← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:

Art. 6

.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.2 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Vermoeden van onschuld - Wegverkeerswet - Artikel 67bis - Weerlegbaar vermoeden van schuld - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Wegverkeerswet - Artikel 67bis - Weerlegbaar vermoeden van schuld - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 4 - 5 Bij de beoordeling van de bewijswaarde van de gegevens die een beklaagde aanvoert ter weerlegging van het door artikel 67bis Wegverkeerswet bepaalde vermoeden kan de rechter wel degelijk het tijdstip betrekken waarop die gegevens door de beklaagde in de strafprocedure worden voorgebracht, alsook de graad van verwantschap tussen de beklaagde en de persoon die voorhoudt de werkelijke bestuurder te zijn van het voertuig. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67bis Vrije woorden: Weerlegbaar vermoeden van schuld - Beoordeling van de ter weerlegging aangevoerde gegevens - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Vermoedens Vrije woorden: Wegverkeerswet - Artikel 67bis - Weerlegbaar vermoeden van schuld - Beoordeling van de ter weerlegging aangevoerde gegevens - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 6 - 10 Geen schending van artikel 6.1 en 6.3 EVRM, artikel 2 Zevende Protocol EVRM en artikel 14.5 IVBPR kan worden afgeleid uit het gegeven dat de rechter die vaststelt dat een beklaagde aan wie de dagvaarding persoonlijk werd betekend en die bij zijn verzet tegen het verstekvonnis geen gewag heeft gemaakt van overmacht of een wettige reden van verschoning, dit verzet ongedaan verklaart waardoor het verweer ten gronde van de beklaagde niet wordt behandeld aangezien dit louter een gevolg is van de beslissing van de beklaagde om, hoewel hij kennis had van de datum van behandeling en geen aanvaardbare reden voor zijn afwezigheid kan aanvoeren, afwezig te blijven bij de behandeling voor de eerste rechter. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Recht om zich ten gronde te verdedigen - Verzet - Strafzaken - Ongedaan verzet - Dagvaarding persoonlijk betekend aan de beklaagde - Geen aanvoering van overmacht of wettige reden van verschoning - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Protocol nr.

7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 2 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.5 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Recht om zich ten gronde te verdedigen - Verzet - Strafzaken - Ongedaan verzet - Dagvaarding persoonlijk betekend aan de beklaagde - Geen aanvoering van overmacht of wettige reden van verschoning - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Protocol nr.

7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 2 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.5 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Vrije woorden: Zevende Aanvullend Protocol - Artikel 2 - Recht op beoordeling door een hoger rechtscollege - Verzet - Strafzaken - Ongedaan verzet - Dagvaarding persoonlijk betekend aan de beklaagde - Geen aanvoering van overmacht of wettige reden van verschoning - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Protocol nr.

7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 2 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.5 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14 - Artikel 14.5 - Recht op beoordeling door een hoger rechtscollege - Verzet - Strafzaken - Ongedaan verzet - Dagvaarding persoonlijk betekend aan de beklaagde - Geen aanvoering van overmacht of wettige reden van verschoning - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Protocol nr.

7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 2 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.5 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: VERZET Vrije woorden: Strafzaken - Ongedaan verzet - Dagvaarding persoonlijk betekend aan de beklaagde - Geen aanvoering van overmacht of wettige reden van verschoning - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Protocol nr.

7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 2 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.5 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0404.N B. K., beklaagde, eiser, met als raadsman Gunter Fransis, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 11 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM en artikel 67bis Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt dat het in artikel 67bis Wegverkeerswet vermelde vermoeden onvoldoende wordt weerlegd, terwijl de eiser alle mogelijke en beschikbare bewijsmiddelen heeft aangewend om zijn onschuld aan te tonen; de door de eiser aangehaalde argumenten en bewijsmiddelen doen in ieder geval redelijke twijfel ontstaan aangaande de identiteit van de feitelijke bestuurder, zodat hij moet worden vrijgesproken; de eiser beschikt aldus niet over een effectief rechtsmiddel, waardoor het vermoeden van onschuld zoals gewaarborgd door artikel 6.2 EVRM in het gedrang komt.
  3. Uit de enkele omstandigheid dat de rechter oordeelt dat een beklaagde niet slaagt in de weerlegging van het op hem bij toepassing van artikel 67bis Wegverkeerswet rustende vermoeden dat hij als titularis van de kentekenplaat van een motorvoertuig dader is van een overtreding op de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan die met het motorvoertuig werd begaan, volgt niet dat de beklaagde niet beschikt over een effectief rechtsmiddel om op te komen tegen een aangevoerde miskenning van artikel 6.2 EVRM. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. De rechter oordeelt onaantastbaar of de titularis van de kentekenplaat van het motorvoertuig waarmee de overtreding werd begaan, erin slaagt het op hem op grond van artikel 67bis Wegverkeerswet rustende vermoeden te weerleggen. Hij kan daartoe alle feitelijke gegevens in aanmerking nemen waarvan hij de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt.
  5. In zoverre het middel opkomt tegen het onaantastbaar oordeel van de appelrechters dat de eiser niet slaagt in die weerlegging van het vermoeden, is het niet ontvankelijk. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3 EVRM, artikel 2 Zevende Protocol EVRM en artikel 14.5 IVBPR: de motivering van het bestreden vonnis dat de verklaring van de feitelijke bestuurder plots werd gedaan na de veroordeling in eerste aanleg, is niet alleen onredelijk maar ook fout; deze redenering gaat volledig voorbij aan het feit dat de eiser in eerste aanleg niet de kans werd geboden om zijn verweer ten gronde te voeren; het beroepen vonnis maakt immers toepassing van een te strikte beoordeling van de ongedaanverklaring van het verzet en de feitelijke bestuurder werd dan ook niet gehoord door de rechter in eerste aanleg; aldus werd de eiser de mogelijkheid zijn verdediging te voeren in eerste aanleg ontnomen; ook de graad van verwantschap tussen de houder van de nummerplaat en de aangewezen onmiskenbare bestuurder kan evenmin een grond zijn om te twijfelen aan de oprechtheid van die aanwijzing.
  7. Bij de beoordeling van de bewijswaarde van de gegevens die een beklaagde aanvoert ter weerlegging van het door artikel 67bis Wegverkeerswet bepaalde vermoeden kan de rechter wel degelijk het tijdstip betrekken waarop die gegevens door de beklaagde in de strafprocedure worden voorgebracht, alsook de graad van verwantschap tussen de beklaagde en de persoon die voorhoudt de werkelijke bestuurder te zijn van het voertuig. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. Het middel grondt het oordeel over het plotse karakter van de verklaring van de dochter van de eiser als feitelijke bestuurder van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan niet enkel op het gegeven dat dit verweer niet werd gevoerd voor de eerste rechter, maar ook op de vaststelling dat de eiser het antwoordformulier niet heeft teruggestuurd. In zoverre berust het middel op een onvolledige lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  9. Geen schending van artikel 6.1 en 6.3 EVRM, artikel 2 Zevende Protocol EVRM en artikel 14.5 IVBPR kan worden afgeleid uit het gegeven dat de rechter die vaststelt dat een beklaagde aan wie de dagvaarding persoonlijk werd betekend en die bij zijn verzet tegen het verstekvonnis geen gewag heeft gemaakt van overmacht of een wettige reden van verschoning, dit verzet ongedaan verklaart waardoor het verweer ten gronde van de beklaagde niet wordt behandeld. Dit laatste is immers louter een gevolg van de beslissing van de beklaagde om, hoewel hij kennis had van de datum van behandeling en geen aanvaardbare reden voor zijn afwezigheid kan aanvoeren, afwezig te blijven bij de behandeling voor de eerste rechter. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  10. Het aangevoerde motiveringsgebrek is afgeleid uit de overige aangevoerde wetsschendingen. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 22 juni 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210622.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220118.2N.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131022.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.