← België

BELGISCHE STAAT fod FINANCIËN contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210625.1N.13 Rolnummer: F.18.0083.N Zaak: BELGISCHE STAAT fod FINANCIËN contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Belastingrecht Invoerdatum: 2021-11-10 Raadplegingen: 1460 - laatst gezien 2026-06-16 10:13 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Is niet ontvankelijk het cassatieberoep inzake een geschil over de toepassing van de regularisatieheffing en de bijhorende boete dat niet werd ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BELASTINGZAKEN - Vormen - Algemeen Vrije woorden: Verzoekschrift tot cassatie - Regularisatieheffing - Ondertekening door een advocaat bij het Hof van Cassatie - Vereiste Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 379 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Programmawet 27 december 2005 - 27-12-2005 - Artt. 121 en 122 - 30 ELI link Pub nr 2005021182 Fiche 2 Geschillen over een regularisatieheffing en de bijhorende boete zijn geen geschillen over de toepassing van een belastingwet. Thesaurus CAS: BELASTING Vrije woorden: Regularisatieheffing - Aard Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 379 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Programmawet 27 december 2005 - 27-12-2005 - Artt. 121 en 122 - 30 ELI link Pub nr 2005021182 Annotaties Publicaties: BJS-Bulletin juridique social - 2021, n° 680, p.

  1. - DELANNOY, Emmanuel; Note'Le prélèvement payé par un contribuable lors d'une régularisation n'est pas un impôt' Tekst van de beslissing F.18.0083.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Voorzitter van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in Fiscale Zaken, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 24, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy De Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  2. A. V.,
  3. C. V.,
  4. D. V., verweersters, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 9 januari
  5. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  6. De verweersters werpen op dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat het niet werd ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie: het gaat te dezen niet om een geschil betreffende een belasting maar om een geschil betreffende een sui generis regularisatieheffing, zodat de artikelen 378 en 379 WIB92 niet van toepassing zijn.
  7. Krachtens artikel 1080 Gerechtelijk Wetboek moet het verzoekschrift, waarbij het cassatieberoep wordt ingesteld, zowel op het afschrift als op het origineel door een advocaat bij het Hof van Cassatie worden ondertekend. Krachtens artikel 379 WIB92 kan inzake de geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet, de verschijning in persoon in naam van de Staat gedaan worden door elke ambtenaar van de belastingadministratie. Uit die bepaling, waarvan de toepassing niet beperkt is tot een aanslag in toepassing van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, volgt dat de Belgische Staat in elke fase van een geschil betreffende de toepassing van een belastingwet rechtsgeldig wordt vertegenwoordigd door een ambtenaar van de belastingadministratie. Bijgevolg mag het verzoekschrift tot cassatie in een geschil betreffende de toepassing van een belastingwet worden ondertekend en neergelegd door een ambtenaar van een belastingadministratie.
  8. Een geschil betreffende de toepassing van een belastingwet in de zin van artikel 379 WIB92 is een betwisting waarbij de rechter ten gronde oordeelt over een belastingschuld. Een belasting is een verplichte heffing, eigenmachtig door de Staat of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon gedaan, op de financiële middelen van personen om ze voor diensten van openbaar nut te gebruiken.
  9. Krachtens artikel 121, 2°, van de Programmawet

(1)van 27 december 2005 zijn de overige geregulariseerde inkomsten de sommen, waarden en inkomsten die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte ingediend bij het binnen de Federale Overheidsdienst Financiën ingerichte Contactpunt regularisaties, die wordt verricht door een natuurlijke persoon, waarbij deze persoon aantoont dat zij in het jaar waarin zij werden behaald of verkregen een andere aard hebben dan deze van beroepsinkomsten. Krachtens artikel 122, § 1, derde streepje, van de Programmawet
(1)van 27 december 2005 worden de geregulariseerde overige inkomsten vermeld onder artikel 121, 2°, die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte conform de bepalingen van Hoofdstuk VI met als opschrift “de fiscale regularisatie” onderworpen aan hun normale belastingtarief verhoogd met een boete van 10 percentpunten, indien de regularisatie-aangifte vanaf 1 januari 2007 wordt ingediend. Artikel 127 van de Programmawet
(1)van 27 december 2005 luidt als volgt: “Personen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdrijven als bedoeld in de artikelen 449 en 450 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in de artikelen 73 en 73bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, in de artikelen 133 en 133bis van het Wetboek der successierechten, in de artikelen 206 en 206bis van het Wetboek der registratie, hypotheek- en griffierechten, in de artikelen 207/1 en 207bis van het Wetboek van de met het zegel gelijkgestelde taksen, of aan misdrijven omschreven in artikel 505 van het Strafwetboek, in zoverre die betrekking hebben op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de voormelde misdrijven zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, of op de inkomsten uit de belegde voordelen, evenals personen die mededaders of medeplichtigen zijn aan deze misdrijven in de zin van de artikelen 66 en 67 van het Strafwetboek, blijven vrijgesteld van strafvervolging uit dien hoofde, indien zij niet vóór de datum van indiening van de in artikel 121 bedoelde aangiften, het voorwerp hebben uitgemaakt van een opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek uit hoofde van deze misdrijven en indien er een regularisatie-aangifte werd gedaan onder de voorwaarden van deze wet en de ingevolge die regularisatie-aangifte verschuldigde bedragen werden betaald”. Uit het geheel van die bepalingen volgt dat de regularisatieheffing geen belasting is maar een som die specifiek gestort wordt met een welbepaald doel, namelijk het verkrijgen van fiscale en strafrechtelijke immuniteit voor de geregulariseerde bedragen. Geschillen over een regularisatieheffing en de bijhorende boete zijn bijgevolg geen geschillen over de toepassing van een belastingwet. 5. Het cassatieberoep inzake een geschil over de toepassing van de regularisatieheffing en de bijhorende boete dat niet werd ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie is niet ontvankelijk. Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 545,69 euro en voor de verweerder op 250,46 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210625.1N.13 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231123.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.