← België

T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210629.2N.4 Rolnummer: P.21.0384.N Zaak: T. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-07-07 Raadplegingen: 514 - laatst gezien 2026-06-16 04:22 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een inbreuk op artikel 8.3., tweede lid, Wegverkeersreglement houdt in dat de bestuurder tijdens het besturen van het voertuig niet in staat was de rijbewegingen uit te voeren die hij bij het sturen moest uitvoeren dan wel zijn voertuig niet goed in de hand had; het enkele feit dat een gevaarlijke rijwijze een verhoogd risico op het niet-voldoen aan de vereiste rijvaardigheid inhoudt, volstaat hiertoe niet. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 8 Vrije woorden: Artikel 8.3, tweede lid - Voertuig in de hand hebben - Gevaarlijke rijwijze - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 8.3, tweede lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Fiche 2 Uit de bewoordingen van artikel 50 Wegverkeersreglement dat bepaalt dat alle snelheids- en sportwedstrijden “inzonderheid snelheids-, regelmatigheid- of behendigheidsritten of -wedstrijden”, op de openbare weg zijn verboden, behoudens speciale toelating van de wettelijk gemachtigde overheid, volgt dat enkel een behendigheidsrit met een competitie-element hieronder valt

(1).
(1)Cass. 31 mei 1989, AR 7186, AC 1988-1989, nr.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 50 Vrije woorden: Snelheids- en sportwedstrijden - Behendigheidsritten - Competitie-element - Begrip Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 50 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0384.N I - II T. T., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Nicolaas Vinckier, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8800 Roeselare, Hoogleedsesteenweg 7, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, van 20 november 2020 (hierna vonnis I). Het cassatieberoep II is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, van 5 februari 2021 (hierna vonnis II). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement: het bestreden vonnis II oordeelt ten onrechte dat de eiser voormeld artikel 8.3 heeft overtreden; de appelrechters stellen niet vast dat de eiser bij het uitvoeren van het driftmanoeuvre niet in staat was de nodige rijbewegingen uit te voeren dan wel zijn voertuig niet meer goed in de hand had; een verhoogd risico op het verlies van de controle over het voertuig, volstaat hiertoe niet; minstens antwoorden de appelrechters niet op eisers daarover in conclusie gevoerde verweer.
  3. Artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement bepaalt dat een bestuurder steeds in staat moet zijn alle nodige rijbewegingen uit te voeren en zijn voertuig voortdurend goed in de hand moet hebben. Een inbreuk op deze bepaling houdt in dat de bestuurder tijdens het besturen van het voertuig niet in staat was de rijbewegingen uit te voeren die hij bij het sturen moest uitvoeren dan wel zijn voertuig niet goed in de hand had. Het enkele feit dat een gevaarlijke rijwijze een verhoogd risico op het niet-voldoen aan de vereiste rijvaardigheid inhoudt, volstaat hiertoe niet.
  4. De appelrechters oordelen dat: - een driftmanoeuvre per definitie als een gevaarlijke rijwijze moet worden beschouwd; - de bestuurder door een dergelijke rijwijze een verhoogd risico creëert om de controle over zijn voertuig te verliezen, hoe goed hij ook meent die rijstijl onder de knie te hebben; - de individuele technische vaardigheden van de eiser dan ook niet verhinderen dat diens rijgedrag als een inbreuk op artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement, moet worden beschouwd. Met die redenen verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Tweede middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 50 Wegverkeersreglement: het bestreden vonnis II oordeelt ten onrechte dat de eiser artikel 50 Wegverkeersreglement heeft overtreden; anders dan de appelrechters oordelen, vereist deze telastlegging een competitie-element; de appelrechters die oordelen dat eisers rijgedrag moet worden gelijkgesteld met een verboden behendigheidsrit op de openbare weg, zonder hierbij een competitief element vast te stellen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht; minstens antwoorden de appelrechters niet op eisers daarover in conclusie gevoerde verweer. Ondergeschikt verzoekt de eiser het Hof de volgende prejudiciële vraag te stellen aan het Benelux Gerechtshof: "Moet het in artikel 3 Benelux-Overeenkomst van 24 mei 1966 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen en in artikel 4, § 2 van de Gemeenschappelijke bepalingen behorende bij deze Benelux-Overeenkomst gehanteerde begrip "snelheids-, regelmatigheids- en behendigheidsritten of - wedstrijden" zo worden uitgelegd dat dit steeds betrekking heeft op ritten of wedstrijden waar een competitie-element aan verbonden is en derhalve niet slaat op sportactiviteiten (al dan niet georganiseerd) die dit competitie-element niet vertonen, zoals bij trainingsritten en recreatief sporten?"
  6. Artikel 50 Wegverkeersreglement bepaalt dat alle snelheids- en sportwedstrijden "inzonderheid snelheids-, regelmatigheid- of behendigheidsritten of -wedstrijden", op de openbare weg zijn verboden, behoudens speciale toelating van de wettelijk gemachtigde overheid. Uit de bewoordingen van deze bepaling, meer bepaald het begrip "inzonderheid", volgt dat enkel een behendigheidsrit met een competitie-element hieronder valt.
  7. Het bestreden vonnis II dat oordeelt dat een inbreuk op artikel 50 Wegverkeersreglement is bewezen op de enkele grond dat de eiser door het driften op een rondpunt zijn behendigheid tijdens het rijden testte, zonder hierbij een competitief element vast te stellen, verantwoordt die beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond.
  8. De prejudiciële vraag hoeft niet te worden gesteld. Omvang van de cassatie
  9. De vernietiging van eisers schuldigverklaring aan de telastleggingen B en C brengt de vernietiging met zich mee van de straf opgelegd voor de telastleggingen A, B, C en D vermengd. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis II in zoverre het de eiser schuldig verklaart aan de telastleggingen B en C en de eiser voor de telastleggingen A, B, C en D samen veroordeelt tot een straf en de bijdragen. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde bestreden vonnis II. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 300,74 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 29 juni 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210629.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.