← België

H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210622.2N.27 Rolnummer: P.21.0808.N Zaak: H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-06-28 Raadplegingen: 504 - laatst gezien 2026-06-19 23:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Ingeval van hoger beroep tegen een beslissing van de raadkamer die een Europees aanhoudingsbevel uitvoerbaar verklaart moet de kamer van inbeschuldigingstelling overeenkomstig artikel 17, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel uitspraak doen binnen de vijftien dagen bij wege van een met redenen omklede beslissing, na het horen van de procureur-generaal en de betrokkene bijgestaan of vertegenwoordigd door zijn advocaat en dient zij daarbij de verificaties te verrichten omschreven in artikel 16, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel

(1).
(1)M.-A. BEERNAERT, H. D . BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale,9e éd., 2021, la Charte, t.II, pp. 2117-2120. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Buitenlands Europees aanhoudingsbevel - Tenuitvoerlegging in België - Hoger beroep tegen de beslissing tot uitvoerbaarverklaring - Kamer van inbeschuldigingstelling - Artikelen 16, § 1, en 17, § 4 Wet Europees Aanhoudingsbevel - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 16, § 1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 17, § 4 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Europees aanhoudingsbevel - Buitenlands Europees aanhoudingsbevel - Tenuitvoerlegging in België - Hoger beroep tegen de beslissing tot uitvoerbaarverklaring - Artikelen 16, § 1, en 17, § 4 Wet Europees Aanhoudingsbevel - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 16, § 1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 17, § 4 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiches 3 - 4 Ingeval van cassatieberoep tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat uitspraak doet over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel wordt het dossier overeenkomstig artikel 18, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel toegezonden aan de griffie van het Hof van Cassatie en overeenkomstig artikel 18, § 3, Wet Europees Aanhoudingsbevel doet het Hof van Cassatie uitspraak over het cassatieberoep binnen een termijn van vijftien dagen; wanneer het Hof op basis van het aan de griffie van het Hof overgemaakte dossier in de onmogelijkheid is om zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen, dient het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling te worden vernietigd
(1).
(1)M.-A. BEERNAERT, H. D . BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale,9e éd., 2021, la Charte, t.II, pp. 2120 –
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Strafvordering - Europees aanhoudingsbevel - Buitenlands Europees aanhoudingsbevel - Tenuitvoerlegging in België - Cassatieberoep tegen de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling - Artikelen 18, §§ 2 en 3 Wet Europees Aanhoudingsbevel - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 18, §§ 2 en 3 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Buitenlands Europees aanhoudingsbevel - Tenuitvoerlegging in België - Cassatieberoep tegen de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling - Artikelen 18, §§ 2 en 3 Wet Europees Aanhoudingsbevel - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 18, §§ 2 en 3 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0808.N A. H., alias A. H., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 17, § 4 en 18, § 2 en § 3, Wet Europees Aanhoudingsbevel
  3. Ingeval van hoger beroep tegen een beslissing van de raadkamer die een Europees aanhoudingsbevel uitvoerbaar verklaart moet de kamer van inbeschuldigingstelling overeenkomstig artikel 17, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel uitspraak doen binnen de vijftien dagen bij wege van een met redenen omklede beslissing, na het horen van de procureur-generaal en de betrokkene bijgestaan of vertegenwoordigd door zijn advocaat. De kamer dient de verificaties te verrichten omschreven in artikel 16, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel.
  4. Ingeval van cassatieberoep wordt het dossier overeenkomstig artikel 18, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel toegezonden aan de griffie van het Hof van Cassatie en overeenkomstig artikel 18, § 3, Wet Europees Aanhoudingsbevel doet het Hof van Cassatie uitspraak over het cassatieberoep binnen een termijn van vijftien dagen.
  5. Het arrest verwijst naar briefwisseling van de Deense gerechtelijke autoriteiten zoals gevoegd door het openbaar ministerie op de rechtszitting van 10 juni
  6. Het leidt uit die briefwisseling af dat ze betrekking heeft op de "huidige feiten vermits de kennelijk medeverdachte G. ook voorwerp is van een Europees aanhoudingsbevel omtrent de aan [de eiser] ten laste gelegde feiten".
  7. Het dossier bevat evenwel geen briefwisseling met de melding dat die op 10 juni 2021 aan het dossier werd toegevoegd. Het bevat wel een kennisgeving van 9 juni 2021 door de griffier in opdracht van de procureur-generaal aan de raadsman van de eiser dat nieuwe stukken aan het dossier zijn toegevoegd. Het bevat ook een conclusie van de eiser die op de rechtszitting van 10 juni 2021 werd neergelegd, waaraan fotoafdrukken zijn gevoegd van in de Deense taal opgestelde documenten die evenwel niet of moeilijk leesbaar zijn. De eiser heeft aan zijn cassatiememorie, naast de vermelde fotoafdrukken ook een afdruk van e-mailverkeer betreffende "EAW G." gevoegd.
  8. Het Hof kan op basis van het aan de griffie van het Hof overgemaakte dossier niet achterhalen welke briefwisseling nu precies door het openbaar ministerie op 9 of op 10 juni 2021 aan het dossier werd toegevoegd en of het de stukken betreft, voor zover leesbaar, die de eiser bij zijn appelconclusie en cassatiememorie heeft gevoegd. Het Hof is dan ook in de onmogelijkheid om zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen, zodat het arrest, dat uitspraak doet over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel, moet worden vernietigd. Middel
  9. Het middel dat niet kan leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre het eisers hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 125,95euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 22 juni 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210622.2N.27 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.