← België

Ö.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210622.2N.22 Rolnummer: P.21.0429.N Zaak: Ö. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2021-06-28 Raadplegingen: 723 - laatst gezien 2026-06-19 23:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit de bepaling van artikel 22, § 1, WAM volgt dat de houder en de bestuurder van een motorrijtuig alleen strafbaar zijn als zij daadwerkelijk weten dat dit voertuig niet is verzekerd; het gegeven dat zij dit konden weten volstaat hiertoe niet. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Artikel 22, § 1 - Strafbaarheid - Vereiste van kennis - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 22, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Fiche 2 Uit de bepalingen van de artikelen 24, § 1, en 26 KB Technische Eisen volgt dat niet enkel de eigenaar maar ook de bestuurder die het voertuig op de openbare weg laat bevinden of gebruikt zonder dat dit voorzien is van een geldig keuringsbewijs strafbaar is. Thesaurus CAS: VERVOER - ALGEMEEN Vrije woorden: KB Technische Eisen - Artikelen 24, § 1, en 26 - Keuring - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: KB 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen - 15-03-1968 - Art. 24, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1968031501 KB 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen - 15-03-1968 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1968031501 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0429.N H Ö., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Özgür Balci, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9040 Sint-Amandsberg, Antwerpsesteenweg 576, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 2 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 22, § 1, tweede lid, WAM, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen houdende de eerbiediging van het recht van verdediging en de bewijslast in strafzaken: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat het voor een inbreuk op artikel 22, § 1, tweede lid, WAM volstaat dat de eiser kon weten dat het voertuig niet geldig was verzekerd; uit het strafdossier blijkt niet dat de eiser hiervan op de hoogte was; het bestreden vonnis laat dit verweer onbeantwoord; bovendien wordt de eiser, als houder van het voertuig, ten onrechte samen met de eigenaar van het voertuig veroordeeld.
  3. Artikel 22, § 1, WAM bepaalt: "De eigenaar of de houder van het motorrijtuig die het in het verkeer brengt of toelaat dat het in het verkeer wordt gebracht op een van de in artikel 2, § 1, bedoelde plaatsen zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het aanleiding kan geven, gedekt is overeenkomstig deze wet, alsmede de bestuurder van dat motorrijtuig, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van honderd euro tot duizend euro, of met een van die straffen alleen. De houder en de bestuurder van het motorrijtuig zijn krachtens het eerste lid alleen strafbaar als zij weten dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het motorrijtuig aanleiding kan geven, niet gedekt is overeenkomstig deze wet."
  4. Uit deze bepaling volgt dat de houder en de bestuurder van een motorrijtuig alleen strafbaar zijn als zij daadwerkelijk weten dat dit voertuig niet is verzekerd. Het gegeven dat zij dit konden weten, volstaat hiertoe niet.
  5. De appelrechters die de eiser schuldig verklaren aan de feiten van de telastlegging A en hierbij oordelen dat het volstaat dat "(de eiser) kon weten dat het voertuig niet rechtsgeldig verzekerd was", verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen houden de eerbiediging van het recht van verdediging en de bewijslast in strafzaken: het bestreden vonnis motiveert niet waarom het de eiser schuldig verklaart aan de telastlegging B; in zijn appelconclusie had de eiser nochtans aangevoerd dat het aan de eigenaar toekomt om zijn voertuig te laten keuren, zodat zowel het materieel als het moreel bestanddeel van dit misdrijf bij de eiser ontbreekt.
  7. Het middel verduidelijkt niet hoe en waarom het bestreden vonnis de algemene rechtsbeginselen houdende de eerbiediging van het recht van verdediging en de bewijslast in strafzaken miskent. In zoverre is het middel onnauwkeurig en bijgevolg niet ontvankelijk.
  8. Artikel 24, § 1, eerste alinea, KB Technische Eisen bepaalt: "Geen enkel volgens dit besluit aan de autokeuring onderworpen voertuig mag zich op de openbare weg bevinden, tenzij het voorzien is van een geldig keuringsbewijs, het overeenkomstig keuringsvignet en een met zijn gebruik overeenstemmend identificatieverslag of technische fiche en een document "Visuele keuring van het voertuig", voor zover deze documenten vereist zijn". Artikel 26 KB Technische Eisen bepaalt verder: "Geen voertuig mag op de openbare weg gebruikt worden indien het inzake onderhoud en werking in een staat verkeert waarbij de verkeersveiligheid in het gedrang komt of wanneer het niet voldoet aan de bepalingen van dit besluit, en dit, ongeacht de keuringen uitgevoerd door de erkende instellingen". Uit deze bepalingen volgt dat niet enkel de eigenaar, maar ook de bestuurder die het voertuig op de openbare weg laat bevinden of gebruikt zonder dat dit voorzien is van een geldig keuringsbewijs, strafbaar is. In zoverre faalt het middel naar recht.
  9. Het bestreden vonnis dat de telastlegging B bewezen verklaart zoals omschreven in de bewoordingen van de wet, stelt vast dat alle constitutieve bestanddelen van dit misdrijf bewezen zijn. Bij gebrek aan betwisting dat de eiser het voertuig in kwestie bestuurde, hoefden de appelrechters die beslissing niet nader te motiveren. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Omvang van de cassatie
  10. De vernietiging van eisers schuldigverklaring aan de telastlegging A brengt de vernietiging met zich mee van de beslissing over de straf opgelegd voor de telastleggingen A en B samen, de bijdrage aan het Slachtofferfonds en de kosten. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser schuldig verklaart aan de telastlegging A en hem voor de telastleggingen A en B samen veroordeelt tot straf, de bijdrage aan het Slachtofferfonds en de kosten. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten. Houdt de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 183,70 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 22 juni 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210622.2N.22 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230613.2N.17 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231031.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.