id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210625.1N.11 Rolnummer: F.18.0112.N Zaak: B. contra BELGISCHE STAAT MIN FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-11-10 Raadplegingen: 1227 - laatst gezien 2026-06-17 17:58 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210625.1N.11 Fiche 1 Uit artikel 16, § 1 van het dubbelbelastingverdrag België – Verenigde Arabische Emiraten volgt dat de tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen die een inwoner van België verkrijgt uit het persoonlijk verrichten van werkzaamheden als lid van de raad van bestuur of als lid van de raad van toezicht c.q. van een gelijkaardig orgaan van een vennootschap gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten, door het laatstgenoemd land mogen worden belast, zonder dat de heffingsbevoegdheid evenwel exclusief aan de Verenigde Arabische Emiraten wordt toegewezen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN Vrije woorden: Dubbelbelastingverdrag tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten - Artikel 16 - Bezoldigingen Vennootschapsleiding - Heffingsbevoegdheid Wettelijke bepalingen: Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ... - 30-09-1996 - Art. 16 - 35 Link Justel databank 19960930-35 Fiche 2 Uit de artikelen 16, § 1, en 23, §§ 1 en 2, van het dubbelbelastingverdrag België – Verenigde Arabische Emiraten volgt dat de tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen, die een inwoner van België verkrijgt uit het persoonlijk verrichten van werkzaamheden als lid van de raad van bestuur of als lid van de raad van toezicht c.q. van een gelijkaardig orgaan van een vennootschap gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten, in België slechts vrijgesteld worden van belasting met progressievoorbehoud; indien deze inkomsten in de Verenigde Arabische Emiraten niet zijn belast, wat het geval is wanneer zij aldaar niet worden onderworpen aan enige belastingregeling, mogen zij belast worden in België
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN Vrije woorden: Dubbelbelastingverdrag tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten - Artikel 23 - Bezoldigingen Vennootschapsleiding - Belasting in België - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ... - 30-09-1996 - Artt. 16 en 23 - 35 Link Justel databank 19960930-35 Tekst van de beslissing Nr. F.18.0112.N
- J. B.,
- P. V., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen; tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt het Centrum KMO Brussel, in de persoon van de adviseur der Directe Belastingen Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50, bus 3401, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 27 februari 2018 (rolnummer 2013/AF/27). Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 17 mei 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede middel
- Krachtens artikel 16, § 1, van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, goedgekeurd bij wet van 2 augustus 2002 (hierna het Dubbelbelastingverdrag België-Verenigde Arabische Emiraten) mogen tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van bestuur of van toezicht of van een gelijkaardig orgaan van een vennootschap die inwoner is van een andere overeenkomstsluitende Staat in die andere staat worden belast. Hieruit volgt dat de tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen die een inwoner van België verkrijgt uit het persoonlijk verrichten van werkzaamheden als lid van de raad van bestuur of als lid van de raad van toezicht c.q. van een gelijkaardig orgaan van een vennootschap gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten, door het laatstgenoemd land mogen worden belast, zonder dat de heffingsbevoegdheid evenwel exclusief aan de Verenigde Arabische Emiraten wordt toegewezen. Krachtens artikel 23, § 1, van het Dubbelbelastingverdrag België-Verenigde Arabische Emiraten blijft de wetgeving die in elke overeenkomstsluitende Staat van kracht is, de belastingheffing van de inkomsten of van het vermogen in de respectievelijke overeenkomstsluitende Staten regelen, behalve indien andersluidende bepalingen in deze Overeenkomst zijn opgenomen. Luidens artikel 23, § 2, eerste lid, sub a, wordt in België dubbele belasting op de volgende wijze vermeden: indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt of bestanddelen van een vermogen bezit die, ingevolge de bepalingen van de Overeenkomst, niet zijnde de bepalingen van artikel 10, § 2, van artikel 11, § 2 en § 7, en van artikel 12, § 2 en § 7, in de Verenigde Arabische Emiraten zijn belast, stelt België deze inkomsten of deze bestanddelen van vermogen vrij van belasting, maar om het bedrag van de belasting op het overige inkomen of vermogen van die inwoner te berekenen, mag België het belastingtarief toepassen dat van toepassing zou zijn indien die inkomsten of die bestanddelen van het vermogen niet waren vrijgesteld. Hieruit volgt dat de tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen, die een inwoner van België verkrijgt uit het persoonlijk verrichten van werkzaamheden als lid van de raad van bestuur of als lid van de raad van toezicht c.q. van een gelijkaardig orgaan van een vennootschap gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten, in België slechts vrijgesteld worden van belasting met progressievoorbehoud. Uit het geheel van die bepalingen volgt tevens dat indien deze inkomsten in de Verenigde Arabische Emiraten niet zijn belast, wat het geval is wanneer zij aldaar niet worden onderworpen aan enige belastingregeling, zij belast mogen worden in België.
- Het middel dat ervan uitgaat dat de Belgische fiscus deze inkomsten niet vermag te belasten, hoewel ze in de Verenigde Arabische Emiraten niet werden belast aangezien dit land geen personenbelasting kent, faalt naar recht. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210625.1N.11 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210625.1N.11 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240906.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div