, zodat "onmogelijk de verbintenissen uit de voormelde, kennelijk met valse/bedrieglijke bedoelingen gesloten overeenkomst [kunnen worden gehonoreerd]".
- Door de vordering tot afbraak ontoelaatbaar te verklaren wegens de ongeoorloofdheid van het voorwerp van de verbintenis waarop zij is gesteund, terwijl deze vordering ertoe strekt een einde te maken aan de onrechtmatige toestand, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is in zoverre gegrond.
- Het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit strekt tot het tenietdoen van de rechtsgevolgen die uit een bedrieglijke gedraging voortvloeien. Deze werking reikt niet verder dan nodig is om te verhinderen dat het door bedrog beoogde doel wordt bereikt.
- De appelrechter oordeelt dat de partijen bedrieglijk hebben gehandeld door met valse bedoelingen een overeenkomst te sluiten die in strijd is met de van openbare orde zijnde stedenbouwkundige wetsbepalingen, met het oog op het scheppen of behouden van een onwettige toestand.
- Door de vordering tot afbraak van de bedoelde bouwwerken op grond van voornoemd algemeen rechtsbeginsel vervolgens ontoelaatbaar te verklaren, en aldus het door de bedrieglijke gedraging beoogde doel niet te verhinderen maar juist in stand te houden, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. In zoverre is het onderdeel eveneens gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 18 juni 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210618.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221209.1N.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180308.3 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.38 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260129.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div