id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210618.1N.6 Rolnummer: C.20.0001.N Zaak: THE BRIGHTONE GROUP SA contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-06-28 Raadplegingen: 819 - laatst gezien 2026-06-18 16:42 Versie(s): Vertaling FR Fiche De uitlegging door de rechter van een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing die hij heeft gewezen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen, heeft noodzakelijk betrekking op een beslissing die deel uitmaakt van het beschikkend gedeelte van de uitspraak, dit is elke beslissing van de rechter over een geschilpunt waardoor hij zijn rechtsmacht heeft uitgeput. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Onduidelijke of dubbelzinnige beslissing - Uitlegging - Beschikkend gedeelte - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 19, eerste lid, en 793, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing nr. C.20.0001.N BRIGHTONE GROUP sa, vennootschap naar Luxemburgs recht, met zetel te 1931 Luxemburg (Groothertogdom Luxemburg), avenue de la Liberté 41, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Werner Derijcke, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 65/11, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- P. V. H.,
- C. K.,
- M. D. P., verweerders, derde verweerster minstens in gemeenverklaring opgeroepen partij, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen, in aanwezigheid van
- Cécile NOELMANS, advocaat, met kantoor te 3700 Tongeren, Moerenstraat 33,
- Louis WOUTERS, advocaat, met kantoor te 2018 Antwerpen, Jan van Rijswijcklaan 1-3, in hun hoedanigheid van curatoren van het faillissement van BUILDING PHASE 67 nv, met zetel te 2960 Brecht, Kleine Kasteeltjesweg 3 bus 8, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0826.037.251, in gemeenverklaring opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 september
- Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel Eerste onderdeel
- Artikel 19, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat een vonnis een eindvonnis is in zoverre daarmee de rechtsmacht van de rechter over een geschilpunt uitgeput is, behoudens de rechtsmiddelen bij de wet bepaald. Er kan in de regel slechts sprake zijn van een eindvonnis in de zin van deze bepaling waardoor de rechtsmacht van de rechter is uitgeput, wanneer de rechter een beslissing neemt over een geschilpunt, dit is een punt waarover tussen partijen betwisting bestond en waarover zij het debat hebben gevoerd.
- Artikel 793, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter die een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing heeft gewezen, die kan uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. Krachtens die bepaling heeft de uitleg noodzakelijk betrekking op een beslissing die deel uitmaakt van het beschikkend gedeelte van de uitspraak, dit is elke beslissing van de rechter over een geschilpunt waardoor hij zijn rechtsmacht heeft uitgeput.
- De appelrechters stellen vast dat het uit te leggen arrest van 22 juni 2015 oordeelt dat met het geschrift van 14 december 2010 tussen de partijen een rechtsgeldige overeenkomst tot stand kwam tot overdracht van de aandelen van de verweerders aan de eiseres “tegen de prijs van 15.240.000 euro” en de verweerders in het beschikkend gedeelte veroordeelt tot de uitvoering in natura van de koopovereenkomst, met name tot de overdracht van de aandelen aan de eiseres, “tegen betaling van de aankoopprijs”.
- De appelrechters oordelen, zonder op dit punt te worden bekritiseerd, dat geen vordering tot bepaling of betaling van de prijs aanhangig was in de procedure die heeft geleid tot het uit te leggen arrest van 22 juni 2015, zodat in dat arrest geen geschilpunt over de aankoopprijs is beslecht. Zij oordelen aldus dat de vaststellingen in het arrest van 22 juni 2015 met betrekking tot de hoogte van de prijs van de aandelen geen eindbeslissing vormen waardoor de rechter zijn rechtsmacht heeft uitgeput.
- De appelrechters die na aldus te hebben geoordeeld, niettemin overgaan tot uitlegging van de bewoordingen “tegen betaling van de aankoopprijs” in het beschikkend gedeelte van het arrest van 22 juni 2015, schenden de artikelen 19 en 793 Gerechtelijk Wetboek. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit: - het beschikkend gedeelte van het arrest van 22 juni 2015 in die zin uitlegt dat de bewoordingen daarin “tegen betaling van de aankoopprijs” moeten worden verstaan als “tegen betaling van de aankoopprijs van 15.240.000 euro”; - de betaling door de eiseres aan de verweerders beveelt van de prijs van 15.240.000 euro en zich daarbij de uitspraak over de op dat bedrag gevorderde interest voorbehoudt. Verklaart het arrest bindend voor de in gemeenverklaring opgeroepen partijen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 18 juni 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230511.1F.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div