← België

E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210629.2N.15 Rolnummer: P.21.0764.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2021-07-07 Raadplegingen: 422 - laatst gezien 2026-06-16 04:22 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Uit de enkele omstandigheid dat de strafuitvoeringsrechtbank een strafuitvoeringsmodaliteit afwijst om dezelfde redenen als deze op grond waarvan een eerder verzoek tot het toekennen van diezelfde strafuitvoeringsmodaliteit werd afgewezen, kan geen blijk van vooringenomenheid of een gebrek aan onafhankelijkheid en onpartijdigheid worden afgeleid; de omstandigheid dat de strafuitvoeringsrechtbank op dezelfde wijze was samengesteld als deze die heeft geoordeeld over het eerdere verzoek, doet hieraan geen afbreuk. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Afwijzing strafuitvoeringsmodaliteit - Dezelfde redenen als afwijzing van een eerder verzoek - Samenstelling van de zetel - Gevolgen Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Strafuitvoeringsrechtbank - Afwijzing strafuitvoeringsmodaliteit - Dezelfde redenen als afwijzing van een eerder verzoek - Samenstelling van de zetel - Gevolgen Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Strafuitvoeringsrechtbank - Afwijzing strafuitvoeringsmodaliteit - Dezelfde redenen als afwijzing van een eerder verzoek - Samenstelling van de zetel - Gevolgen Tekst van de beslissing Nr. P.21.0764.N M. E. G., veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 31 mei

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 14.1 IVBPR en artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechter: de strafuitvoeringsrechtbank geeft blijk van vooringenomenheid door naar aanleiding van een eerder verzoek van de eiser tot voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied te kennen te geven dat een nieuw verzoek van de eiser zou worden afgewezen op grond van dezelfde redenen; bij vonnis van 15 juni 2020 werd eisers verzoek afgewezen gelet op het georganiseerd karakter en de ernst van de feiten waarvoor hij werd veroordeeld, de leidende rol die hij hierin opnam en zijn weinig betrouwbare terugkeerintenties, waardoor het recidivegevaar nog te groot werd geacht; hoewel in het vonnis van 15 juni 2020 werd bepaald dat de eiser reeds vanaf 4 december 2020 een nieuw verzoek kon indienen, wijst de strafuitvoeringsrechtbank, in dezelfde samenstelling als deze die het vonnis van 15 juni 2020 heeft gewezen, in het bestreden vonnis eisers navolgende verzoek tot voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied af op grond van dezelfde redenen als deze van het vonnis van 15 juni 2020; de vooringenomenheid van de strafuitvoeringsrechtbank blijkt bovendien hieruit dat het bestreden vonnis, net zoals het vonnis van 15 juni 2020, van de eiser meer financiële inspanningen verwacht voor de afbetaling van de gerechtskosten, de penale boeten en de verbeurdverklaring, wat bovendien geen wettelijke tegenindicatie is.
  3. Uit de enkele omstandigheid dat de strafuitvoeringsrechtbank een strafuitvoeringsmodaliteit afwijst om dezelfde redenen als deze op grond waarvan een eerder verzoek tot het toekennen van diezelfde strafuitvoeringsmodaliteit werd afgewezen, kan geen blijk van vooringenomenheid of een gebrek aan onafhankelijkheid en onpartijdigheid worden afgeleid. De omstandigheid dat de strafuitvoeringsrechtbank op dezelfde wijze was samengesteld als deze die heeft geoordeeld over het eerdere verzoek, doet hieraan geen afbreuk. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. Het vonnis wijst eisers verzoek tot voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied niet af omdat van de eiser meer financiële inspanningen worden verwacht voor de afbetaling van de gerechtskosten, de penale boeten en de verbeurdverklaring. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het vonnis en mist het feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 29 juni 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210629.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.